'Weidegang hoort er gewoon bij'

Het aantal megastallen in de veehouderij is de afgelopen tien jaar rap gegroeid. Dat is niet per se een slechte zaak. Peter Aalberts en Jeanet Brandsma kozen bewust voor een megabedrijf.

Het jongvee in de oude stal is onrustig. Het scherm aan de weidekant hangt omlaag tegen de zon, maar de dieren voelen en ruiken de voorjaarslucht. Dus loeien de koeien. "Ze willen naar buiten", beseft Jeanet Brandsma. Dat kan echter pas eind april. De weiden zijn nog te nat en er staat nauwelijks gras, dat hebben de ganzen opgevreten.

Koeien in de wei, daar houdt Brandsma van. Net als haar man, Peter Aalberts, met wie ze melkveebedrijf Batenburg drijft, op 170 hectare in het buitengebied bij Giethoorn. "De weidegang hoort bij het beeld van Nederland, al is het lastiger uit te voeren met grote aantallen."

Ze begrijpt wel dat andere boeren hun beesten binnen houden. "Die zeggen: de koeien hebben het toch goed in de stal? En dat klopt. Eén keer per vijf dagen maaien en het gras inkuilen, is ook makkelijker dan elke dag de koeien buiten te brengen. Je hebt veel onzekerheden, moet rekening houden met het weer, dat de afrastering overal goed is, dat er genoeg water is voor de koeien om te drinken, controleren hoe het gras er bij staat. En ook de stal moet op orde zijn, want 's winters en 's nachts staan ze binnen."

Maar Brandsma en Aalberts kiezen vol overtuiging voor de weidegang. Ze bouwden hun bedrijf op volgens de Maatlaat Duurzame Veehouderij, waarvoor ze extra investeerden in dierenwelzijn, naast vermindering van ammoniakuitstoot en energiezuinigheid door warmte terug te winnen.

Hun bedrijf is in twee jaar tijd gegroeid van 230 naar 310 koeien, plus 200 stuks jongvee. De nieuwe stal is eind 2012 opgeleverd en vult zich langzaam met Holsteiners van eigen fokkerij - het duurt twee jaar voordat een kalf zelf melk gaat geven - tot het maximum van 350 volwassen melkkoeien is bereikt. Een megastal, volgens de normen die het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra acht jaar geleden vaststelde.

De stal van 94 meter lang, 58 meter breed en 12 meter hoog is aangebouwd tegen de kop van de oude, drie meter lagere stal waar nu het jongvee staat. Toch oogt hij niet als een bakbeest dat het landschap ontsiert. De sfeer van het familiebedrijf, in 1938 opgezet door Aalberts grootvader, is grotendeels overeind gebleven.

Binnen krijgen de koeien de ruimte. De voerpaden liggen aan de buitenkant zodat de beesten ongehinderd kunnen rondlopen, in de boxen ligt diepstrooisel en er hangen draaiende borstels waarmee de dames zichzelf op de rug kunnen krabben. Ze staan op een emissiearme vloer: vlonders waardoor mest en urine snel weglopen. "Urine en mest zorgen samen voor ammoniak. Een flap houdt de stoffen tegen als ze eenmaal in de put zijn terechtgekomen", legt Brandsma uit. "We zitten op een kilometer van de natuurgebieden de Wieden en de Weerribben. We moeten dus voldoen aan strenge normen voor ammoniak en fosfaat."

Door die maatregelen is de lucht in de stal veel frisser, zegt Brandsma. "Maar het is telkens weer een zoektocht om het beste te bereiken. Zo'n hoge stal is licht en minder bedompt, maar uit onderzoek blijkt dat daardoor de ammoniakemissie wat groter is. De boxen moeten zodanig zijn dat de koeien er goed in liggen, anders maken ze er een zootje van. Poepen in de box, dat wil je niet."

Puzzelen

Ook op andere terreinen blijft het puzzelen. "Welke grassoorten kun je gebruiken om te weiden en welke voor kuilvoer, hoeveel krachtvoer wil je geven en hoeveel voer van het land? Wij werken volgens de Kringloopwijzer, we willen een grondgebonden bedrijf blijven, met zoveel mogelijk voer dat we zelf verbouwen."

Aalberts opa trok als landbouwpionier vanuit Zeeland naar het veengebied in de kop van Overijssel. Hij was akkerbouwer en fruitteler, met slechts een handvol dieren. Zijn dochter en schoonzoon schakelden over op veeteelt, met 70 koeien toen Aalberts met zijn ouders mee ging boeren. Samen met Brandsma bouwde hij het bedrijf in 18 jaar uit tot ruim driehonderd koeien, goed voor 3500 liter melk per melkbeurt, 7000 liter per dag.

"Hij kent ze bijna allemaal tot zes generaties terug", zo prijst Brandsma haar man. Allebei gek van koeien kwamen ze elkaar vroeger al tegen op keuringen. Hij werd de man van de praktijk, de boer, zij de vrouw van de theorie, die studeerde in Wageningen. "We vullen elkaar goed aan. Ik dacht in het buitenland te gaan werken, het werd vijf huizen verderop."

Dat hun bedrijf groeide, was onvermijdelijk, zegt ze. "De prijzen fluctueren, maar ze gaan meestal niet mee met de inflatie dus de kosten lopen op. Dan kun je marge halen uit technische verbeteringen, een ander product of meer dieren. Dat is een beweging van alle tijden. Je moet stappen maken om je inkomen te behouden. Elk jaar stopt ongeveer drie procent van de boeren, over tien jaar is nog maar ruim de helft over. De bedrijven die overblijven, worden groter. En de bank doet alleen mee bij uitbreiding. Maar daardoor krijg je ook vernieuwing. Als alles gelijk zou blijven, zouden nieuwe ontwikkelingen niet worden ingevoerd."

Bevrijdingsdag

De huidige groei is mogelijk door het loslaten van het melkquotum, aan het einde van deze maand. "Onze bevrijdingsdag, 1 april", grapt Brandsma. "Met de productierechten vervalt een kostenpost, we kunnen meer produceren zonder rechten te kopen. We hebben er wat land bij gekocht om extra ruwvoer te verbouwen. Er lijkt vraag naar meer melk, vooral vanuit Azië. Maar als de vraag tegenvalt, zal de prijs omlaag gaan."

Een explosie aan koeienstallen zal er niet komen, verwacht Brandsma, die de helft van haar tijd actief is voor de vakgroep melkveehouderij van boerenorganisatie LTO Nederland. Ze kent de bezwaren tegen megastallen. "Bij ons zijn de sprongen kleiner dan in andere sectoren. Daar zie je dat de stallen dicht gaan en de dieren niet meer te zien zijn. De burger raakt meer op afstand, terwijl de bedrijven zich ontwikkelen. Er gebeurt heel veel, ook op gebied van dierenwelzijn, maar het lijkt alsof alles nog is zoals tien jaar geleden. Dan krijg je grote oordelen. Wij moeten gewoon vertellen hoe het in elkaar zit. De weidegang is belangrijk voor de beeldvorming. Dat stimuleren we ook."

Op YouTube is een filmpje te zien van de nieuwe melkstal: youtube.com/watch?v=axEbVnElXMw

Grubbenvorst

Wakker Dier en de bewonersorganisatie Behoud de Parel tekenen bezwaar aan tegen de vergunning voor het houden van 1,1 miljoen kippen in een nieuwe industriële stal in het Noord-Limburgse Grubbenvorst. Vorig jaar maakten zij al bezwaar tegen de vergunning die de provincie Limburg aan hetzelfde bedrijf heeft afgegeven voor het houden van 35.000 varkens. Daarover is naar verwachting eind deze maand een zitting bij de Raad van State. Het bedrijf dat in Grubbenvorst (bij Venlo) aan de slag wil, levert al jaren discussie op. Wakker Dier spreekt van een gigastal, met tien keer zoveel dieren als in een megastal. De Raad van State vernietigde twee jaar geleden de eerder door Limburg verstrekte vergunningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden