Poëzie

Welke debutant wint de C. Buddingh’-prijs?

Janita Monna (foto) schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Nog een ruime week en dan is er weer een jonge dichter blij. Want dan wordt de jaarlijkse C. Buddingh’-prijs uitgereikt. Een debuutprijs. 

Al zijn niet alle vier de genomineerde dichters even jong: ook op je zeventigste kun je debuteren, zo bewees Paul Meeuws, die overigens eerder al verhalen publiceerde. Hij is met ‘De geluiden’ een van de genomineerden.

De gedichten in dat debuut zijn als de langspeelplaat die het omslag siert: opnames van geluid, van wat het menselijk oor beroert tussen geboorte en sterven, en hoe dat natrilt.

Van de baby die voor het eerst zijn naam hoort, het kraken op de trap van een puberdochter die laat thuiskomt, en het snurken van een geliefde: ‘Nooit klonk zo vleesgeworden, / zo sudderend bereid tot spraak het woord/ als in dit snurken naast je in het kussen.’ Meeuws toon is bedaard, zijn poëzie is, ondanks alle muziek, verstild.

Hoe anders is dat bij de Vlaamse Tijl Nuyts, de jongste debutant. Zijn ‘Anagrammen van een blote keizer’ is de meest ongrijpbare van de genomineerde bundels. Alleen al de inhoudsopgave - twee titels in het Nederlands, de overige in wat waarschijnlijk Maltees is - doet je afvragen wat voor wereld je gaat betreden. Dat blijkt een sprookjesachtige zoektocht naar ‘Kuluri’. 

Een avontuurlijke reis die voert langs even schimmige als mythische personages als ‘meneer arrak’,‘la última’ en een ‘kleuter-krijger’: ‘in de mond van een personage dat niet de dichter is/ klinken woorden van vrouwen, knechten, dronkaards/ als duiven die koeren tussen de takken’.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Tijl Nuyts - Anagrammen van een blote keizer Beeld Trouw

Mosselblauwe schoenen

Het is een vrolijke hinkstapsprong door het Babylon van taal, vol eigengereide beelden waarin ‘kasseien/ blinken als mosselblauwe schoenen’.

Joost Baars (1975) is met ‘Binnenplaats’ een grote kanshebber. Met Nuyts deelt hij een fascinatie voor de poëzie van de Engelse dichter Gerald Manley Hopkins, maar verder hebben de bundels weinig gemeen. Baars is ingetogener, contemplatiever. Daar is ook alle reden toe, want een geliefde verkeert op de rand van leven en dood - ‘daar 112’de ik de taal die ik nog had’. Het indringende voorval leidt onder meer tot een serie ‘gerichte gedichten’, tastende gebeden tot een ‘Je’, een denken over aan- en afwezigheid.

De door literatuur (Faverey, Gorter, Schierbeek), filosofie en actualiteit geïnspireerde poëzie zit onmiskenbaar goed in elkaar, maar soms dringt het maken iets te veel naar de voorgrond. Baars raakt het meest als hij kwetsbaarheid laat doorschemeren: ‘de filosofie houdt zich te veel bezig/ met sterfelijkheid, en te weinig// met nataliteit, vond hannah arendt,// zeg je, opkijkend van je boek,/ met die guitige ogen van je,// die me een kind laten willen/ dat ik met jou// niet zal krijgen. (…)’

Toch is Vicky Francken - naast deze drie mannen de enige genomineerde vrouw - mijn favoriet. Haar ‘Röntgenfotomodel’ - ‘in de kom van je mond/ wassen gedachten hun handen’ - kwam hier eerder al eens aan bod.

De winnaar van de C. Buddingh’-prijs wordt op 1 juni, tijdens Poetry International, bekendgemaakt.

Joost Baars - Binnenplaats
Van Oorschot; 96 blz. €16,99

Paul Meeuws - De geluiden
Wereldbibliotheek; 64 blz. €19,99

Tijl Nuyts - Anagrammen van een blote keizer
Polis; 64 blz. €19,95

Beeld Trouw
Beeld Trouw
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden