Wel fout, maar niet voor altijd

Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog collaboreerden, konden daarna vrij snel weer meedoen. Als ze hun fouten maar toegaven.

Oud-NSB'ers konden in de jaren vijftig van de vorige eeuw weer vrij soepel in de maatschappij worden opgenomen, op voorwaarde dat zij krachtig afstand namen van hun opstelling in de Tweede Wereldoorlog en van het nationaalsocialistisch gedachtengoed. Toch bleven velen van hen zich tweederangsburgers voelen omdat ze bang waren dat hun foute verleden op elk moment tegen hen gebruikt kon worden.

"Die mensen zaten voortdurend in angst dat collega's, buren of iemand anders uit hun omgeving hun NSB-lidmaatschap zouden oprakelen", zegt Ismee Tames, als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod). "Op het eerste oog was er niets aan de hand: ze hadden weer een baan, een huis, een gezin, dus wat wil je nog meer? Maar onderhuids zat er wel degelijk een probleem: ze hingen aan een touwtje, er kon altijd iemand over dat oorlogsverleden beginnen, en je wist nooit wie het zou doen en wanneer het zou gebeuren. En je wist niet hoe het zou uitwerken."

Over de opvang van ex-politiek delinquenten, zoals Nederlanders met een fout oorlogsverleden destijds werden genoemd, schreef Tames het boek 'Doorn in het vlees' dat vandaag wordt gepubliceerd. Ze heeft honderden gesprekken gevoerd met kinderen van NBS'ers en deskundigen en ze is de archieven ingedoken.

"De Nederlandse overheid bood veel ruimte om weer te integreren in de samenleving" concludeert ze. "Van uitsluiting was absoluut geen sprake. Maar je moest wel duidelijk aangeven dat je een verkeerde beslissing had genomen. Je kwam er niet mee weg door te zeggen: 'Ik heb het goed bedoeld, ik wilde het beste voor m'n gezin, de NSB bood zekerheid, zelf was ik zo'n kwaaie niet.' Dat was niet genoeg. Je moest zonder omhalen zeggen dat de NSB en het nationaalsocialisme fout waren."

Tames behandelt ruwweg de periode 1950-1970. In de jaren vijftig hadden de meeste gewezen NSB'ers hun straf erop zitten en zochten een plek in de samenleving, voor henzelf en voor hun gezin, en probeerden weer een carrière in het naoorlogse Nederland op te bouwen.

Hulp bij die integratie in de samenleving konden ze krijgen van de grote kerken, vooral de katholieke en de hervormde. Ismee Tames: "In de kerken bestond al een soort route, een raamwerk, voor zondaars en bekeerlingen, mensen die in de gevangenis hadden gezeten, die een nieuw leven wilden beginnen en hun fouten achter zich wilden laten. En de katholieke en de hervormde kerk hadden na de oorlog ook het gevoel dat ze iets goed te maken hadden omdat ze in de jaren dertig, toen het nationaalsocialisme opkwam, hun plicht hadden verzaakt. Ze hadden onvoldoende houvast geboden, mensen als het ware laten wegdwarrelen, geen leiding gegeven op een moment dat dat juist broodnodig was."

Machtig netwerk
Het was een win-winsituatie, zegt Tames: "Zowel voor de kerken als voor de persoon in kwestie zat er iets in. De een won er een zieltje bij, de ander kreeg steun van een groot en machtig netwerk bij zijn of haar poging zich weer een respectvolle plaats in de maatschappij te verwerven."

Opvallend is dat de auteur de gereformeerde kerk in dit verband niet noemt. Deed die dan niks? Tames: "Het lag daar wel een stuk ingewikkelder. In die kerk bestond minder het idee dat ze het voor en in de oorlog hadden laten liggen. Daar was ook de discussie scherper of je zonden je wel altijd vergeven kunnen worden." En misschien heeft ook wel meegespeeld dat de gereformeerde kerk en de geestverwante ARP dichtbij het verzet zaten en een fel tegenstander van de NSB waren, wat de verzoening niet vergemakkelijkte.

Hulp van de kerken was geen garantie voor een succesvolle terugkeer van ex-NSB'ers in het gezin en in de maatschappij. Tames noemt het voorbeeld van een man die in de jaren '40-'45 voor de SD had gewerkt, verzetsmensen had opgepakt en uitgeleverd aan de Duitsers en die na de oorlog werd opgenomen door de hervormde kerk. "Voor de dominees was hij een soort modelbekeerling, iemand die het licht had gezien. 'God zelve is met deze man bezig', schreef één van die dominees in een brief aan de Raad van Cassatie waarin hij erop aandrong dat de doodstraf werd omgezet in levenslang. De man moest een nieuwe kans kunnen krijgen want hij was een ander mens geworden. Toen hij uiteindelijk zelfs voortijdig vrijkwam, was hij voor de kerk een geslaagd project, maar voor zijn gezin juist helemaal niet, dat raakte compleet ontwricht door zijn terugkeer, het was verschrikkelijk, z'n dochter noemde hem een tiran."

In een e-mail aan Ismee Tames schreef de dochter over haar vader: "Ik wist niet dat ik met een sadistische gek te maken zou krijgen, die toch nog geheime contacten onderhield met een (toen? nu nog?) bestaande nazikern in Utrecht of omgeving."

Geen spijt
Deze oud-politieke delinquent had naar buiten toe afgerekend met zijn oorlogsverleden, maar in het geniep bleef hij in de ogen van zijn dochter in foute kringen verkeren. Maar er was na de oorlog ook een fanatieke groep van oud-NSB'ers die helemaal geen spijt toonden en die een nieuwe organisatie van de grond probeerden te krijgen. Tames: "Het was een heel klein clubje mensen die een soort tehuis wilden bieden aan nationaalsocialisten. Ze vonden dat ze daar ook recht op hadden. Ze trokken een parallel: de katholieken hebben hun eigen zuil, de hervormden, de gereformeerden, zelfs de communisten, dus wij mogen het ook."

Maar de plannen leden stuk voor stuk schipbreuk, het verzet tegen een nieuwe nationaalsocialistische partij was te groot. Daarop besloten de initiatiefnemers hun strategie te veranderen en hun heil te zoeken bij een bestaande beweging die eind jaren vijftig opkwam: ontevreden boeren. Zij richtten de Boerenpartij op, met als voorman Hendrik Koekoek. "Op zijn oorlogsverleden was niets aan te merken", zegt Tames. "Maar de Boerenpartij was een toevluchtsoord voor oud-politiek delinquenten. Die traden over het algemeen niet op de voorgrond, maar ze probeerden wel de koers van de partij zo te verleggen dat hun belangen behartigd zouden worden."

Een van hen zou wél een prominente rol spelen en het tot lid van de Eerste Kamer schoppen: Hendrik Adams. Hij had in de oorlog nationaalsocialistische en antisemitische stukken geschreven, was verbonden aan een club die aan de SS gelieerd was, werd wegens collaboratie veroordeeld, zat bijna twee jaar gevangen en raakte tien jaar zijn kiesrecht kwijt. In 1966 kreeg hij in de koffiekamer van de Eerste Kamer een vuistslag toegediend van mede-senator Jan Baas van de VVD, die Adams nog kende toen ze beiden les gaven aan een school en die ook op de hoogte was van zijn omstreden verleden. Tames: "Baas was boos omdat Adams nooit berouw had getoond, die was blijven steken in zijn overtuigingen van toen. Adams had moeten zeggen dat hij een ander mens was geworden, dan was er voor Baas niets aan de hand geweest."

Koude Oorlog
Tienduizenden ex-NSB'ers waren wel bereid hun verleden af te zweren en te integreren in de naoorlogse samenleving. Ook de overheid had er groot belang bij dat dat proces soepel zou verlopen en dat de verloren zonen weer werden opgenomen, zegt Tames: "Er was in de jaren vijftig een breed gedragen gevoel dat er geen grote groep ontwortelden mocht zijn, kwaaie mensen die vol wrok zaten over wat hun na de oorlog was aangedaan, die nog niet in het reine waren gekomen over hun eigen rol in die oorlogsjaren. Ze zouden wel eens heel onvoorspelbaar kunnen reageren bij een nieuw conflict. Je moet niet vergeten, het was de tijd van de Koude Oorlog, er waren grote spanningen tussen Oost en West, het communistisch gevaar werd als reëel ervaren, het kon heel makkelijk weer fout lopen. In de kern waren die NSB'ers toch Nederlanders. Ze waren wat in de war geweest, ze hadden zich laten misleiden. Maar ze hoorden er wel bij, dat was de stemming. Het land had voor alles sociale cohesie nodig, anders zou de hele boel in elkaar donderen."

Per saldo ontstond er in de periode na de Tweede Wereldoorlog een bizarre situatie waarin met twee heel verschillende maten werd gemeten: NSB'ers die de vijand hadden geholpen, mochten weer volop meedoen, als ze maar spijt betuigden, terwijl communisten, die oververtegenwoordigd waren in het verzet en tegen de Duitsers hadden gestreden, werden uitgekotst. Tames: "Ze werden gezien als handlangers van Stalin, ze steunden de communistische coup in Praag van 1948 en ze maakten er geen geheim van dat ze het Rode Leger zouden verwelkomen als dat Nederland zou binnenvallen. Tja, zo maak je je natuurlijk niet geliefd. De communisten werden gezien als de collaborateurs van de volgende oorlog. Het oordeel was keihard, in de Tweede Kamer vooral, maar ook daarbuiten. Als CPN-kamerleden waarschuwden voor herlevend fascisme, wat ze regelmatig deden, kregen ze de wind van voren: 'Jullie zijn zelf fout, jullie lopen achter een vreemde macht aan'. Dat de reacties zo heftig waren, ja, dat heeft mij ook wel verbaasd."

Drieluik collaboratie
Het boek van historica en politicologe Ismee Tames, 'Doorn in het vlees', maakt deel uit van een drieluik. Vandaag verschijnt ook het proefschrift 'Van landverraders tot goede vaderlanders' van Helen Grevers, eveneens werkzaam bij het Niod. Daarin beschrijft zij de internering, vervolging en bestraffing van tienduizenden collaborateurs in Nederland (en België) tussen 1944, toen het zuiden van het land wed bevrijd, en 1950. In mei volgend jaar publiceert Niod-medewerker Bram Enning zijn boek 'Spreken over fout'. Dat behandelt de positie van kinderen van foute Nederlanders die zich eind jaren zeventig begonnen te organiseren en aandacht vroegen voor hun positie.

Ook Ismee Tames (1976) heeft onderzoek gedaan naar het lot van kinderen van NSB'ers. Vier jaar geleden verscheen van haar hand het boek 'Besmette jeugd'. Tames promoveerde in 2006 op een onderwerp uit de Eerste Wereldoorlog. Haar dissertatie behandelde het publieke debat in het neutrale Nederland in de jaren 1914-1918.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden