Wekelijks miljoenen in de collecte

De grootste kerk ter wereld staat in Seoel en telt honderdduizenden leden. Ze geloven dat gebed economische welvaart brengt. De megakerk wordt bestuurd als een multinational.

SEOEL (ZUID-KOREA) - Het ontvangstcomité bestaat uit mannen met een smetteloos wit colbertje en een gele sjerp. Met haviksblikken speuren ze de immense toegangshal af. Wie de drukste kerk ter wereld voor het eerst betreedt, zo weten ze, raakt makkelijk het spoor bijster. Duizenden Koreanen lopen er kriskras door elkaar.

Hebbes! Een van de mannen heeft beet. Breeduit lachend loopt hij af op wat onwennig ronddrentelende toeristen. "Kom maar mee", zegt hij in het Engels. Zijn voornaam is door zijn Koreaanse accent onverstaanbaar. "Veel te moeilijk voor buitenlanders", is zijn commentaar als iemand nogmaals informeert naar zijn naam. "Noem me maar gewoon meneer Ohm."

Duwend door de menigte loodst Ohm de groep naar een lift. Op verdieping zeven is vanaf een speciaal balkon voor buitenlandse gasten te zien hoe duizenden kerkgangers meedeinen en meeklappen met het 150 leden tellende koor. Een compleet symfonieorkest en een kerkorgel begeleiden het spektakel. Uit een koptelefoon klinkt een simultaanvertaling in het Engels, Chinees en nog acht talen.

We zijn in Seoel, Zuid-Korea, een stad met negen miljoen inwoners en duizenden kerken. Vijf van de tien grootste megakerken ter wereld staan in dit Aziatische land. Hier, tussen glimmende bankkantoren, staat de allergrootste: de Yoido Full Gospel Church. Een pinksterkerk met net zoveel leden als Amsterdam inwoners heeft: afgerond 800.000. Iedere zondag zijn hier zeven diensten achter elkaar. Zo'n 12.000 gelovigen passen in de kerkzaal, die iedere keer bijna tot de nok toe vol is. De in- en uittocht van de gelovigen wordt geregeld door een gigantisch team van verkeersregelaars.

Kanker, ga weg!
Na een paar krachtig meegezongen hymnen betreedt predikant Young Hoon Lee het podium. Achter een matglazen katheder houdt hij zijn gehoor voor dat wie erom vraagt bij Jezus gezondheid, welvaart en eeuwige verlossing wacht. Hij zegt: "Wij hebben onze gaven al ontvangen." De kerkgangers vallen hem bij. "Amen", klinkt het luid uit duizenden kelen. "Halleluja!" De dominee: "Maar blijf bidden! Zonder gebed gebeurt er niets."

Gezondheid, welvaart en eeuwige verlossing - het zijn de thema's die je de heilige drie-eenheid van het 'welvaartschristendom' kunt noemen. In Zuid-Korea zijn heel wat gelovigen ervan overtuigd dat de economische welvaart van het land verband houdt met het standvastige geloof van de christelijke minderheid. Bijna de helft van de protestanten in het land onderschrijft de stelling dat materiële voorspoed en gezondheid het gevolg zijn van het geloof, zo is te vinden in de cijfers van de Gallup Korea Survey, een langjarig sociologisch onderzoek.

Die boodschap klinkt ook op deze zondag uit de mond van de dominee. "Ik heb gehoord dat er mensen zijn met kanker in deze ruimte", zegt predikant Lee vlak voor de collecte. Met stemverheffing: "Kanker, ga weg!" De aanwezigen vallen hem opnieuw luidkeels bij. "Amen", klinkt het. Het lijkt voor Lee een aansporing om hetzelfde bevel uit te vaardigen tegen hoge bloeddruk ('Ga weg!'), familieproblemen ('Ga weg!') en nog wat andere narigheid ('Ga weg! Ga weg! Ga weg!').

Krijgers van het gebed
Na de dienst staat alweer een legertje mannen in witte jasjes klaar. Terwijl het koor losbarst in een donderende slotpassage, voeren de mannen de internationale gasten mee naar een speciale kennismakingsbijeenkomst. Die vindt plaats in een theaterzaal, even verderop.

In een makkelijke stoel op het podium zit al een man - spierwitte coupe, niet wijkende glimlach, goudkleurig horloge slobberend om de pols - te wachten. Terwijl de bezoekers zich nestelen in de fijne wegzakstoelen, stelt de man zich voor als predikant James Dunnet, "geboren in een welvarende familie in New York, maar dankzij God al veertig jaar woonachtig in Zuid-Korea". Geroutineerd somt hij op waarin zijn kerk uitblinkt: wekelijks twaalf afgeladen diensten, twaalf koren, twaalf organisten, twaalf dirigenten, drie symfonieorkesten en enkele honderden (hulp)predikanten.

In de monoloog van bijna een uur ('Ja mensen, ik kan wel door blijven gaan') ontvalt hem ook dat de Koreanen 'echte krijgers van het gebed' zijn. Zijn glimlach verbreedt zich. "Door de kracht van het gebed is deze kerk zo groot geworden." Maar dat is niet het enige. Hij zegt: "Ik ben ervan overtuigd dat het komt door de kracht van het gebed dat Noord-Korea Zuid-Korea nog niet is aangevallen. De helft van de militairen in ons land is een wedergeboren christen. Een groot deel komt uit deze kerk." Dunnet leunt achterover als hij het heeft gezegd.

Multinational
Bij het afscheid overhandigt een medewerker van Dunnet een grote envelop. Het is een informatiepakket waarvan de inhoud zich laat lezen als een jaarrekening van een multinational. Pure economie, met de nadruk op expansie en meetbaar resultaat. Op een van de vellen geschept foliopapier staat een grafiek die steil omhoog voert. Het blijkt na enige bestudering de jaarlijkse groei van het aantal leden, vanaf het begin in 1958 (5) tot nu (780.000). Het organogram, op een ander vel luxe papier, toont een ingewikkeld lijnenspel. Helemaal bovenaan prijkt de naam Yonggi Cho, de inmiddels 77-jarige oprichter van de kerk die nog steeds aan de touwtjes trekt. Hij stuurt veertien 'divisies' aan, waaronder een tv-zender, een dagblad, een universiteit en een afdeling voor wereldwijde kerkgroei. Krimp komt in het woordenboek van deze kerk niet voor.

Buiten de theaterzaal staat opnieuw een man in een wit jasje gereed om de gasten naar buiten te geleiden. Maar niet voordat halt houdt bij een onopvallende deur. Na even smoezen met de bewaker opent hij de deur op een kier. Binnen zitten tientallen mannen in witte overhemden de collecteopbrengst te tellen. "Hier gaan miljoenen om", fluistert hij als de bewaker maant dat de toegang weer dicht moet. Terwijl hij vastberaden door het stelsel van liften, gangen, oefenruimtes, keukens, winkels, gebedszalen, kantoren en kerkzalen loopt, laat de man vallen dat hij een 'zeer toegewijd' gelovige is. "Weet je waardoor de economie in ons land de afgelopen jaren zo enorm is gegroeid?" Hij wacht het antwoord niet af en zegt: "Door de groei van het christendom in dit land. God zegent biddende christenen altijd."

Zendelingen brachten het woord van God
De rol van het christendom is opmerkelijk in een land dat nooit overheerst is geweest door een westerse mogendheid. Vooral protestantse kerken zijn populair.

Bijna dertig procent van de vijftig miljoen Koreanen is lid van een kerk, zo blijkt uit cijfers van het Koreaanse Centraal Bureau voor Statistiek. Ter vergelijking: bijna een kwart van de bevolking is boeddhist, de helft hangt geen religie aan.

Tijdens de jaren van stormachtige economische ontwikkeling, de jaren zestig tot en met negentig, waren de protestantse kerken aantrekkelijk voor de groeiende middenklasse, met een geloof dat de nadruk legt op eigen verantwoordelijkheid en de zegeningen die het gevolg zijn van het geloof. Tussen 1960 en 1980 verdubbelde het aantal christenen zelfs iedere tien jaar.

Het christendom kreeg vaste voet aan grond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Protestantse zendelingen uit de Verenigde Staten gingen naar het Aziatische land om het woord van God te verkondigen. Voor veel Koreanen, ingeklemd tussen China en Japan, was het christendom lange tijd een manier om zich cultureel te onderscheiden van de grote buurlanden.

Corrupte christenen
De laatste vijftien jaar stagneert de groei van het christendom in Zuid-Korea. Het land wordt ook in sociaal opzicht meer en meer een westerse samenleving. Voor jongeren staat individuele ontplooiing steeds hoger op het wensenlijstje. Dat staat op gespannen voet met het collectief beleefde christendom. Bovendien worden kerken geassocieerd met corruptie, vriendjespolitiek en moreel conservatisme.

Ondanks alle pracht en praal heeft de Yoido Full Gospel Church ook te maken met deze ontwikkelingen. Het is listig weggewerkt doordat de assen van de grafiek gemanipuleerd zijn die iedere nieuwkomer krijgt, maar wie goed kijkt ziet dat van de permanent bejubelde 'groei' al een tijdje geen sprake meer is. Al tien jaar lang neemt het aantal leden af met enkele tienduizenden per jaar.

Dat deze kerk bestuurd wordt als een familiebedrijf leidt de laatste jaren regelmatig tot ophef. De zoon van oprichter Yonggi Cho is de directeur van het dagblad van de kerk. De vrouw van de grondlegger is rector van de universiteit die gelieerd is aan de geloofsgemeenschap. Daarnaast beheert de 77-jarige Yonggi Cho de financiën van de kerk, die van de leden vraagt tien procent van hun inkomen af te staan. Momenteel loopt een gerechtelijk onderzoek tegen hem. Hij zou bijna 14 miljoen euro uit de kas van de kerk hebben gebruikt om voor privédoeleinden aandelen te verwerven van het bedrijf van een van zijn zoons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden