Wegwijzers en heiligen

Er zijn maar weinig filosofen die de daad bij het woord hebben gevoegd of, anders gezegd, die hun filosofische conclusies in praktijk hebben gebracht. Dat is hun door critici ook altijd aangerekend. Zodra een filosoof op grond van zijn filosofische opvattingen een bepaalde ethiek aanbeveelt, werpen zich her en der moraalridders op die zijn leven erop napluizen of hij zich ook zelf aan die aanbevolen ethiek heeft gehouden. Het zal niemand verbazen dat die critici meestal tot geen andere conclusie komen dan dat er tussen theorie en praktijk, tussen ideaal en rauwe werkelijkheid, een brede kloof gaapt -zelfs bij filosofen.

De vraag is nu of men filosofen op hun levenswandel mag 'afrekenen'. Doet een liederlijk leven iets af aan de voortreffelijkheid van een filosoof? Het antwoord op deze vraag is even vanzelfsprekend als ontnuchterend. Zoals men de soliditeit van een tafel niet beoordeelt aan de hand van de levenswandel van de timmerman, ook al staat hij als een schuinsmarcheerder en drinkebroer bekend, zo mag men ook het oordeel over de vakbekwaamheid en de overtuigingskracht van een filosoof niet baseren op de beoordeling van zijn al dan niet deugdzaam gedrag. Filosofen mag je alleen binnen het kader van hun eigen filosofische vooronderstellingen kritiseren. Elke kritiek op zijn persoon mag de filosoof naast zich neerleggen; alleen systeem-immanente kritiek dient hij zich aan te trekken.

Toch zijn er filosofen geweest die op de kritiek op hun persoon zijn ingegaan, zij het eerder gekscherend dan serieus. Zo werd Max Scheler (1874-1928) eens gevraagd hoe zijn joyeuze levenswijze te rijmen viel met zijn hooggestemde waardeleer. ,,Kijk eens, zei de snedige Scheler, ik ben als een wegwijzer: die wijst de richting aan zonder zichzelf in die richting te bewegen.''

Maar vooral Schopenhauer werd tijdens zijn leven, althans in het laatste decennium ervan, toen hij enige bekendheid genoot, bij voortduring gewezen op de discrepantie tussen zijn leven en zijn leer. Hoe kon iemand die, zoals Schopenhauer, de zin van het leven categorisch betwistte en die ascese en wereldverzaking aanbeval als meest geëigende levenswijze, zich het eten en drinken, dat hij aan de table d'hôte van het beste restaurant van Frankfurt tot zich nam, zo overduidelijk laten smaken? Hoe kon de filosoof die bij herhaling verkondigde dat de dood boven het leven te verkiezen was, als mens zo demonstratief van datzelfde leven genieten?

Het felst werd dit verwijt geformuleerd door een gerenommeerde geschiedschrijver van de filosofie, de hegeliaan Kuno Fischer (1824-1907). Hij bestond het Schopenhauer te kwalificeren als 'een van de gelukkigste mensen die ooit op de wereld hebben rondgelopen', waarmee hij niets anders in de zin had dan de grootmeester van het pessimisme als poseur te ontmaskeren en daarmee ook zijn theoretische werk in een kwaad daglicht te stellen. ,,De tragedie van de wereldellende, aldus Fischer, werd in het theater opgevoerd, en Schopenhauer zat op de eerste rang, in een geriefelijke fauteuil en met de toneelkijker in de aanslag. (...) Niemand volgde de tragedie zo aandachtig, met zoveel ernst en met zoveel scherpzinnigheid als hij. Vervolgens ging hij diepgeschokt en zielsvergenoegd naar huis om daar te boek te stellen wat hij gezien had.''

Bertrand Russell merkt in zijn ook nu nog veelgelezen 'History of Western Philosophy' hatelijk op dat de enige deugd die hij bij Schopenhauer kan bespeuren dierenliefde is -wat, naar mij dunkt, heel wat meer inhoudt dan de smalende Russell wil suggereren.

Als Schopenhauer zulke verwijten ter ore kwamen, wees hij ze resoluut van de hand. Hij die nooit om een treffend beeld verlegen zat, reageerde op die persoonlijke aantijgingen met een vergelijking. Net zomin als men van een beeldhouwer verwacht dat hij een volmaakt lichaam heeft, mag men van een filosoof verwachten dat hij een heilige is. Dat hij geen heilige was, wist hij maar al te goed. Het liet hem eigenlijk koud. Deze stellingname werd en wordt door velen als bewijs gezien van Schopenhauers cynisme. Ze kan voor hetzelfde geld worden uitgelegd als een bewijs voor zelfkennis. En met zelfkennis, zo weten we, is ook in de ethiek al veel gewonnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden