Welkom thuis

Op 6 juni 1945 keerde mijn vader terug uit zijn Duitse gevangenschap. Of keerde hij terug uit het schimmenrijk? Hij bood in elk geval de aanblik van een geest, want hij kon amper op zijn benen staan. Toen mijn moeder hem om de hals vloog, verloor hij zijn evenwicht. Rechtstandig sloeg hij achterover. 'Wat hebben ze met je gedaan?', jammerde zij, bovenop hem liggend. Zijn antwoord op die vraag had moeten luiden: 'Liefste, ze hebben me vermoord'. Maar dat zei hij niet, omdat hij in de veronderstelling was dat hij leefde. Hij kwam bedrogen uit. Kort na zijn thuiskomst spuugde hij bloed. Zijn longen waren aangetast door tuberculose. Het was het begin van een lijdensweg die tien jaar zou duren. Chirurgen sneden het besmette weefsel weg, maar baten mocht het niet. Hij ging van kliniek naar kliniek en van sanatorium naar sanatorium.

Zijn ziektekosten werden niet vergoed, noch door zijn verzekeraar, noch door de overheid. Zijn polis was opgeheven, omdat hij sinds het midden van de oorlog niet meer had betaald. Mijn vader legde uit dat hij in het concentratiekamp onmogelijk zijn premie had kunnen aflossen. Ernstig ziek voerde hij een vertwijfelde briefwisseling met de Nederlandse ambtenarij. Hij zei dat hij de kosten van zijn verpleging niet kon dragen. Het was niet zijn schuld, zo pleitte hij, dat hij tuberculose had opgelopen. Hij was het slachtoffer van geweld. 'O ja?', zeiden de ambtenaren in kwestie. 'Weet u zeker dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen uw gevangenschap en uw ziekte? Toon dat dan maar aan. Bewijs ons dat u onmiddellijk voorafgaand aan uw gevangenschap in goede conditie verkeerde.' Over zo'n bewijs beschikte mijn vader natuurlijk niet. Had hij soms bij aankomst in het kamp de SS moeten verzoeken om een gezondheidsverklaring? Op welk moment had hij dat moeten doen? Terwijl hij werd kaalgeschoren? Terwijl hij werd genummerd? Terwijl hij onder stompen en slagen naar zijn barak werd gejaagd? Of had hij al veel eerder, vóór zijn arrestatie en deportatie, om een doktersbriefje moeten gaan? Maar hoe dan? Hij zat ondergedoken op het platteland. Slapen deed hij in een kuil in het bos, waar hij vaak natregende tot op zijn hemd. Zelfs als hij destijds een arts had kunnen bezoeken, zou die bij hem waarschijnlijk een allesbehalve 'goede conditie' hebben geconstateerd.

Er is nu een lijvig boek verschenen over de terugkeer in de samenleving van mensen zoals mijn vader. Het heet De Meelstreep en het is geschreven door Martin Bossenbroek. Het is de uitkomst van een historisch onderzoek naar het falen van de Nederlandse autoriteiten tegenover repatrianten. Dat onderzoek werd verricht in opdracht van de overheid en gesubsidieerd door diezelfde overheid. Het hoeft ons dan ook nauwelijks te verbazen dat de resultaten ervan de overheid welgevallig zijn. Bossenbroek zet vraagtekens bij het beeld van de kille ontvangst van repatrianten. 'Wat anno 1945 algemeen werd gezien als sociaal en acceptabel', aldus Bossenbroek, 'kan in 2001 met terugwerkende kracht kil en bureaucratisch heten.' Misschien heeft hij gelijk. Het is al te gemakkelijk om het optreden van de overheid in de jaren na de bevrijding te veroordelen op grond van hedendaagse maatstaven en inzichten. Maar het omgekeerde geldt evenzeer. Men kan van de slachtoffers die in 1945 uit de onderduik of de kampen terugkeerden niet verwachten dat zij in staat waren tot de relativering en de nuancering die Bossenbroek anno 2001 aan de dag legt. Mijn vader is dit in elk geval niet gelukt. Hij werd door de overheid op zichzelf teruggeworpen. In 1968 kreeg hij eindelijk financiële steun, maar van dat schijntje kon hij zijn gezin niet onderhouden. Hij betaalde er jaar na jaar de schulden mee af die hij tijdens zijn langdurige ziekte had gemaakt. Hoewel hij voor honderdvijfendertig procent (sic!) invalide was bevonden, moest hij werken om de kost te verdienen. Tot aan zijn dood is hij verbitterd geweest. Overigens is hij niet in Nederland gebleven. Hij heeft dit land de rug toegekeerd, zoals het hem in 1945 de rug toekeerde. Hij werd in buitenlandse aarde begraven. Daar ligt hij goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden