Welke valkuilen dreigen na een aanslag?

Burgemeester Jan van Zanen van Utrecht geeft met de politie en het Openbaar Ministerie een toelichting op de schietpartij in de stad. Beeld ANP

Naast de lof voor het overheidsoptreden na de aanslag in Utrecht was er ook kritiek. Op de communicatie met name. ‘Achteraf is het makkelijk oordelen.’

 Op 22 juli 2011 laat Anders Breivik een bom afgaan in de regeringswijk van Oslo. Bij de aanslag komen acht mensen om het leven. Enkele uren later richt de Noor een bloedbad aan op het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaal-democratische partij een zomerkamp houdt. 69 doden.

In de nasleep van deze aanslagen kreeg de Noorse politie het zwaar te verduren. Waarom had ze dit niet zien aankomen? Ze had immers berichten ontvangen dat Breivik iets kwaads in zin had. Foto’s bijvoorbeeld waarop hij zich in een politieuniform hees. In die vermomming was hij naar Utøya afgereisd.

Dat was achteraf gepraat, zegt Arjen Boin, hoogleraar publieke instituties en openbaar bestuur aan de Universiteit Leiden. “Dat zie je altijd. Achteraf weten we allemaal wel wat er aan de hand was en wat er had moeten gebeuren. Maar de politie kreeg op die dag duizenden van dit soort berichten. Vis dat ene er dan maar eens uit. En zie er de ernst van in. Het had ook een gewone agent kunnen zijn die zich stond om te kleden.”

Het is één van de valkuilen die nu dreigen na de aanslag in Utrecht van afgelopen maandag: we oordelen vaak met de kennis van nu. Een andere valkuil: we oordelen te snel. Boin: “Wij weten nu nog niet wat de autoriteiten die maandag wisten. Kort na zo’n aanslag is nog veel onduidelijk en onzeker. Gaat het om één dader, of waren het er meer? Die kwestie speelt bij elke aanslag. In het begin is er altijd sprake van meerdere schutters. Meestal is het er maar één. Die onzekerheid is er ook bij de politie. En soms weten ze het wel maar kunnen ze er in het belang van het onderzoek niets over zeggen. Daarom vraag ik u: schort uw oordeel nog even op.”

Dat advies bereikte niet iedereen. Al snel kwam er kritiek op de communicatie. Op burgemeester Jan van Zanen die voor zijn beurt sprak en te vroeg vertelde dat twee verdachten waren vrijgelaten. En op het NL-Alert dat iedereen opriep binnen te blijven, maar pas vier uur na de aanslag werd verspreid. Boin: “Ook hier geldt weer: je weet niet wat ze wanneer wisten. Het uitgangspunt in Nederland is dat we het normale leven zoveel mogelijk laten doorgaan. Als je alles plat gooit, creëer je weer nieuwe problemen. Files bijvoorbeeld. Hulpdiensten die daarin vast komen te staan. Stel dat zij meteen bevestigd hadden gekregen dat de dader bewapend was, terwijl niet bekend was waar hij uithing. Ja, dan kun je zeggen: ze hadden dat Alert meteen de deur uit moeten doen. Bovendien, zij hebben geen videoscheidsrechter, zij kunnen de beelden niet nog eens bekijken, zij moeten in real time een beslissing nemen.”

Sociale media

Als je ergens mee naar buiten komt, moet je zeker zijn van je zaak, zegt Jan van Dijk, emeritus hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit Twente. “Honderd procent zeker, dubbel gecheckt. Want als je informatie niet deugt, moet je het herstellen en dat maakt de mensen alleen maar banger. Maar ja, de autoriteiten staan onder enorme druk, ook door het verkeer op de sociale media.”

Daar denkt Wouter Jong, waarnemend directeur bij het Genootschap van burgemeesters en docent crisiscommunicatie aan de Universiteit Leiden, anders over. “Je probeert zo veel mogelijk informatie met de bevolking te delen. Zodat mensen weten wat er is gebeurd, wat er wordt gedaan om de crisis onder controle te krijgen. Wat de overheid van hen verwacht en wat men van de overheid kan verwachten. We wachten tegenwoordig niet meer totdat alles zeker is. We vertellen wat we weten, maar ook wat we nog niet weten. Mensen snappen dat het een tijd duurt voordat de puzzel is gelegd.”

Daar komt veel improvisatietalent bij kijken, zegt Van Dijk. “Er zijn wel handboeken voor, en protocollen. Maar iedere aanslag is weer anders. Daar moet je op inspelen en daar ben je de ene keer gelukkiger in dan de andere.”

Alle scenario's

Zo gaat het niet, reageert Boin. “Er wordt niet geïmproviseerd. Als er één kwestie is waar Nederland zich goed op heeft voorbereid, is het een terroristische aanval. Daar hebben de grote steden en de veiligheidsdiensten eindeloos op geoefend. Het is niet zo dat ze zich nog afvragen wat ze moeten doen als iemand met een geweer door de stad doolt. Alle mogelijke scenario’s zijn uitgedacht en als de situatie zich voordoet, weet iedereen wat er moet gebeuren.”

Dat neemt niet weg dat de communicatie consistent moet zijn. Boin: “Je kunt niet zeggen: er is niets aan de hand, maar blijft u allemaal binnen. De premier kan ook geen persconferentie geven en daarna op vakantie gaan. Dat begrijpen de mensen niet. De communicatie moet een samenhangend geheel vormen. Dat wil zeggen, de informatie moet feitelijk juist zijn: dit is wat we weten. Vervolgens zet je een frame neer: dit is er volgens ons aan de hand. Bijvoorbeeld, je sluit een terroristische aanval niet uit. En ten slotte moet het handelingsperspectief voor de burger daarmee in overeenstemming zijn. De scholen gaan dicht en iedereen moet binnen blijven.”

Rob van Bree (links) van politie Midden-Nederland aan het woord op de persconferentie. Naast hem burgemeester Jan van Zanen en Rutger Jeuken van het Openbaar Ministerie. Beeld ANP

Dinsdag verbaasde Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme in Leiden, zich er over dat de verkiezingscampagne was stilgelegd. “Dan denk ik: jongens, juist als terrorisme het motief is, moet je dat niet doen”, zei Bakker in deze krant. “En als terrorisme niet het motief is, dan slaat het werkelijk helemaal nergens op. Ik ben daar vrij fel in, ik vind het niet passen.”

Ook Jan van Dijk uit Twente vindt dat er van het stilleggen een verkeerd signaal uitgaat. “Het doel van de terrorist is immers een verbreiding van angst en een verstoring van onze democratie. Als het een terrorist was, had hij nu gescoord. Ik vind dat politici duidelijk uiteen moeten zetten hoe ze erin staan. Dat ze het heel erg vinden, maar dat ze doorgaan met hun werk, net als iedereen.”

Opmerkelijk, vindt Boin. “Het is bijna een ritueel zoals we op zoiets als een aanslag reageren. Het gewone leven gaat verder, maar sommige activiteiten, zoals een feest of een voorstelling, niet. Mij lijkt het gewoon niet gepast om zo kort na de aanslag over het grondwaterpeil te debatteren. Dat zie ik niet als ‘in de kaart spelen’.”

Mannen in burger

Drie jaar geleden begon een 18-jarige Duitser van Iraanse afkomst in een McDonald’s in München om zich heen te schieten. Hij verliet de eettent waarna hij ook buiten veel slachtoffers maakte. Toen hij zichzelf doodschoot, had hij negen mensen gedood en 35 ernstig verwond. De politie ging aanvankelijk uit van een terroristische aanslag – de man bleek later depressief te zijn, media spraken over drie daders, maar wie de gebeurtenissen die vrijdagavond op Twitter volgde, kreeg de indruk dat München bestormd werd door een terroristische groepering.

Al snel waren specialistische eenheden op de onheilsplek afgestuurd, verklaart Boin. “Dat zijn mannen in burger, maar gewapend met grote geweren. Twitteraars zagen het verschil niet met terroristen. Hun berichten gingen snel viraal. Zie dat dan nog maar eens als crisisteam te ontzenuwen. De mensen die daar zitten weten ook niet precies wat er allemaal gebeurt.”

De overheid volgt de social media, zegt Wouter Jong van het Genootschap van burgemeesters. “Zie het als een thermometer, waar je aan kunt zien welke vragen er leven. Hoe de stad reageert op het verschrikkelijke nieuws. Je ziet in dit soort crisisomstandigheden dat mensen elkaar ook corrigeren als er geruchten worden geplaatst.”

Dat lijkt Boin een optimistische voorstelling. De meeste tweets en facebookberichten zijn in dit soort situaties onwaar. “Er is veel onzekerheid, waardoor mensen de lege plekken opvullen. Maar mensen zijn notoir slechte getuigen. Er is altijd veel ruis. Zo zijn er altijd meerdere schutters. Als een stad is overstroomd, zwemt er steevast een haai door de straten. Je kunt dat niet allemaal fact-checken. Dus alleen als het breed wordt overgenomen en er ongewenste reacties zijn – mensen gaan bijvoorbeeld ergens heen waar je ze niet wil hebben – dan moeten ze wel.

Risico's

Maar ja, dat kost veel tijd. En de informatie moet goed zijn. “De burger laat zich tegenwoordig niet meer alles zeggen. Hij wil zijn eigen risicoafweging maken en verwacht van de overheid daar nuttige informatie over. Bedenk wel, de mensen die het minste vertrouwen in de overheid hebben, zijn ook de mensen die het vaakst op dit soort berichten klikken. Men ging, soms tegen beter weten in, naar het 24 Oktoberplein om te kijken wat er gebeurd is. Daar moet je tegenaan communiceren. Als de informatie dan niet klopt, of ze gaan denken dat je iets achterhoudt, ben je nog verder van huis. Dan ben je je legitimatie kwijt.”

En dan mag het crisisteam in die hele geruchtenstroom niet dat ene pareltje missen. Boin: “Er zit natuurlijk ook nuttige informatie tussen. Tijdens zo’n crisis steken diensten ongelooflijk veel energie in die sociale media om maar niets te missen. Want je wilt niet dat achteraf blijkt dat ze op Twitter allang wisten waar de dader uithing.”

Lees ook:

Tussen psychische problemen en terrorisme zit een dunne lijn

Het Openbaar Ministerie houdt ‘ernstig rekening’ met een terroristisch motief voor de schietpartij in Utrecht, maar ook over de psychische gesteldheid van hoofdverdachte Gökmen T. bestaan vragen. ‘De grens tussen mentale problemen en terrorisme is vaak diffuus.’

‘Bij een aanslag moet je verkiezingscampagnes juist niet stilleggen’

Het is onbegrijpelijk dat politieke partijen na de aanslag in Utrecht hun activiteiten staakten, vindt hoogleraar terrorisme Edwin Bakker. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden