Wel achterstand, geen geld meer

Veel zwarte scholen moeten het dankzij de nieuwe 'gewichtenregeling' met minder geld doen. (FOTO WERRY CRONE)

Allochtone kinderen beginnen vaak met achterstanden aan school, ook als hun ouders een goede opleiding hebben. Bij het wegwerken van die achterstanden valt tegenwoordig een deel van de kinderen buiten de boot. Scholen krijgen geen geld meer om hen te helpen.

Wat is precies een achterstandsleerling? Vorige week nog kwam een moeder haar kind van bijna vier aanmelden bij een basisschool. „Die moeder was stoned”, vertelt Auke van Selling, directeur van alle openbare basisscholen in Almelo. „Ze zat ook flink in de schulden. En dat kind had niets meegekregen. Nooit naar de crèche of de peuterspeelzaal geweest.”

Ooit had de moeder een mavo-diploma gehaald. Daarmee geldt zij officieel niet als laag opgeleid en omdat het opleidingsniveau van de ouders bepaalt of een kind als achterstandsleerling wordt aangemerkt, komt haar kind als een gewone leerling te boek te staan. Voor een achterstandsleerling krijgt een school extra geld van het ministerie van onderwijs, voor dit kind dus niet. Maar Van Selling weet nu al: dit kind gaat extra aandacht vragen van zijn leerkrachten. En de moeder trouwens ook. „Dat begint al met: komt dat kind wel op tijd op school?”

Het kabinet wil vijftig miljoen bezuinigen op het geld voor achterstandsleerlingen op basisscholen. Als reden daarvoor voert het aan dat het aantal van die leerlingen de afgelopen jaren sterk is gedaald.

Dat klopt. Uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand bekendmaakte, blijkt dat dat aantal in zo’n tien jaar tijd ruimschoots gehalveerd is. In het schooljaar 2000/01 telde Nederland nog zo’n 433.000 achterstandsleerlingen, vorig jaar waren dat er nog maar 207.000. Bezuinigen op het budget hiervoor lijkt dus het eenvoudigste wat er is.

Maar zo eenvoudig is het niet. Achter die veranderde cijfers gaat grotendeels dezelfde werkelijkheid schuil. De verklaring voor de halvering van het aantal kinderen met een achterstand, is niet dat kinderen op basisscholen plotseling veel kansrijker zijn geworden. De daling is vooral het gevolg van een andere definitie van het begrip ’achterstand’.

Tot 2006 kregen kinderen het etiket achterstandsleerling als hun ouders laag opgeleid waren. Voor hen kregen de scholen een kwart extra overheidsvergoeding. Daarnaast waren er achterstandsleerlingen van wie de ouders laag opgeleid én allochtoon waren. Voor hen kreeg een school zelfs bijna twee keer zoveel als voor een gewone leerling.

Toenmalig onderwijsminister Maria van der Hoeven vond dat het anders moest. Of een kind van allochtone komaf is of niet, mocht niet meer uitmaken. Volgens Van der Hoeven bepaalt het opleidingsniveau van ouders veel sterker dan de etnische afkomst of een kind daadwerkelijk met een achterstand de basisschool binnenkomt.

De nieuwe ’gewichtenregeling’ – zoals deze regels in onderwijsjargon heten – is vanaf 2006 stap voor stap ingevoerd, tot die in de loop van het vorig jaar volledig van kracht werd (zie kader).

De gevolgen daarvan zijn inmiddels duidelijk. De enorme krimp van het aantal achterstandsleerlingen springt het meest in het oog en daarnaast zijn er financiële gevolgen. Op het totaalbedrag dat voor achterstandsleerlingen uitgetrokken wordt, hebben vorige kabinetten niet bezuinigd, maar er is wel geschoven met geld. Scholen met veel kinderen van laag opgeleide ’witte’ ouders hebben er vaak wat geld bij gekregen, precies zoals Van der Hoeven het destijds bedoeld had. Veel zwarte scholen moeten het dankzij die nieuwe regeling met minder geld doen.

Komt het geld voor het bestrijden van achterstanden daardoor terecht bij de scholen die dat het best kunnen gebruiken? Slechts ten dele, zo valt op te maken uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut aan de Universiteit van Amsterdam. Het uitgangspunt van die nieuwe regeling – dat de achterstand van een kind niets te maken heeft met zijn etnische komaf – blijkt niet te kloppen. Over de hele linie blijken allochtone kinderen het nog steeds slechter te doen dan autochtonen.

Het Kohnstamm Instituut vergeleek de prestaties van verschillende categorieën leerlingen in groep 2 en groep 8 van de basisschool. Vooral in groep 2 zijn de verschillen tussen allochtone en autochtone kinderen aanzienlijk. De allochtonen met de hoogst opgeleide ouders doen het nét iets beter dan autochtone kinderen met de laagst opgeleide ouders. Alle andere allochtonen scoren lager dan alle andere autochtonen.

Weliswaar heeft een deel van de allochtone leerlingen die achterstand in groep 8 ingelopen, maar ook aan het eind van de basisschool geldt: allochtone kinderen scoren in het algemeen lager dan autochtone kinderen met ouders van een vergelijkbaar opleidingsniveau. Allochtone kinderen hebben dus nog steeds achterstanden. Voor lang niet al die kinderen krijgt een school nog een extra vergoeding.

„Je kunt dus vraagtekens zetten bij het besluit om etnische komaf te schrappen uit de gewichtenregeling”, zegt Jaap Roeleveld van het Kohnstamm Instituut. „Ik vermoed dat het besluit destijds vooral op politieke gronden is genomen. Men wilde af van wat gezien werd als vertroeteling van allochtonen. Maar het is gewoon niet waar dat etnische komaf er niet toe doet.”

Scholen die daardoor minder geld krijgen dan een paar jaar geleden, worden vooral zo hard getroffen, omdat die maatregel bovenop andere bezuinigingen komt, zegt Ton Duif, voorzitter van de vereniging van schooldirecteuren AVS. „Dit komt heel hard aan. Sluipenderwijs worden de klassen al groter. De rek is eruit.”

Duif is vooral kwaad dat het huidige kabinet, anders dan zijn voorgangers, geld weghaalt bij de budgetten voor achterstandsleerlingen. „Het is op zich begrijpelijk dat je minder geld voor achterstandsleerlingen uittrekt als het aantal van die leerlingen daalt. Maar dat geld had opnieuw in het onderwijs gestoken moeten worden.”

Directeur Van Selling van de openbare basisscholen in Almelo waagt zich niet aan bespiegelingen over het begrip achterstandsleerling, maar ook hij ziet in de dagelijkse praktijk de gevolgen van de veranderde definitie ervan: evenveel achterstand, minder geld.

„Onze kinderen zijn intussen niet veranderd”, zegt Van Selling. „Er zijn er nog steeds veel die met achterstand binnenkomen, maar we krijgen er lang niet altijd geld voor. We moeten met minder geld en dus minder personeel dezelfde problemen oplossen. Dat betekent bijvoorbeeld dat er langere wachttijden zijn voor zoiets als remedial teaching. We kunnen deze leerlingen niet langer bieden wat ze nodig hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden