Essay

Welkom thuis, jihadist

Beeld Kick Smeets/HH

GHASSAN DAHHAN   Nederland treedt hard op tegen Syriëgangers; Maher H. kreeg deze week drie jaar cel. Maar een clemente houding raakt IS veel harder, meent Ghassan Dahhan.

Zelfs voor de meest afgestompte ziel was het recente gruwelfilmpje van Islamitische Staat, waarin achttien Syrische militairen onthoofd werden, even schrikken. De bloederigheid van het tafereel en de ongevoeligheid van de beulen roepen veel vragen op. Bestaat voor zulk onmenselijk gedrag een rationele verklaring? En wat moeten we met deze gewelddadige jongemannen wanneer ze terugkeren?

Nederland worstelt - net als 81 andere landen die jihadstrijders hebben in Syrië en Irak - met de terugkeer van IS-strijders (m/v). In rapporten van de veiligheidsdienst AIVD en van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid komt dit thema steeds vaker aan bod. De burgemeesters van Den Haag en Zoetermeer waarschuwden onlangs dat de gemeenten de opvang van terugkeerlingen niet aankunnen.

Weer naar huis
De strijd is voor vele jihadisten uitgelopen op een teleurstelling. Ze hebben ontdekt dat rebellen vooral elkaar bestrijden, in plaats van het regime van Assad. Daarbij zijn ze onderworpen aan een nietsontziende oorlogsdiscipline, inclusief interne afrekeningen, zoals onlangs in Aleppo waar een Marokkaanse jihadist door zijn eigen organisatie (IS) is onthoofd op verdenking van spionage.

Nog steeds reizen jihadstrijders af naar het strijdgebied, maar inmiddels zijn al minstens dertig van de 140 Nederlandse Syrië- en Irakgangers weer thuis. Ze hebben maanden, soms zelfs jaren aan vechtervaring opgedaan, daarom 'baren ze regeringen van Noordwest-Europese landen zorgen', schreef de nationaal terrorisme coördinator in een Kamerbrief.

Burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag - een stad met een 'afvaardiging' van meer dan dertig jihadisten in Syrië en Irak - weet wat hij moet doen, of beter: wat hij niet moet doen. De VVD-burgemeester ziet weinig heil in gevangenisstraffen voor terugkeerlingen. In plaats daarvan pleit hij ervoor hen op te nemen in een 'deradicaliseringstraject', dat bestaat uit hulp, bijvoorbeeld bij het vinden van een baan en een opleiding. Maar deze personen kun je daar niet toe dwingen. "Goed volgen is het hoogst haalbare", aldus de burgemeester.

Van Aartsens nuchtere houding staat haaks op de gevoelens in de maatschappij, vooral als er weer eens een akelige onthoofdingsfilm opduikt. Waarom mag iemand die zich inlaat met zulke gewelddadige groeperingen vrijuitgaan? Zou een moordenaar die in Nederland zijn misdaden begaat ooit wegkomen met wat opvoedkundige maatregelen?

Veiliger slapen
Ook in de politiek - niet alleen bij Wilders - klinken geluiden dat de jihadisten hard gestraft moeten worden voor hun daden. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb wil dat Nederland de nationaliteit ontneemt aan wie zich bij IS heeft aangesloten. Als je ze buiten het land houdt, vormen ze hier geen gevaar meer. Bovendien: de jihadisten verkiezen zelf de islamitische heilstaat boven de Nederlandse democratie. Als ze, in de veronderstelling dat ze naar de hemel gaan, sterven op het slagveld, kan Nederland veiliger slapen.

Islamitische Staat brengt op 16 november met trots zijn interpretatie van de islamitische wet in beeld. Eén doel dat IS beoogt met de serie-onthoofding door de duidelijk herkenbare koppensnellers, is om de beulen terugkeer naar het Westen onmogelijk te maken. De zorgvuldig voorbereide doodschoreografie is daarnaast bedoeld om jonge moslims over de hele wereld te enthousiasmeren voor deelname aan de heilige strijd.Beeld afp

Wilders cum suis doet daar nog een schepje bovenop: moedig mensen aan om naar Syrië te gaan, want als ze hier blijven vormen ze een net zo groot veiligheidsrisico als de Britse mannen die in 2013 een Engelse militair op klaarlichte dag op straat onthoofdden. De mannen wilden eerder naar Somalië reizen voor de jihad, maar toen de Britse autoriteiten daar een stokje voor hadden gestoken, kozen ze een doelwit dicht bij huis uit.

Het probleem waar Nederland voor staat is allesbehalve nieuw. Radicalen die in het buitenland vechtervaring opdoen zijn van alle tijden, en al eeuwen proberen regeringen van hen af te komen door ze te verbannen. Maar dat heeft zelden het verhoopte heilzame effect. Ballingen keren vaak terug.

Arabische regimes probeerden in de jaren tachtig een bekend, maar heilloos alternatief uit: lastposten (islamisten) zich laten doodvechten op een of ander ver slagveld. Het was de tactiek die de verlichte tiran Polykrates (zesde eeuw v.Chr.) lelijk opbrak. De heerser van het Griekse eiland Samos stuurde honderden mannen die hij niet vertrouwde naar het front om tegen Egypte te vechten. Maar velen ervan keerden terug, getraind en wel; ze namen de wapens op en versloegen Polykrates in een slag op zee.

Dichte deur
In de Middeleeuwen moedigden de pausen feodale Franse en Duitse krijgsheren die voor veel overlast en instabiliteit zorgden aan om deel te nemen aan de kruistochten. Zo dachten zij twee vliegen in één klap te slaan: stabiliteit in het Westen, en machtsuitbreiding in het Oosten. Maar veel vechtjassen kregen al snel heimwee, en keerden terug met hun nieuw verworven rijkdom, vechtervaring en subversieve ideeën. Zo ontketende de beruchte krijgsheer Thomas I van Coucy in Frankrijk een opstand die hele gebieden in as legde.

Recenter liep dezelfde strategie spaak in Afghanistan. In de jaren tachtig waren Arabische veiligheidsdiensten in hun nopjes: honderden van hun radicale burgers waren van plan hun leven te offeren in Afghanistan in de strijd tegen de Russen. Toen de jihadisten de strijd daar wonnen en wilden terugkeren naar hun geboorteland, kwamen ze voor een dichte deur te staan - of nog erger: ze belandden linea recta van het vliegveld in de kerkers.

Desondanks wisten de meeste jihadisten de weg naar huis wel te vinden, en deze Afghanistan-veteranen ontketenden een terreurcampagne in het Midden-Oosten die de regio nog niet eerder beleefd had. Een kleine minderheid van de jihadisten verkoos in Afghanistan te blijven. Onder deze laatsten waren de organisatoren van de grootste terroristische aanslag uit de westerse geschiedenis: die van 11 september 2001.

Beeld afp

Ondanks de vele lessen van de geschiedenis, wedijveren westerse politici nu in inventieve oplossingen om hun voornaamste probleemburgers te lozen. De Franse politicus Nicolas Dupont-Aignan bepleitte deze maand nog de inrichting van een nieuw 'duivelseiland' voor teruggekeerde jihadisten. De Britse schaduwminister van binnenlandse zaken David Davis van Labour stelt voor IS-sympathisanten het staatsburgerschap te ontnemen - zelfs al worden ze daarmee stateloos en is zo'n maatregel in strijd met internationale verdragen.

Het neveneffect van de onthoofdingsfilmpjes is dat westerse politici met alle gemak hun eigen wetten opzijschuiven.

Geen beoefenaars van democratie
Ze kunnen niet alleen op grote instemming van keurige, weldenkende burgers rekenen: nergens is de instemming groter dan bij IS. Er zullen inderdaad veel jihadisten omkomen in Syrië of elders, maar wie daar overleven vormen later een nieuwe generatie superterroristen. Hoe langer zij daar vechten, hoe meer Bin Ladens en Zawahiri's op den duur komen bovendrijven. En, zoals de Amerikaanse historicus Walter Laqueur eens opmerkte: "Afgestudeerden van de school van geweld veranderen nimmer in beoefenaars van democratie of apostelen van de vrede ná de overwinning."

IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi kan zich niets mooiers wensen dan maatregelen die jihadisten de terugkeer beletten of ontmoedigen. Hoe zwaarder de straffen voor terugkerende jihadisten, des te kleiner de kans op desertie.

Wie Jozias van Aartsen een zwakkeling vindt omdat hij geen harde gevangenisstraffen voorstaat, moet bedenken dat zijn aanpak terroristen doorgaans meer angst aanjaagt dan die van Aboutaleb. In de toegeeflijkheid van de staat schuilt het grootste gevaar voor een guerrillabeweging, legde de Algerijnse psychiater en ex-guerrilla Frantz Fanon in de jaren zestig haarfijn uit in zijn boek 'De verworpenen der aarde'. De problemen beginnen zich voor de opstandelingen op te stapelen, zo stelde hij, wanneer de staat "hard optreden combineert met spectaculaire gestes van vriendschap, bedoeld om verdeeldheid te zaaien".

Hoe dit in zijn werk gaat, kon niemand beter onder woorden brengen dan de Griekse historicus Polybios (203-120 v.Chr.). Hij beschrijft hoe de Carthagers, onder het bevel van een zekere Hamilcar Barcas, een opstand van muitende huurlingen, net zo multicultureel als IS, mede kapot wist te krijgen door middel van een clemente houding.

Een soldaat van het Vrije Syrische Leger in Aleppo. "Nog steeds reizen jihadstrijders af naar het strijdgebied, maar inmiddels zijn al minstens dertig van de 140 Nederlandse Syrië- en Irakgangers weer thuis."Beeld reuters

Hamilcar voerde een harde strijd tegen de huurlingen, maar schonk ook vergiffenis aan iedere opstandeling die erom vroeg (met uitzondering van de leiders en de grootste misdadigers). Zelfs gevangengenomen huurlingen mochten rekenen op clementie. Hij gaf hun de kans om zich bij hem aan te sluiten, gaf hun toestemming te vertrekken waarheen ze wilden, maar hij gaf ze ook een waarschuwing mee: wie ooit opnieuw de wapens opneemt tegen de Carthagers zal de volledige straf moeten ondergaan die hem nu nog bespaard gebleven is.

Terwijl hem makkelijk naïviteit verweten kon worden, bracht Hamilcars ogenschijnlijke zachtmoedigheid de huurlingenleiders in grote verwarring. Zij vreesden dat hun leger, dat vanwege de culturele verschillen als los zand aan elkaar hing, "zich op die manier ertoe zouden laten verleiden de straffeloosheid die hun werd aangeboden te accepteren".

Roep om wraak
Velen gingen in op het aanbod van Hamilcar, tot grote angst van de rebellenleiders. Zij gingen daarom - net als IS nu doet - over tot 'nieuwe goddeloosheden' om het Carthaagse volk ertoe te verleiden de verzoenende houding te laten varen. Iedere Carthager die de huurlingen in handen kregen, werd om het leven gebracht - de handen sneden zij af, en stuurden die op naar Carthago, anderen werden verminkt en levend in een gracht gegooid.

De ontsteltenis onder de Carthagers, vergelijkbaar met de huidige ophef over IS, was dermate groot dat alle amnestieregelingen onmiddellijk werden opgeschort en de roep om wraak door heel het Carthaagse gebied galmde.

Op het eerste gezicht maakte Hamilcar als een zachte heelmeester stinkende wonden. Maar wie beter keek, zag dat hij precies bereikte wat hij wilde: op de golf van deserties die hij teweegbracht, volgden verdeeldheid en interne repressie bij de vijand. De huurlingen die geen gebruik hadden gemaakt van de amnestieregeling werden vervolgens in een nietsontziende strijd allemaal om het leven gebracht.

Hamilcar toonde aan wat menigeen meer dan tweeduizend jaar later nog steeds niet lijkt te begrijpen: een clemente houding van de overheid is de ergste nachtmerrie van iedere terroristenleider, omdat het afvalligheid aanwakkert. Ontbreekt een dergelijke ontsnappingsclausule, dan hebben de radicalen geen andere keus dan de strijd voort te zetten.

Grenzen
Zo zocht een groep van 35 Britse jihadisten afgelopen zomer contact met terrorismeonderzoekers in Londen. Ze zeiden dat ze naar hun land terug wilden, en dat ze zich best wilden laten opnemen in een deradicaliseringsproject. Toch kozen ze ervoor om in Syrië te blijven uit angst voor de lange gevangenisstraffen die hun te wachten stonden bij terugkeer.

Er zijn wel grenzen aan clementie. Een koppensneller kun je niet op vrije voeten stellen bij terugkomst, dat zou het rechtssysteem ontregelen en een heftige maatschappelijke tegenreactie teweegbrengen. De meeste buitenlandse jihadisten zijn (nog) geen koppensnellers. Maar er zullen er spoedig meer komen, als we de huidige politieke en juridische koers voortzetten.

Dat IS niet de moeite neemt om in executiefilmpjes de gezichten van beulen te bedekken, is juist om te voorkomen dat de strijders ooit nog op vergiffenis kunnen rekenen in hun thuisland. Voor deze lieden is clementie onmogelijk: hun lot is voor altijd verbonden met dat van hun organisatie.

Als wij afvalligheid bestraffen, zit er voor twijfelende IS-strijders niets anders op dan hun misdadige loopbaan voort te zetten tot het bittere eind. Een leger van duizenden buitenlandse strijders dat vecht voor lijfsbehoud betekent niet alleen een catastrofe voor Syrië en Irak, maar in de toekomst mogelijk voor de halve aardbol.

Reïntegreerprogramma
Wie denkt dat vergevingsgezindheid iets is voor regeringen met slappe knieën, heeft het mis. Colombia, El Salvador, Saudi-Arabië, Israël en Algerije zijn slechts enkele voorbeelden van landen met allerminst lankmoedige regeringen die uiteindelijk (zij het meestal te laat) inzagen dat zij de strijd niet konden winnen met louter grof geweld.

In Colombia richtte de regering elf jaar geleden het zogeheten ontwapen-, demobiliseer- en reïntegreerprogramma op, dat guerrilla's (met uitzondering van de top) de mogelijkheid biedt om een nieuw bestaan op te bouwen: in ruil voor overheidshulp, bijvoorbeeld bij het vinden van een baan, moet de spijtoptant informatie verstrekken over zijn organisatie en de staat helpen om meer rebellen tot desertie aan te zetten.

Dat moeten wij ook doen met strijders in Syrië die geen aanwijsbaar grove misdaden hebben begaan en die overwegen terug te keren. Stuur ze niet direct de gevangenis in, laat hun straf afhangen van hun medewerking met de autoriteiten: zij beschikken over een schat aan informatie, waarvoor veiligheidsdiensten doorgaans bereid zijn om het leven van hun beste mensen op het spel te zetten.

Deze week werd ex-Syriëganger Maher H. tot drie jaar cel veroordeeld voor deelname aan de strijd van IS. Hij zal wel iets anders hebben uitgespookt dan hij zelf zei ('humanitaire hulp'), maar als hij geen gruwelen heeft begaan, dan is die straf een tactische misser.

Het mes snijdt aan twee kanten. Omdat medewerking met een veiligheidsdienst een halsmisdrijf is in iedere guerrillabeweging, maak je terugkeer naar Syrië vrijwel onmogelijk. Bovendien werkt niets afschrikwekkender voor potentiële Syriëgangers en is niets zo demoraliserend voor terreurbewegingen als voormalige terroristen die uit de school klappen.

'Tikkende tijdbommen' maak je niet onschadelijk door ze te verplaatsen. Een waterdicht systeem bestaat niet, maar dit is het hoogst haalbare. Pas als de meeste terroristen terug zijn in Nederland en er geen potentiële terroristen meer vertrekken, kan Nederland rustiger slapen.

Ghassan Dahhan (1985), buitenlandredacteur van Trouw, is politicoloog en specialist terrorisme en gewapende opstanden in het Midden-Oosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden