Review

Weldadige arabicana

Arabicana heet de intrigerende muziekvorm die een paar jaar geleden als bij toeval ontstond. Te horen op het Fidder Folk Festival.

„Op het kruispunt waar de Arabische muziek en de folk-blues elkaar ontmoeten, vindt u No Blues”, melden Ad van Meurs (gitaar), Haytham Safia (ud-Arabische luit) en Anne-Maarten van Heuvelen (contrabas) op hun site. Met percussionist Osama Maleegi en zangeres Ankie Keultjes vormen ze No Blues, dat morgen een van de grote trekpleisters is op het Fidder Folk Festival in Zwolle.

Wat vier jaar geleden begon als een terloops experiment, groeide uit tot een geheel nieuwe muziekstijl. Ze noemen het zelf ’arabicana’, een treffende aanduiding voor de broeierige mix van americana (folk, blues, country) en Oriëntaalse traditie.

Hun muziek klinkt weldadig en volkomen naturel alsof het nooit anders geweest is. Toch vind je het lemma ’arabicana’ in geen enkele encyclopedie, simpelweg omdat deze nieuwe muziekstijl pas onlangs geboren werd.

In 2004 nodigde producer Rob Kramer van Productiehuis Oost Nederland drie snarenvirtuozen uit voor een driedaagse sessie die moest resulteren in een gezamenlijk concert. Alle drie hadden hun sporen verdiend in zelfstandige projecten en konden niet vermoeden, dat No Blues die zou gaan overvleugelen. Bassist Van Heuvelen was actief in blues- en popbands en bracht onder de naam Hills zijn eigen cd uit. Van Meurs was in de jaren tachtig lid van de new wave-formatie WAT, daarna begon hij The Watchman dat transatlantische blues en americana speelt. Safia is afkomstig uit het contigent Midden-Oosterse musici dat zich in ons land vestigde. Hij trad onder meer op met Holland Symfonia en leidt nu een eigen kwartet.

Uit de spontaan ontwikkelde synergie rolde ondertussen een hoop optredens, twee No Blues albums, een derde staat op stapel. Op het podium is de onderlinge chemie geweldig. Afwisselend zingen ze en soleren ze op hun instrumenten, arabische toonladders vermengen zich spontaan met strakke bluesschemas. Toch is dat maar schijn, want er ging een moeizaam proces aan vooraf, zo vertellen Safia en Van Meurs.

Safia: „Bij toeval belandde ik in 2001 vanuit Israël in Nederland toen mij gevraagd werd om het Galili dansgezelschap uit Groningen te begeleiden. Die ene maand werd enkele jaren. Toen ik gevraagd werd voor het idee om ud en gitaar samen te voegen dacht ik ’Als het niks wordt, ok’. Anne-Maarten en Ad kwamen uit een geheel andere traditie, ze lazen geen noten. Andersom, toen zij over akkoorden begonnen, snapte ik hen weer niet. Het is sindsdien altijd een strijd wanneer we elkaar ontmoeten, maar alle drie hebben we een veto-positie. Na dat proces voelt alles geweldig en beleef ik op het podium uitsluitend plezier”, aldus Safia.

Over de relatie tussen ud en gitaar zegt hij: „De ud is een exotisch instrument. Ze noemen hem ook wel de grootvader van de gitaar. Hij werd oorspronkelijk gebruikt als begeleiding voor zangers, maar vandaag is het een solo instrument. De sound lijkt op die van de gitaar maar bezit veel meer intimiteit, er schuilt zowel een bescheiden als een hedendaags geluid in. Muzikanten en componisten exploreren nu alle mogelijkheden, dus ook als een rock ’n roll-instrument.”

Toen Ad van Meurs werd uitgenodigd voor het No Blues experiment was zijn eerste reactie: „Ik ga eens effe kijken. Toen bleek Haytham een uiterst geniaal instrumentalist op de ud te zijn en Anne-Maarten een jongen met een feilloze songintuïtie. Direct verdween het idee dat hij een Arabier was en wij westerlingen waren. De nieuwsgierigheid naar ’wie ben jij als kunstenaar’ stond onmiddellijk ver daar boven. We begonnen van scratch, niemand wist de afloop. Dat komt maar een paar keer in een mensenleven voor, want meestal speel je wat je kent met anderen die weten wat je doet. Dat betekende niet bang zijn en helemaal primair reageren.”

„Ik was doodsbenauwd. Ik hoorde geen maten, geen toonladders. Anne-Maarten en ik hebben uren zitten zoeken, zo van welke akkoorden moeten toch hier onder. Arabieren spelen een soort unisono melodielijn, akkoorden maken ze zich helemaal niet druk om. De maten zijn ook anders verdeeld. Andersom was het voor Haytham ook een hele worsteling om een bluesje te spelen, waarvan wij weer alles wisten.”

Na drie dagen aftasten beleefde No Blues zijn debuut als voorprogramma van The Holmes Brothers. Van Meurs: „Iedereen was opgewonden en totaal verrast door het resultaat.” In plaats van een demo kwam er een cd. Van Meurs: „Ik kon hem niet meer afzetten, zelfs nu krijg ik weer de rillingen. Die cd verkocht meteen zichzelf, zonder voorbedachten rade. En ik dacht: ’we hebben een No Blues sound gevonden. Maar ook, te bluesie voor de wereldmuziekliefhebber, te werelds voor de bluesliefhebber. Het zal wel’.”

De term ’arabicana’ ontstond even spontaan, in een lacherig moment, Van Meurs: „Het zijn liedjes, het is geen fusion. Je hebt direct het gevoel dat dit al heel lang bestaat.” Ondertussen verkopen de cd’s van No Blues gestaag, in Frankrijk maar liefst 9000 exemplaren.

Van Meurs: „Door hoe de wereld nu is, hangt deze muziek natuurlijk in de lucht. Je moet ons niet vragen naar politieke dingen, want als wij ergens niet mee bezig zijn is het politiek. We merken bij het publiek wel een soort aha-gevoel, van ’wacht eens even’. We zijn een zachte noot in het hysterisch gekrakeel, als ik het zo mag noemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden