Welke sporten moeten ambities bijstellen?

Sportkoepel maakt vandaag bekend hoe geld wordt verdeeld

Het was altijd erg duidelijk. Als sportkoepel NOC-NSF het beschikbare geld voor de topsport verdeelde, kreeg eenieder een even groot deel. In Nederlands zijn iets meer dan 200 topsportprogramma's, die jaarlijks konden rekenen op een forse financiële injectie, opgebouwd uit gelden van het rijk (VWS), de Lotto en sponsoren. Aan die weelde komt een eind. In januari al werd besloten dat de gelden anders verdeeld moeten worden, vooral om de toptien-ambitie van Nederland vorm te geven.

Vanmiddag maakt NOC-NSF bekend welke sporten vanaf 2013 financieel gesteund zullen blijven of worden. Duidelijk is al wel dat Nederland 'acht' medaillesporten heeft, sporten die sinds 1948 voor het merendeel (96 procent) van de olympische medailles hebben gezorgd. Dat zijn wielrennen, paardensport, zwemmen, roeien, zeilen, hockey en judo als zomersporten en schaatsen als enige wintersport. Het lijkt daarnaast logisch dat NOC-NSF het succes van Epke Zonderland niet wil laten doodbloeden en dat ook turnen bij de 'grote' sporten wordt gevoegd, net als atletiek dat een enorme olympische status heeft.

Tot op heden was het zo dat de acht topsporten een kwart van het beschikbare geld mochten verdelen. De rest van de subsidietaart ging naar een keur van kleine sporten, of hun topsportprogramma's. Die tijd is echter voorbij. In de herverkaveling van het beschikbare geld zal een veel groter deel naar de topsporten gaan. Dat daarmee de ambities van tal van kleinere sporten worden geëlimineerd, neemt de sportkoepel voor lief. Het discutabele olympische adagium 'meedoen is belangrijker dan winnen' is daarmee in Nederland definitief verleden tijd. Of zoals NOC-NSF directeur Gerard Dielissen begin dit jaar zei: "Kiezen is verliezen, maar kiezen is ook winnen."

In de nieuwe constellatie krijgen nog maar ongeveer 80 topsportprogramma's financiële ondersteuning, nu zijn dat er nog 208. Binnen die 80 programma's vallen de drie zogenaamde topcategorieën: podiumprogramma (directe olympische medaillekans), potentialprogramma (kans op medaille binnen vier jaar) en talentenprogramma (medaillekans op langere termijn). Op de extra Algemene Vergadering van NOC-NSF in januari werd de forse koerswijziging van de sportkoepel met grote meerderheid aangenomen (176 tegen 39 stemmen), al sputterden enkele kleinere bonden nog flink tegen. De tijd dat midgetgolf en zweefvliegen ieder jaar een zak geld kregen, is echter voorbij.

De afgelopen maanden hebben alle bonden investeringsplannen en subsidieaanvragen gedaan bij NOC-NSF. Die plannen zijn stuk voor stuk beoordeeld door een panel van experts onder aanvoering van Jan Loorbach. De jurist en oud-chef de mission kreeg daarbij hulp van Charles van Commenee (oud-technisch directeur NOC-NSF), hockeyer Bram Lomans en twee sportbestuurders. Vanmiddag maakt de sportkoepel bekend welke bonden nog geld krijgen en welke bonden of sporten het voortaan moeten doen zonder substantiële bijdrage.

"Er is bij de beoordeling van de plannen vooral gekeken naar de prestaties of de potentie van prestaties", zegt woordvoerder Geert Slot van NOC-NSF. "De grootte van de bond was daarbij niet van belang. Een kleine bond met een goed topsportprogramma kan net zo goed geld krijgen als een grotere bond. Wel is het zo dat veel kleinere bonden erg afhankelijk zijn van de subsidiegelden. Mochten zij dus buiten de boot vallen, dan zullen ze die gelden echt missen. En dat is natuurlijk erg vervelend. Maar dit is wel de lijn waar de bonden met zijn allen voor gekozen hebben."

Nog slechts steun voor 80 topsportprogramma's

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden