Welkom in de mooiste kamer van mijn huis!

De allermooiste waren ze in onze ogen niet. Toch hebben we tussen de ’verliezers’ óók prachtige tuinen gezien.

Nicolien van Doorn

Ook dit jaar hebben tientallen Trouw-lezers meegedaan aan de Tuinwedstrijd. Wij bekeken de foto’s, lazen de beschrijvingen, maakten een selectie en gingen op pad om acht tuinen van nabij te bekijken. De meeste waren verregend, de rozen waren al op hun retour en de lavendel was uitgebloeid, maar gelukkig hadden we altijd nog de foto’s waarop te zien was hoe de tuinen er bij hadden gelegen toen de zon nog scheen.

In Gieten, een dorp ten oosten van Assen, ligt de ’Hof van Sibe’ van Carel en Janny Emmerink. Bij de naam ’Sibe’ denk je aan stoere Kelten met geheimzinnige rituelen. En inderdaad, met zijn verschillende kamers en verborgen hoekjes doet deze tuin geheimzinnig aan. Pas wanneer Carel zijn dolenthousiaste hond tot de orde roept, realiseren we ons waar de naam vandaan komt.

De hond heet Sibe.

En ja, de tuin is van hem.

Dertien jaar geleden was de Hof van Sibe een lang, smal weiland van 115 bij 17 meter. Om die lengte te breken hebben Carel en Janny Emmerink de tuin in kamers verdeeld. Ze zijn achterin begonnen met een vogelbosje. In het stuk daarvoor plantten ze hoogstambomen, daarna legden ze de borders aan. Haaks op het terras kwam de vijver te liggen, waardoor een prachtige zichtlijn ontstond.

De tuin is er niet alleen voor de bewoners, ook aan dieren is gedacht. Afgezien van hond Sibe zijn dat de rupsen die, tot het moment dat ze vlinder zijn, hun eigen brandnetelhoek hebben. De rommelhoekjes en stapels snoeihout zijn een schuilplaats voor egels, padden, kikkers en insecten. En de kersen die zo hoog hangen dat de familie er niet bij kan, zijn voor de spreeuwen.

Ook het ’Koppersbos’ in Oostvoorne is een tuin met een hoge diervriendelijkheid. Tussen de planten jagen de poezen op vogels, in de vijver wonen kikkers en schildpadden, het kippenhok is geannexeerd door egels, maar dat geeft niet want de kippen slapen toch liever ergens anders. Rustpunten in de tuin zijn de met clematis en blauwe regen begroeide bogen, waaronder 600 soorten hosta’s groeien. En de enorme vijver, met een beek die een hoogteverschil heeft van maar liefst twee meter!

Een van de sfeervolste tuinen die we op ons rondje Nederland hebben gezien ligt in Schiedam. Daar heeft mevrouw De Boer al 25 jaar een volkstuin, waar ze van april tot oktober woont. Vraag niet hoe ze het voor elkaar gekregen heeft, maar op een vierkantje van slechts 250 vierkante meter is het haar gelukt ze alle denkbare landschappen te ’verzamelen’. Er is een bos van alle oude kerstbomen, een heideveld, een rozenhoek, een sloot, terrassen en een speelwei. De verschillende afdelingen zijn met elkaar verbonden door het ’fruitpad’, waarlangs een walnotenboom staat, een perzik, een abrikoos, een peer, een vijg („Daar maak ik jam van”), kiwi- en bessenstruiken.

Kleine tuinen mogen dan minder imposant zijn dan grote, door hun beslotenheid zijn ze vaak wel knusser. Dat ervaren we in de Amsterdamse stadstuin van Joice Jocelyn en haar man. Van een tegelplaatsje met onkruid hebben ze een terras gemaakt met brede borders rondom. „Voor ons is tuinieren de beste manier om te ontspannen na een dag hard werken”, zeggen ze.

Bij de tuinen die we uit tijdgebrek niet hebben bezocht, waren er heel wat waar we toch graag heen waren gegaan. Een daarvan is de natuurtuin van Martin van Leest uit Breda. Drie jaar lang heeft hij uit een kaal grasveld al het onkruid weggetrokken. „En nu is het een natuurtuin met veel vogels, bijen en vlinders”, schrijft hij. Ook in de tuin van Leon Mesker uit Ameide wemelt het van de insecten. „Mijn hele tuin is ingericht op het lokken van vlinders, bijen en hommels”, schrijft hij. „Er zijn er zoveel, dat ook veel padden, kikkers, vogels en vleermuizen hier een maaltje kunnen vinden.”

Een tuin kan ook een bergplaats zijn van herinneringen. Erwin Kloosterman uit Schagen heeft buxusboompjes, die hij en zijn vrouw 19 jaar geleden kregen met hun trouwen. „En tussen de bonte hulst en de buxus ligt een steen. Dat is de rustplaats van onze cavia Snuf.”

De tuin van de familie Vernooij uit Lathum is wat je noemt multifunctioneel. Ze eten verse groente en fruit uit de tuin of de kas en genieten ’s avonds van het uitzicht en de geuren. „Maar bovenal wordt er flink getuinierd. Niet te moeilijk, maar vooral om te ontspannen.”

Je kunt de taken natuurlijk ook verdelen, schrijft Teun Huisman uit Blaricum. „Ons tuinplezier wordt gedeeld: de een werkt erin en de ander zit en zont erin.” Wie van hen tweeën werkt of zont, laat hij in het midden, maar wij hebben zo onze vermoedens.

Het zal niemand verbazen dat een tuin bij uitstek een inspiratiebron kan zijn voor poëtische gedachten. „Welk een weldaad is het om na gedane arbeid in de tuin uit te puffen en te genieten van de rust en de ruimte om me heen. Hoe mooi is het de kleurige bloemen trots te zien bloeien, welk een vrolijkheid stralen ze uit. Dan vergeet ik al het werk, de wekelijkse gang met de grasmachine en wil niet denken aan de kortstondigheid van hun schoonheid. O, kon dit maar eeuwig duren!”, verzucht Henk Sieben uit Rekken.

Clary Tromp-Eversdijk uit Franeker doet niet voor hem onder: „Welkom in de mooiste kamer van mijn huis... Waar de meeuwen krijsen onder de klanken van het carillon... Grijze duiven hun versteende evenbeeld met een bezoek vereren... Vlinders aan hink-stap-sprong doen... Talloze insecten eindeloos dansen tussen steeds weer nieuwe kelken... en ik op adem kom.”

Na deze verheven zinnen brengt mevrouw C. B. Rijswijk-Samsom uit Landsmeer ons weer met beide benen terug op aarde. Haar tuin ligt aan een druk kruispunt, waar per dag zo’n 10.000 motorvoertuigen passeren. „Rondom ons huis komt hoogbouw en om onze privacy te waarborgen hebben we snelgroeiende struiken geplant. Het uitzicht in de tuin vanuit het appartementencomplex wordt hierdoor ’s zomers zo’n 50 procent verminderd. Hoewel er natuurlijk verkeerslawaai is, is dit toch een oase van rust voor ons.”

Ja, Nederland is een vol en druk land, waar je al blij mag zijn als je een klein lapje groen hebt. Zelfs al staat het dan vol met zevenblad en paardebloemen. Anneke Maan had zo’n lapje. Ieder jaar opnieuw bond ze de strijd aan met dat onverwoestbare onkruid. „In het begin lukte het nog wel om het in bedwang te houden, maar had ik er even niets aan gedaan, dan moest ik het onderspit delven”, schrijft ze. De verleiding om de tuin te bestraten werd steeds groter. „Maar ik bleef het uitstellen, omdat ik er als een berg tegen opzag.” Dit duurde totdat ze met haar zoon een weekendje weg ging. Toen ze thuiskwam wist Anneke Maan niet wat ze zag: „Mijn hele familie had mijn tuin verbouwd! Een nieuwe schutting, een nieuwe schuurdeur, verlichting, mooie steentjes met grote grijze tegels, mooie potten met planten en zelfs nog een stukje gras. Pas achteraf bleek dat het allemaal afgesproken werk was geweest....”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden