Welkom Europa

'Bewakers van waarden en normen, opgelet! De Europese botsing van culturen is nabij. Want hoe verwesterd en integratiegretig de landen in dat getergde Oost-Europa ook lijken, het is grotendeels schijn. Denkt men hier echt dat een land als Roemenië met een eeuwenoude traditie van corruptie, met een gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheidszin, met een roof- en plukmentaliteit, hapsnap te veranderen valt naar Europese normen?' De schrijfster Nausicaa Marbe bezoekt haar geboortestad Boekarest.

Een mooi voorbeeld van het ingewikkelde, soms onnavolgbare Roemeense denken. Altijd de werkelijkheid verdraaien, altijd achterdocht. Maar het wordt nog mooier: de regisseur weet de ambtenaar ervan te overtuigen dat hij geen dief is en hij mag aangifte doen. In een piepklein kamertje krijgt hij een formulier om in te vullen. Hij moet een tafeltje delen met een slonzige, norse vent die eveneens zit te krabbelen op een formulier. Pal naast hem staat een agent. Als de regisseur zijn buurman beter bekijkt, ziet hij dat diens linkerpols met handboeien aan de verwarming is vastgeklonken. Dit is Roemenië, luidt zijn conclusie.

Typerend is de democratische verworvenheid dat zelfs wie gearresteerd is zijn papieren eigenhandig in orde mag maken. Wat kan de Europese Unie nog meer wensen van Roemenië, tot nu toe zo ongeveer de minst aantrekkelijke kandidaat-lidstaat?

Roemenië heeft de Unie hard nodig. De Unie daarentegen zou Roemenië kunnen missen als kiespijn, ware het niet dat het Karpatenland nu eenmaal tot Europa behoort. Het verstandshuwelijk komt op gang. Mogelijk komt nog in december dit jaar tijdens de EU-top in Kopenhagen aan de orde wanneer en onder welke voorwaarden Roemenië toegelaten zal worden. Er is haast geboden bij de uitbreiding, waarschuwden onlangs ex-premier Kok en zijn zittende collega's Blair en Aznar. Want de EU-scepsis groeit, de rechts-populistische wind die hier waait is niet uitbreidingsgezind en de doemscenario's stapelen zich op. Floreert Europa straks als welvarende wereldmacht of gaat het ten onder aan doodzieke economieën?

In mijn geboortestad Boekarest liggen de argumenten voor of tegen uitbreiding voor het oprapen. Roemenië is sinds het einde van de Koude Oorlog zo ijverig aan het veranderen dat verleden en toekomst naast elkaar zijn komen te staan: oude rampen naast ambitieuze toekomstvisioenen, onuitroeibare gewoonten naast vermetele vernieuwingen, de dreigende waakzaamheid van vroegere beulen naast het verfrissende elan van de jongere generatie. Nergens zijn de tegenstellingen zo scherp als in een land dat zich haast om niet achter te blijven in de geschiedenis.

Maar zullen Europa en de Europeanen - ruim tachtig procent van hen schijnt geen idee te hebben wat de uitbreiding behelst - de tijd nemen om ernaar te kijken? Dan doel ik niet zozeer op de economische balans of het strenge Brusselse verlanglijstje dat mondjesmaat wordt afgewerkt. Beter kunnen ze kijken naar de broeikas van maatschappelijke experimenten in een land tussen twee culturen: het ancien régime en de West-Europese moderniteit. Naar de alledaagse werkelijkheid die soms zo surrealistisch is dat je je afvraagt of Brussel daar rijp voor is. Naar dat Wilde Oosten dat als een onrustige blindedarm de vrede in het Europese lichaam zou kunnen verstoren.

De toekomst van Europa bestaat al - op ruim twee uur vliegen van Schiphol.

Er rijden in Boekarest meer auto's dan in Amsterdam. Duurder, mooier, nieuwer. Zo nu en dan komt er zelfs een zesdeurs limousine langs, eigendom van een casino, hotel of bordeel. Hardnekkige geruchten willen dat zo'n onding onlangs een europarlementariër heeft vervoerd naar het boudoir van een dame van lichte zeden. Boekarest is dol op zulke verhalen. Niet vanwege de implicatie van seks, maar om die van intimiteit met de Unie. Onderhandelingen op regeringsniveau overtuigen tenslotte minder dan een amoureuze verpozing van zo'n man uit Brussel met een meisje 'van hier'. Wat tussen de lakens begint, wordt bezegeld in de schijnwerpers van de internationale politiek, zo leert ons de geschiedenis.

Wat zou die europarlementariër vanuit zijn limousine gezien hebben? Als hij in het verleden Boekarest heeft bezocht, dan zal hem de metamorfose van de weg van het vliegveld naar de hoofdstad zijn opgevallen. Twintig jaar geleden voerde die langs dorpen met knusse boerenhuizen in boomgaarden. Vijftien jaar geleden vraten bulldozers zich een weg door de landelijke vrede om plaats te maken voor flats; de eerste verdieping raakte al in verval terwijl aan de laatste nog werd gebouwd. Alles wat oud was, moest weg van Ceausescu. Dat beeld was overheersend. Tot het zo'n drie jaar geleden weer weggevaagd werd door een wildgroei van bedrijven. De showroom van Alfa Romeo. Kantoor annex garage van Volvo. Kodak. Maggi. Drive-in disco-theken. Shell-benzinepompen. Winkelparadijzen, tuincentra, zwembadenshowrooms. Met om de vijftig meter een jubelende reclameposter van Nationale Nederlanden. Het leven begint zelfs in Roemenië de moeite van het verzekeren waard te worden.

De europarlementariër kijkt ernaar en geeuwt vermoedelijk. Zelf kreeg ik een brok in de keel. De weg tussen het vliegveld en Boekarest heeft de geschiedenis vervalst. Niets herinnert meer aan hoe het was, hoe het nooit meer mag zijn. Zo snel al.

Onderweg naar het centrum. Uit de ramen van de limousine is een stad te zien met hobbelige straten, mooie, maar al te vaak vervallen barokke huizen, stofwolken, woekerende rozenstruiken, slenterende straathonden, metershoge reclameborden, onafgebroken stromen mensen en auto's over brede boulevards. De overheersende lelijkheid van de schurftige flatgebouwen uit de jaren tachtig, maar ook de weldadige schaduw van bomen zo oud dat niemand hun leeftijd nog kent.

Maar kijkt de man uit Brussel beter, dan ziet hij ook de andere stad. De stad van beloftes. Die van patat-multinationals en Italiaanse modekoningen, van internetcafés en mega-softwarewinkels, van vuilnismannen die ineens witte handschoenen dragen, van villa's met tennisbanen of zwembaden op het dak, van schoolpleinen waar jongeren in hiphopkledij marihuana roken, van onbetaalbare cabrio's waarin bodyguards over adembenemend mooie vrouwen waken, van biertuinen waar nog ver na middernacht malse koteletten op de grill worden gegooid en van grand cafés vol jonge ambtenaren die niet eens meer weten wat een eenpartijstelsel was. Een stad van alles wat ooit zo ver weg en ondenkbaar leek en ineens zo vanzelfsprekend is.

Hoe dicht komen oost en west bij elkaar, althans in schijn! De markteconomie heeft maar één make-up doosje en schildert daar telkens weer hetzelfde gezicht mee. Geen wonder dat de Roemenen zichzelf rijp voor de Unie achten.

Werd er tien jaar geleden tijdens lunches - en die duren hier zes uur, waarbij hele kippen, karpers en zwijnen met rivieren zwartrode wijn worden weggespoeld - uitsluitend over de Navo gepraat, nu is Brussel het onderwerp. De onderhandelingen over toetreding tot de Navo zijn zeer vergevorderd, weet mijn tante als ze het vierde tussengerecht serveert. Nu Europa nog, verzucht mijn oom en steekt zijn sigaar op. Mijn tante heeft zelfs gehoord dat volgend jaar de euro als betaalmiddel wordt geïntroduceerd, als teken van goodwill. Ze glundert. Dat de euro alles duurder maakt en daarmee het leven nog zwaarder - de inflatie in Roemenië bedraagt ruim 40 procent en meer dan de helft van de bevolking leeft op de armoedegrens - wuift ze weg. De euro, houdt ze vol, is het bewijs dat de vorige eeuw voorgoed passé is. Die rottijd! Eerst Hitler, dan Stalin, dan Ceausescu. Erger dan dat kan de euro niet zijn.

Hoe ernstig de Europese zaak in Roemenië wordt opgevat, blijkt bij elke stap die je zet. Overal zie je de blauwe stickers met gele sterren van de Unie. Op hekken en deuren, op ramen en kozijnen, op kantoor- en overheidsgebouwen, bij de post en op de markt, op winkeletalages en kioskluiken, op autoruiten, zelfs op een bierviltje vond ik er een. Mijn oom die mij graag door de stad begeleidt, vertelt dat die sticker een teken is dat de Unie iets of iemand subsidieert. Er worden miljoenen euro's in het land gepompt, weet hij, een goede zaak. In een krant lees ik dat honderden miljoenen alweer het land verlaten, verduisterd door dubieuze politici of malafide zakenlui. Heeft Brussel dit risico ingecalculeerd?

De jonge generatie wordt in ieder geval enthousiast klaargestoomd voor de nieuwe wereld. Door het open raam van een klaslokaal van een lagere school zie ik een muur vol tekeningen. Het onderwerp: de EU. Op een van de velletjes prijkt het skelet van de huidige Unie met de oostelijke appendix extra dik aangezet. Daarboven een vredesduif met in haar snavel de Roemeense en de Europese vlag en met potsierlijke letters: 'Welkom Europa'. Nog niet eens zolang geleden moest ik op school een duif tekenen met de Roemeense en de sovjetvlag in de snavel. Welkom Europa, in het land waar euroscepticisme verboden is.

En kijk hoe bedrieglijk die glimlach naar het Westen kan zijn. Niet altijd uit kwade wil, wel uit onmacht. Tegen de corrupte tradities van het land zijn weinigen opgewassen. In de rij bij een pinautomaat (nog geen tien jaar geleden was de sok de veiligste bankrekening) ontmoet ik een wanhopige vriendin. Ze moet van de gemeente voor de renovatie van haar flat tienduizend euro betalen. En dat terwijl het gerucht ging dat Brussel zou betalen voor het herstel van historische gebouwen. Maar de subsidie daarvoor, zegt een ander gerucht, wordt door Roemeense ambtenaren naar hun ad hoc opgezette bouwbedrijven gesluisd. Welkom Europa, in het land waar creatief met Europese uitdagingen wordt omgegaan.

Geruchten verspreiden zich snel in Boekarest en lopen de waarheid omver. Zo hoorde mijn oom - sinds 1947 door de communisten beroofd van zijn achthonderd hectare tellende landgoed - dat de landerijen eindelijk teruggegeven zouden worden. De daartoe bestemde wet bleef onder drie regeringen in het parlement steken. Niemand weet precies hoe het ermee staat. Wie land terug wil, moet wekelijks bellen met de directeuren van de agrarische staatsbedrijven om te kijken of er te onderhandelen valt. Veel flessen drank en enveloppen vol euro's later kun je misschien overeenstemming bereiken over eigendomspapieren.

Natuurlijk wil ik mee naar het kleine stadhuis op het platteland waar hij een laatste handtekening moet zetten. Daar blijkt de burgemeester dronken en zijn assistent analfabeet. Er moet nog meer drank aan te pas komen, wil mijn oom zijn dossier mogen inzien. En wat blijkt? Op alle papieren, die van de gemeente, van het provinciehuis en van het ministerie in Boekarest, is zijn naam anders gespeld. Alles moet opnieuw, zegt de assistent, alsof hij vergeet dat mijn oom vijf jaar nodig had om alle papieren bij elkaar te brengen. Mijn oom is een hartaanval nabij, maar ineens houdt zijn paarsgeworden kop op met schreeuwen.

'Hoeveel geld heb je bij je?' vraagt hij me in het Frans. 'Cinquante euro.' 'Geef hier.' Een kwartier later heeft hij zijn akte van eigendom. Welkom Europa, in het land dat zijn administratieve apparaten hervormt volgens de richtlijnen van het acquis communautaire, het Brusselse regelboekje.

Op de terugweg naar Boekarest zien we dat een kleurrijke zigeunercaravan, die we op de heenweg passeerden, door vijf politiewagens van de weg is gehaald. Kinderen en honden springen uit de lompenstapels op de karren, besnorde mannen met zwarte hoeden laten de teugels van hun paarden los. 'Stop', roep ik tegen mijn oom, 'dit wil ik zien.' Maar mijn oom geeft gas. 'Wegwezen, hier vliegen straks kogels.'

Vier jaar geleden betreurde een taxichauffeur in Boekarest het dat Hitler niet alle zigeuners en Joden had afgemaakt. En hij was niet de enige met dergelijke ideeën die ik daar tegenkwam. Omdat hij honderdvijftig kilometer per uur reed, kon ik niet uit zijn met porno-plaatjes gestoffeerde auto springen. Nu loop ik met mijn dochter door deze stad en ben ik bang om haar oudtestamentische naam hardop te zeggen. Dat alle Joden aan het gas moeten, kan tegenwoordig zelfs in hartje Amsterdam worden gezegd - straffeloos. Dus waarom zouden ze zich hier inhouden? Toch is het antisemitisme nu wat minder opzichtig. Een Joodse vriendin meent dat de Roemenen nog steeds een hekel aan Joden hebben, maar milder gestemd zijn door de situatie in Israël. Zich opblazende Arabieren vinden ze nog enger dan het volk van Mozes.

Maar niet heus. Op internet vind ik een verontrust verslag van een Joodse meneer die undercover een antisemitische samenscholing bezocht. Wie trof hij daar tot zijn verbazing aan? Geen skinheads, maar mensen 'zoals u en ik'. Nette familievaders, keurige gepensioneerden, jongelui, middenstanders, zelfs artsen, ingenieurs en professoren. Allemaal bang, allemaal ontevreden. Welkom Europa in het land waar rassenhaat niet iets is om je voor te schamen. En dan heb ik niet eens de krant Romania Mare genoemd, waarin Joden al op de voorpagina worden uitgescholden. Voorzover ik weet heeft niemand daar ooit een gevangenisstraf voor geriskeerd. Knijpt de EU straks ook een oogje toe?

Hartje Boekarest, het plein van de universiteit, toneel van de decemberrevolutie van '89. Ook nu drommen daar vlakbij mensen samen. Ik ben op zoek naar een Japans restaurant - jawel, de internationale horeca floreert in Boekarest - maar stuit op dranghekken. Wat nu? Blijkt dat verderop de Amerikaanse ambassade huist en er staan honderden mensen in de rij voor een visum. Jonge mensen, de zon trotserend in zomerse mantelpakken en kostuums. Je ziet hun moeders al huilen als hun vliegtuig vertrekt. Hoeveel zullen daadwerkelijk in Amerika belanden, hoeveel zullen elders hun geluk zoeken?

Bewakers van waarden en normen, opgelet! De Europese botsing van culturen is nabij. Want hoe verwesterd en integratiegretig de landen in dat getergde Oosten ook lijken, het is grotendeels schijn. Denkt men hier echt dat een land als Roemenië met een eeuwenoude traditie van corruptie, met een gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheidszin, met een roof- en plukmentaliteit, hapsnap te veranderen valt naar Europese normen?

Mijn oudste vriend in Boekarest leeft al jaren in zo'n tussentijd. Al veertig jaar twijfelt hij of hij naar Israël moet emigreren. 'Wat vind je ervan?' vraag ik hem nadat ik gehoord heb dat Roemenië slechts vijf jaar nodig zegt te hebben om klaar te zijn voor de EU. Hij barst in lachen uit: 'Het is hier 2000 jaar lang niet gelukt om iets te veranderen en dat moet nu in vijf jaar?!'

Hij is de eerste die ik zo overtuigd pessimistisch hoor. 'Waarom ga je niet eindelijk naar Israël?' vraag ik. 'Ben je mal', zegt hij, 'straks gaat er wél iets veranderen en heb ik het gemíst!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden