Review

Weliswaar beschikte Hanlo over creatieve gaven, maar hij stak verkeerd in zijn vel

'Zo meen ik ook dat jij bent', luidt niet alleen de titel van een gedicht van Jan Hanlo maar ook die van de biografie door Hans Renders over Hanlo. Een buitengewoon treffende titel voor een biografie, die immers nooit het volledige en objectieve leven van de geportretteerde in beeld brengt maar ook altijd de interpretatie, het 'zo meen ik' van de biograaf insluit.

Het leven van de dichter Jan Hanlo vormde al bij voorbaat een dankbaar onderwerp voor een schrijversbiografie. Ten eerste vanwege 's mans literair belang. Bij veel lezers staat Hanlo immers te boek als een van de interessantste en persoonlijkste outsiders in de naoorlogse literatuur, iemand die met zijn poëzie in de buurt van de Vijftigers en met zijn proza in de buurt van Barbarber thuishoorde. In de buurt van, maar nooit helemaal. Hanlo was typisch het voorbeeld van een schrijver die zich niet laat indelen en lezers steeds weer verrast.

Bovendien waren er allerlei, laten we het maar 'sappige' details noemen, van zijn leven bekend: zijn psychische problemen (onder meer beschreven in 'Zonder geluk valt niemand van het dak'), zijn notoire pedofilie, die hem geregeld in aanraking met de politie en zelfs in de gevangenis bracht en trouwens ook het prachtige boekje 'Go to the mosk' opleverde, zijn dood bij een verkeersongeluk met zijn eigen motor.

Hans Renders heeft zich bijzonder consciëntieus van zijn werk gekweten en het resultaat is een geweldige pil van meer dan zeshonderd pagina's. Dat geeft wel iets raars; van een toch groter dichter als Lucebert hebben we nog niks, van Hanlo nu wel. Hetzelfde gold trouwens enige tijd geleden ook al voor Jan van der Vegts biografie van Hans Andreus, toch zeker niet de belangrijkste Vijftiger maar met het biografische 'voordeel' al enige tijd dood te zijn.

Schrijvers hebben de neiging hun ware aard te verhullen. Juist door er (soms) over te schrijven kunnen ze, bewust of onbewust, hun imago manipuleren en er richting aan geven. Zo denken we bij Gerrit Achterberg wel aan de befaamde moord maar toch vooral aan Achterbergs gedichten die vervolgens in dat teken kwamen te staan. Een onschuldige buitenstaander die vervolgens Wim Hazeu's biografie over Achterberg leest, merkt dat de schrijver in werkelijkheid toch heel wat gekker was dan je dacht en niet toevallig zijn hele leven onder regeringstoezicht bleef staan.

Iets soortgelijks is het geval met Jan Hanlo. Alleen al op grond van sommige foto's en de aard van zijn schrijverij, vaak tegen het kinderlijke en onbevangene aan, ben je niet geneigd veel negatiefs over de man te denken. Maar uit Renders' biografie komt vooral het beeld boven van een psychisch gestoorde man, die weliswaar over creatieve gaven beschikte maar verder volstrekt verkeerd in z'n vel stak. Opgezadeld met een 'Peter Pan'-complex, (niet volwassen willen worden) dat langzaam zal uitmonden in zijn pedofiele voorkeur voor jongetjes, blijkt hij ook nog eens een ongelooflijk lastpak, paranoïde, zelfs met schizofrene trekjes, dwangmatig en achterdochtig.

Kortom, Jan Hanlo was veel onaangepaster dan je denkt en het komt erop neer dat zijn bijzondere uitstraling voor een groot deel een soort aangeleerde pose was. Renders formuleert het ergens alsvolgt: “Anders was Jan Hanlo zeker. De chaotische oorlogsjaren boden hem de gelegenheid te experimenteren binnen de extreme marges van zijn persoonlijkheid, maar ook kwam hij er meer dan ooit tevoren achter dat hij anders was, dat hij een psychisch probleem had. Hij probeerde zijn wrakke psyche aan de buitenwereld te presenteren als een excentrieke geest, en daarin slaagde hij goeddeels.”

Renders verklaart met nadruk dat hij geen 'debunking' biografie heeft willen schrijven en die waarschuwing is wel nodig want het leven van Hanlo blijkt een optelsom van eigenaardigheden. Zijn extreme vroomheid, aanvankelijk nog tamelijk onschuldig tot uiting komend in het ijveren voor een katholieke filmbond vol moralistische trekjes maar later uitlopend op complete jezuswanen. Zijn pedofilie, eerst onderdrukt maar later toch gepraktiseerd, zij het dat hij naar het zich laat aanzien veelal beperkte tot tasten en strelen - bij zijn dood bleek hij gecastreerd te zijn. Zijn alcoholisme, dat telkens opnieuw debet was aan onverkwikkelijke ruzies en scènes. Zijn gefnuikte volwassenwording, die hem er (al trekt Renders die conclusie nergens expliciet) mogelijk toe bracht juist op iets mannelijks en viriels als een motor rond te rijden op een manier die minstens twee slachtoffers eiste, een onschuldige wandelaar in de jaren dertig, en Jan Hanlo zelf in 1969.

Op een wat onschuldiger maar eveneens karakteristieke wijze blijkt Hanlo's rare gesteldheid bijvoorbeeld ook uit de volgende anekdote die Renders optekende: Hanlo's Philips-radio begaf het op zeker moment en dat was voor hem een reden om ook zijn Philips-aandelen (Hanlo kwam uit een gegoede familie!) maar van de hand te doen. De man stond kortom niet op twee benen in de wereld. Hij wist dat zelf heel goed en haalde er creatief voordeel uit maar als mens bleef hij als het ware zijn leven lang onaf.

Geen lezer kan het werk van de biograaf geheel en al nadoen maar Renders' levensbeschrijving maakt een betrouwbare indruk. Hij weet het evenwicht tussen de beschrijving van Hanlo's kwalen en zijn artistieke verdiensten goed te bewaren en laat ook duidelijk zien hoe zijn kunst met zijn gekte samenhing.

Dat er tenslotte eigenlijk nogal een springerig beeld van de schrijver ontstaat is niet zo vreemd: onvoorspelbaarheid was juist een van Hanlo's prominente eigenschappen. Renders zelf is zich trouwens blijkens zijn nawoord maar al te goed bewust van de verkeerde biografische impuls om per se een 'af' portret af te willen leveren.

In zeker opzicht fungeert deze biografie ook als een geslaagde case-study over het verband tussen psychische stoornis en artistieke aanleg. Bovendien kan ze dienst doen in het debat over de sociale plaats van pedofilie - als hij geen dichter en schrijver was geweest, zou Hanlo gewoon als een rare, vieze man die het met jongetjes deed de geschiedenis zijn ingegaan. Een merkwaardige maar onontkoombare gedachte.

Kortom, de lezer kan tevreden zijn. Alleen wanneer Renders voorbeelden uit Hanlo's werk aanhaalt om de man te illustreren, gaat hij mijns inziens soms te kort door de bocht. Om bijvoorbeeld in het gedicht 'Naar Archangel' schizofrene kenmerken en neiging tot echolalie te ontwaren is er misschien niet eens zozeer naast, maar hoeveel gedichten van Vijftigers zouden er bij zo'n visie dan niet onder krankzinnigheid 'lijden': hier is het te zeer de gekende geestesgesteldheid van de auteur die de interpretatie stigmatiseert. Maar het verband tussen leven en werk ligt ingewikkelder.

Direct na het lezen van Renders' biografie neusde ik weer wat rond in Hanlo's gedichten en prozastukjes, opgezadeld met heel wat meer kennis omtrent zijn gekte dan voorheen. Het merkwaardige was dat die kennis de eigenaardige charme van zijn teksten niet verklaart of wegneemt. 'Oote boe', 'Hond met bijnaam Knak', 'Moelmer' of 'Go to the mosk' st n er nog steeds, hoe gestoord hun maker bij nader inzien ook blijkt te zijn geweest.

Het raadselachtige verband tussen krankzinnigheid en creativiteit is nog niet opgelost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden