Weinig hemel, heel veel hel

Het 500ste sterfjaar van Jeroen Bosch, de belangrijkste middeleeuwse kunstenaar uit de Nederlanden, wordt dit jaar uitgebreid gevierd. Een internationaal onderzoek bracht nieuwe feiten aan het licht over zijn raadselachtige schilderijen. Maar de hamvraag blijft: hoe kwam hij bij al die duivelse figuren, monsters en gedrochten die zijn werk bevolken?

Als puber moet Jeroen Bosch de hitte hebben gevoeld van de vuurzee die in 1463 door 's-Hertogenbosch raasde. Vierduizend huizen gingen in vlammen op. Directeur Charles de Mooij van Het Noordbrabants Museum wijst naar buiten. "De brand is hiernaast ontstaan in de Verwersstraat, waar ketels met verfstoffen werden gestookt voor het verven van laken. Een kwart van de stad werd verwoest. Het vuur had bijna het ouderlijk huis van Jeroen Bosch op de Markt 29 bereikt." De impact die dat heeft gehad op de jonge Bosch, kunnen we meer dan vijf eeuwen later nog steeds aflezen uit zijn werk. Op zijn schilderijen komen vaak brandende steden voor, zoals de apocalyptische vuurzee in 'Het Laatste Oordeel'.

Afgaand op de taferelen op zijn schilderijen moet Bosch nog veel meer voor zijn kiezen hebben gehad. Zijn werk wordt bevolkt door duivelse figuren, monsters, gedrochten en gruwelijke martelscènes, naast heiligen en engelen. Had Bosch misschien vreselijke nachtmerries overgehouden aan die brand? Had hij last van hallucinaties of een morbide geest? Of was hij gewoon knettergek?

Al eeuwen wordt er gespeculeerd over de raadselachtige werken van de belangrijkste middeleeuwse kunstenaar van de Nederlanden. Dit jaar is het vijfhonderd jaar geleden dat 'de beroemdste zoon van Den Bosch' (ca.1450-1516) overleed. Dat is aanleiding voor stad en provincie om flink uit te pakken. Eenmalig keert het grootste deel van zijn in aantal bescheiden oeuvre terug naar de stad waar hij als Jheronimus van Aken werd geboren, zijn meesterwerken schilderde en waaraan hij zijn kunstenaarsnaam Jheronimus (of Jeroen) Bosch ontleende.

Buitenlandse musea

In Het Noordbrabants Museum zullen twintig van zijn schilderijen en negentien tekeningen worden getoond, waaronder vier drieluiken en vier aan twee kanten beschilderde panelen. De topstukken komen allemaal uit buitenlandse musea: 'De Hooiwagen' uit het Prado in Madrid, 'Het Narrenschip' uit het Louvre in Parijs, vier werken van de 'Visioenen van het Hiernamaals' uit Venetië en andere meesterwerken uit Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Metropolitan Museum in New York. Ook worden zeven panelen uit zijn werkplaats en/of van navolgers getoond.

Veel werken zijn in de aanloop naar deze expositie gerestaureerd en onderzocht door een internationaal team, het Bosch Research and Conservation Project (BRCP). Dat onderzoek heeft ook nieuwe inzichten opgeleverd die op de tentoonstelling worden geopenbaard. Maar de hamvraag - hoe kreeg de kunstenaar al die bizarre figuren en taferelen verzonnen? - heeft ook het BRCP niet kunnen beantwoorden.

Charles de Mooij: "De link met de stadsbrand is evident. Maar de vraag waarom hij mensen met vissenkoppen en andere monsterlijke gedrochten afbeeldde of mensen die gespietst worden, dat weten we niet. Psychologen, psychiaters en artsen komen er ook niet uit. Het blijft gissen."

Gek was Bosch zeker niet, blijkt uit het onderzoek. Ook was hij geen lid van een obscure sekte of had hij andere aberraties. Het meest verrassend is misschien wel, zegt De Mooij, dat Bosch behoorde tot de sociale bovenlaag en zeer gewaardeerd werd door de kerk en de notabelen. Hij kwam uit een ambachtelijke schildersfamilie en ging na de lagere school waarschijnlijk naar de Latijnse school, wat voor zijn meeste leeftijdsgenoten niet was weggelegd.

Rond 1480 trouwde hij Aleid, dochter uit de welgestelde en ontwikkelde familie Van de Meervenne. Ze gingen wonen aan de chiquere noordzijde van de Markt, op nummer 61, tegenover het schildersatelier van de familie Van Aken. In 1488 werd hij lid van de religieuze en elitaire Lieve Vrouwe Broederschap, die een huis had voor samenkomsten en ook een kapel in de Sint-Janskathedraal.

Voor het altaarretabel in deze kapel beschilderde hij de twee luiken met de heiligen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Eind vijftiende eeuw begon hij zijn werken te signeren met Jheronimus Bosch. Op 9 augustus 1516 werd hij begraven vanuit de Sint Jan. Rijk werd hij vermoedelijk niet van zijn werk, maar hij verdiende goed dankzij zijn prestigieuze opdrachtgevers: kerken en hoge edelen.

Fantastisch

Kortom, Bosch was een gerespecteerd man en eerzaam burger met het geniale talent om dingen uit te beelden waar we vijf eeuwen later nog steeds niet op uitgekeken raken. De Mooij: "We willen altijd alles interpreteren en begrijpen. Is het niet fantastisch dat we niet altijd alles kunnen verklaren?"

Het blijft dus gissen, maar door het nieuwe onderzoek kunnen we nu het creatieve proces van de meester wel min of meer volgen. We kunnen zien hoe hij bijvoorbeeld figuurtjes heeft weggeschilderd, om die te vervangen door andere wezens. De Mooij: "Je ziet hem. denken: ik ga het nog wat spannender maken".

Dat Bosch kon uitgroeien tot zo'n originele en geniale kunstenaar, komt mogelijk ook doordat hij in een relatief isolement werkte. Hij heeft voor zover bekend nooit buiten Den Bosch geschilderd. "Hij is niet beïnvloed door de modes van zijn tijd. Artistiek gezien was hij op zichzelf aangewezen en heeft hij al zijn inventieve talenten aangeboord en zo zijn eigen unieke beeldtaal kunnen ontwikkelen."

Hongersnood

Sommige inspiratiebronnen zijn wel herleidbaar, zoals de stadsbrand. In meerdere werken duiken stadsgezichten op waarin met enige fantasie fragmenten van het oude Den Bosch zijn te herkennen. Ook beeldde Bosch elementen af die te herleiden zijn tot vroege gravures of manuscripten. Verder kunnen we in de wonderlijke wezens parallellen zien met mythologische figuren, die Bosch mogelijk kende van de Latijnse school. Maar er is niets bewaard gebleven waarin hij de herkomst of betekenis van de taferelen die hij schildert, beschrijft. Er zijn wel geschriften overgebleven, maar die gaan over zakelijke kwesties of de religieuze broederschap, vertelt De Mooij. "Er was hongersnood en oorlog in die tijd. Die gruwelijke taferelen zullen hem waarschijnlijk ook hebben geïnspireerd. Zo zijn er meer verbanden te leggen, al blijven het speculaties."

Het Narrenschip zou kunnen verwijzen naar de blauwe schuiten op wielen waarmee het uitschot onder het volk destijds de stad werd uitgereden. Het landloperstriptiek kan opgevat worden als een metafoor voor onze tocht door het leven en de keuzes die we onderweg maken. Kiezen we voor de brede weg vol verleidingen die naar de hel leidt? Of voor het smalle moeilijke pad dat naar de hemel voert? Die moraliserende boodschap hoorde ook bij die tijd, zegt De Mooij. Dat verklaart wellicht ook dat in veel van zijn werken de vraag doorklinkt: Wat is je morele kompas? Kies je ervoor een goed mens te zijn? Of ga je je te buiten aan genot- en hebzucht en andere slechte dingen, waardoor je in de hel belandt, zoals zo meesterlijk verbeeld in het drieluik De Hooiwagen.

Heel veel hel, weinig hemel. Dat is toch wel de kern van het werk van deze 'duivelskunstenaar'. Voortdurend lijkt Bosch ons te willen voorhouden dat de mens goede en slechte keuzes kan maken, maar geneigd is tot het kwade. En waar dat toe leidt, laat Bosch zien in zijn afschrikwekkende taferelen. Dat roept de vraag op of hij misschien ook zijn eigen nachtmerries heeft geschilderd? De Mooij: "Ik denk dat zijn werk gaat over de universele angsten van de mens. Daarom raken ook wij er vijf eeuwen na zijn dood nooit op uitgekeken. Ik zou zeggen: kom allemaal naar Den Bosch om te kijken, te interpreteren en te genieten van deze geniale geest."

'Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie' 13 februari-8 mei in Het Noordbrabants Museum

Geraakt door de duivel

Vanaf morgen (7 januari) draait in de bioscopen de film 'Jheronimus Bosch, geraakt door de duivel'. Daarin volgt regisseur Pieter van Huijstee het kunsthistorisch onderzoeksteam van het Bosch Research and Conservation Project. Vijf jaar lang reisden de onderzoekers de wereld over om de schilderijen en tekeningen van Jeroen Bosch te onderzoeken. Hun research leverde ook nieuws op. De 'Kruisdraging van Christus' in het Museum voor Schone Kunsten in Gent blijkt niet door Bosch zelf geschilderd, maar is na zijn dood gemaakt. Over de authenticiteit van 'De Zeven Hoofdzonden' in het Prado in Madrid bestaat ernstige twijfel. Het onderzoeksteam stuitte verder op een tekening die aan een assistent van een medewerker van Bosch was toegeschreven, maar toch door de meester zelf blijkt te zijn gemaakt. Een Belgische particulier kocht deze tekening in 2003 voor bijna drie ton.

Meesterwerken in ruil voor onderzoek

Hoe kreeg een relatief klein museum als Het Noordbrabants Museum (NBM) het voor elkaar om de topstukken van Jeroen Bosch voor drie maanden naar 's-Hertogenbosch te halen? Zelf heeft het museum geen werk van Bosch of andere meesterwerken die het als ruilmiddel kan inzetten.

Met een researchproject, opgezet door directeur Charles de Mooij en de Nijmeegse hoogleraar en kunsthistoricus Jos Koldeweij, wist het Bossche museum de topmusea in Parijs, Madrid, Venetië, Wenen en New York te verleiden hun meesterwerken uit te lenen, evenals Boijmans in Rotterdam en musea in Brugge, Gent en Philadelphia. De Mooij benaderde ze als volgt: "Wij willen een internationaal team grondig onderzoek laten doen naar de werken van Jeroen Bosch. Ook willen we ze eventueel restaureren. Doen jullie mee?"

De Mooij: "Sommige musea reageerden: dan willen jullie zeker ons schilderij van Bosch in bruikleen?"

"Maar je moet nooit overvragen. Daarom hebben we ook niet met het Prado in Madrid over hun 'Tuin der Lusten' gepraat. Je gaat niet vragen om de Spaanse Nachtwacht. We krijgen wel 'De Hooiwagen' en dat was al meer dan waar we op hadden gerekend."

Bosch Grand Tour

Naast Het Noordbrabants Museum doen nog zes musea in deze provincie mee aan de viering van het 500ste sterfjaar van Jeroen Bosch. Ze hebben een 'Bosch Grand Tour' samengesteld, die bestaat uit dertien tentoonstellingen van internationaal bekende kunstenaars als Jan Fabre, Pipilotti Rist, Jake & Dinos Chapman, Gabriel Lester en Atelier Van Lieshout. Ze laten zich allemaal inspireren door Jeroen Bosch. De tour is inmiddels gestart met de als een drieluik vormgegeven video-installatie 'The Fish Pond Song' van Jeroen Kooijmans in het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch. De andere deelnemende musea zijn De Pont, het Textiel Museum en Natuurmuseum Brabant in Tilburg, Van Abbe in Eindhoven en Moti in Breda.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden