Weggestuurd uit Haags Egoland

Hans Siepel vertrekt als hoge voorlichtingsambtenaar op het ministerie van binnenlandse zaken. Gedwongen. De problemen begonnen na zijn pleidooi voor openheid rond de Irak-oorlog. ,,De minister ziet jou niet meer zitten.''

''Na afloop van een vergadering van de strategiegroep over de Irak-kwestie, eind februari 2003, tikte Henk Brons van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) me op de schouder. 'Je collega's ergeren zich aan je betrokkenheid en engagement. Je bent te emotioneel. Je moet een beetje dimmen', vertelde hij.

Ik was geschokt. In de strategiegroep, waarin we een communicatieplan voor het kabinet ontwikkelden bij de naderende Irak-oorlog, had ik nooit eerder signalen gekregen dat ik niet goed lag. Ik ben inderdaad soms betrokken en kan gepassioneerd uit de hoek komen.

Dat was nooit een probleem. Ik had als hoofd van het nationaal voorlichtingscentrum juist veel waardering gekregen als eindverantwoordelijke voor grote communicatieprojecten rond de millenniumwisseling en het EK-voetbaltoernooi 2000 in Nederland en België. Alletwee die keren liep de overheidscommunicatie goed.

Eén of twee dagen later kreeg ik een telefoontje van Eef Brouwers, hoofd van de RVD en baas van Brons. Hij vertelde mij: 'Er is een groot probleem over jouw persoon en over je functioneren'. Hij vertelde niet waarom ik een probleem was en voor wie. Maar voor mij was uit de boodschap van Brouwers duidelijk dat de premier en De Hoop Scheffer, toen de minister van buitenlandse zaken, mij niet zagen zitten.

In het geruchtencircuit hoorde ik dat ze mij niet vertrouwden. Ik zou te fel tegen de Irak-oorlog zijn, ik had meegelopen in een demonstratie. Mijn lidmaatschap van GroenLinks zou een probleem zijn. Ik zou informatie hebben gelekt. Er werd getwijfeld aan mijn integriteit. De druk werd erg groot. Er werd zelfs gezegd dat ik op staande voet ontslagen moest worden.

Het was allemaal onzin, maar ik kon me hier niet tegen verdedigen. Ik besloot me terug te trekken als voorzitter van de strategiegroep-Irak. Ik dacht daar te hebben afgesproken dat we open, eerlijk en transparant zouden communiceren over de aankomende oorlog met Irak. Niet alleen informatie die de overheid goed uitkwam.

De regering had volgens mij een probleem: in peilingen bleek zeventig, tachtig procent van de burgers tegen de oorlog te zijn. Mijn vrees was dat bij eenzijdige voorlichting, de samenleving nog meer vertrouwen in de overheid zou verliezen.

Er zijn een miljoen moslims in Nederland en daar hadden we tijdens een Irak-oorlog ook rekening mee te houden. Gemeenten vroegen hoe wij daarmee om dachten te gaan.

Het kabinet werkte toe naar een pro-Irakbesluit, ongeacht de bezwaren bij de bevolking en de bewijzen over massavernietigingswapens, die op drijfzand waren gebaseerd. Wat me trof was dat oud-VVD-minister Dijkstal precies in diezelfde periode in Vrij Nederland verklaarde dat het kabinet meewerkte aan het manipuleren van feiten over Irak. En onlangs zei minister Kamp van defensie dat hij achteraf ook vindt dat de informatie van buitenlandse inlichtingendiensten over dreigende massavernietigingswapens niet klopte.

De geloofwaardigheid van het kabinet staat dan toch op het spel? Wat ik niet snap: waarom wil nog steeds geen kamermeerderheid onderzoeken doen naar die Haagse besluitvorming rond Irak?

Ik heb nooit rechtstreeks te horen gekregen waarom ik moest vertrekken uit de strategiegroep. Dat blijft speculeren over twijfels rond mijn integriteit.

Direct na mijn vertrek uit die voorlichtingsclub kwam het tot een gesprek met mijn hoogste baas, secretaris-generaal Holtslag van binnenlandse zaken. ,,Wat daar met jou is gebeurd, zijn minpunten voor ons departement. Dat dient gesanctioneerd te worden'', zegt hij. De bestraffing kwam erop neer dat ik op een zijspoor werd gezet. Geen hoofd voorlichting meer maar hoofd communicatieadvies. Concreet betekent dat: stoppen met perswoordvoering, minder in de dagelijkse omgeving van de ministers.

De kwestie kwam terug in het voorjaar van 2004. Er werd een reorganisatie van de afdeling voorlichting voorbereid en dat is het moment dat ze helemaal van me af konden komen. Had het te maken met de kwestie-Irak? Ik weet het niet. Volgens mij functioneerde ik steeds professioneel, ik was nota bene nog genomineerd voor de titel 'communicatiemanager van het jaar'. De plaatsvervangend secretaris-generaal moest bij de reorganisatie de klus klaren en mij naar de uitgang begeleiden. Ik moet zeggen dat hij dat met veel respect deed. Maar ik dacht: ik laat me niet wegsturen.

Waarom moet ik weg, hield ik hem voor. Maak mij hoofd van het nieuwe Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie. Dat kon niet. ,,De minister ziet jou niet meer zitten.'' Uiteindelijk besloten we dat ik het nieuwe ERC nog wel mocht gaan voorbereiden. Ik zei: Oké, maak me kwartiermaker van dat crisisexpertisecentrum en doe me dan maar een regeling voor het vertrek uit de overheidsdienst per 1 januari 2006.

Binnenkort, 28 april, is er een groot symposium over crisiscommunicatie en start dat nieuwe centrum. Dat doe ik nog en dan ga ik op 1 mei weg. Vanaf januari 2006 krijg ik vijf jaar wachtgeld. Een absurd riante regeling natuurlijk. Eigenlijk is het onverdragelijk dat dit soort beslissingen wordt genomen. Ik kan dus vijf jaar na mijn vertrek een zeer redelijk salaris blijven ontvangen als ik al die jaren niks doe. De ambitie om niks te doen bestaat bij mij niet. Zo kort mogelijk gebruikmaken van het wachtgeld, daar hoop ik op.

Nee, bitter ben ik niet. Je hebt ervan geleerd, houd ik mezelf voor. Ik hoop nog wel dat er ooit een onderzoek komt naar de besluitvorming bij de regering in de aanloop naar de Irak-oorlog. Niet voor mij; het lijkt me in het belang van de overheid zelf. Straks komt er misschien weer zo'n moment dat een kabinet in crisistijd steun moet verwerven onder een onwillige bevolking. Dan moet je toch hebben geleerd van de vorige keer? Waarom kijkt de overheid niet terug? Wat valt er te verbergen?

Een regering hoeft van mij niet achter opiniepeilingen aan te lopen om onwillige burgers te paaien. De regering moet wel beter verantwoording afleggen aan de bevolking. Dat gebeurt niet, want de angst dat fouten uit het verleden opduiken is gewoon gigantisch groot. Dat proces is al jaren in Den Haag aan de gang. De werkelijkheid wordt aangepast om ministers te beschermen. Den Haag is Egoland geworden.

Er bestaan hele mooie campagnes om nieuwe talentvolle ambtenaren te werven. 'Werken bij het Rijk'. In de reclamespots wordt de indruk gewekt dat je als ambtenaar voluit mag meepraten, dat je werkt voor de samenleving. De praktijk is dat zo'n nieuwe ambtenaar heel snel duidelijk wordt gemaakt: de minister is nu je belangrijkste klant. Je zit er niet voor het oplossen van belangrijke vraagstukken, je zit er om de positie van je minister te beschermen.

Als nieuwe ambtenaar kom je binnen in een naar zichzelf gekeerde wereld. Met ambtelijke diensten die elkaar wantrouwen. Daar heerst angst en mogen geen fouten worden gemaakt. De prijs betaalt de samenleving. Neem de aanpak van terreur. Als burgers krijgen we terreurbeleid op basis van een Haagse machtstrijd in plaats van professionaliteit. Dat baart me grote zorgen.

Ik denk dat het helemaal niet gek is als een regering laat blijken dat er twijfels bestaan en dat fouten kunnen worden gemaakt. De overheid heeft allang niet meer de positie waarin burgers ademloos luisteren naar mededelingen uit Den Haag. De samenleving verzamelt z'n eigen informatie, gewoon op internet. Een overheid die de kloof met die burgers wil dichten, gooit zoveel mogelijk informatie eerlijk op tafel. Die ene simpele waarheid uit Den Haag bestaat niet. Leiders die beweren alles zeker te weten worden in de huidige informatiesamenleving echt niet meer geloofd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden