Welke herinneringen blijven het langst hangen?

„De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schrijft Cees Nooteboom in de roman ’Rituelen’. Ons geheugen is onvoorspelbaar als de pest. Wil je op een naam komen, dan schiet hij je net niet te binnen. Wil je die vervelende ruzie voor eens en altijd vergeten, dan vergalt zij op de meest ongelegen ogenblikken je gedachten.

Welke herinneringen beklijven nu het langst? In eerste instantie denken we dan aan emotionele gebeurtenissen. De eerste grote liefde, of de eerste grote reis. Het overlijden van een dierbare, of een beroving. Emoties zijn de motoren van onze herinneringen. Bij een emotionele gebeurtenis vuren veel meer hersencellen dan gewoonlijk prikkels naar andere hersencellen. Daardoor nemen we op een intensere manier waar. Daarnaast worden emotionele gebeurtenissen ook beter opgeslagen in het langetermijngeheugen.

Maar er blijkt nog een ander effect op te treden, dat zich sterker manifesteert naarmate we ouder worden: een oververtegenwoordiging van herinneringen van tussen het twintigste tot vijfentwintigste levensjaar. Een tachtigjarige herinnert zich ineens weer gebeurtenissen van rond haar twintigste, terwijl ze niet eens wist dat die nog in haar geheugen zaten. Psychologen noemen dit het reminiscentie-effect. Psycholoog Douwe Draaisma besteedt er in zijn boek ’De heimweefabriek’ ruim aandacht aan. Hij beschrijft een Deens experiment uit 2003 waarin tachtig- en honderdjarigen ondervraagd werden over hun herinneringen. Bij beide groepen neemt het aantal herinneringen sterk toe van ruwweg het vijfde tot het vijfentwintigste levensjaar. Van het vijfentwintigste tot het vijfendertigste levensjaar neemt het aantal herinneringen sterk af. Daarna blijft het vrij constant, om pas weer toe te nemen bij recente herinneringen.

Deze verrassende resultaten laten zien dat de herinneringen die op hoge leeftijd opduiken, eerder bepaald worden door het reminiscentie-effect dan door de emotionele lading van de gebeurtenis. Emotionele gebeurtenissen zijn niet aan leeftijd gebonden, dus waarom zouden de herinneringen tussen ons twintigste en vijfentwintigste vaker opduiken dan herinneringen van een latere leeftijd? In het Deense experiment vertelde geen enkele honderdjarige over de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog –toen ze zelf al rond de veertig waren– maar deed de helft van de tachtigjarigen –die toen rond de twintig waren– dat wel.

Consensus over een verklaring van het reminiscentie-effect is er nog niet. Is het een natuurlijke eigenschap van onze hersenen dat ze herinneringen het beste opslaan rond het twintigste levensjaar? Of ligt het aan het feit dat we rond die leeftijd zoveel eerste en beslissende ervaringen meemaken? In ieder geval gaan eerste ervaringen gepaard met meer emoties dan gewoonlijk, en daarom worden ze beter opgeslagen in het geheugen.

Dit is de laatste aflevering van deze rubriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden