Weg was de dijk op Walcheren

Oude Westkápellaars herinneren zich 3 oktober 1944, vandaag zeventig jaar geleden, als de dag van gisteren. Hun dorp verdween die dag zo goed als van de aarde en 180 dorpsgenoten verloren daarbij hun leven. Twee ooggetuigen over het vergeten bombardement van Walcheren.

De kinderen van Westkapelle die op 2 oktober 1944 tegen twaalven uit school kwamen, herinneren zich dat ze twee vliegtuigen in de lucht zagen. Ze vlogen laag over het dorp en stootten een wolk papier uit, een papierbom. Het Duitse afweergeschut knetterde onophoudelijk. Door de harde wind kwam bijna niet een van de pamfletten in Westkapelle terecht.

Toch wist iedereen dat er iets te gebeuren stond. "Wij hadden het van Radio Oranje. Maar wat er precies ging gebeuren wisten we niet. Ze wilden de Duitsers natuurlijk niet wijzer maken dan noodzakelijk", zegt Poul Lous (84).

In het pamflet stond dat de bevolking uit de buurt van Duitse militaire installaties moesten blijven, maar ook dat ze niet naar de lager gelegen delen van het eiland moesten gaan. "Dat was het dilemma", volgens Lous. "De hoger gelegen delen stonden vol met Duits afweergeschut. De rest van het eiland ligt onder zeeniveau. Wat moesten we doen, waar konden we heen?"

De vader van Lous werkte bij scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Hij had daar reeds de nodige bombardementen meegemaakt en wilde het naderende onheil niet afwachten. "We scharrelden wat hoognodige spullen bij elkaar en zijn in de richting van Aagtekerke gegaan. We sliepen in een droge sloot en zijn 's morgens naar een boerderij gegaan. De schuur zat al barstensvol met angstige mensen, maar we konden er wel bij."

Aan het begin van de middag vielen uit de lucht twee "brandende kerstbomen", zoals Lous dat zegt. Dat waren fosforgranaten om het stuk dijk te markeren waar de vliegers hun bommen moesten laten vallen. Even later werd duidelijk wat het doel van de geallieerden was: het wegbombarderen van de dijk bij Westkapelle zodat het eiland Walcheren onder water zou komen te staan.

Bommentapijt

Heel even dromden mensen buiten de schuur bij elkaar om te kijken naar het bommentapijt dat in de verte over hun dorp werd uitgegooid. "De vliegtuigen vlogen door tot boven ons, keerden om en dan kwamen de anderen er weer aan. Al snel ging iedereen naar binnen", zegt Poul Lous. "Het was werkelijk alsof de wereld verging. Bij ons knetterde het afweergeschut en verderop waren de dreunen van de bommen. Iedereen was doodsbang. Het staat me in het geheugen gegrift."

Het kapotbombarderen van een dijk klinkt makkelijker dan het is. Bij elke bom verplaatst de bodem zich, maar ook weer de verkeerde kant op. Een dijk moet als het ware worden uitgesmeerd en daar zijn veel bommen voor nodig.

Waarom nu uitgerekend een dijk kapotmaken waar vlak achter een dorp ligt? Dat had twee redenen. Bij Westkapelle was de dijk het smalst en dus het makkelijkst te breken. Daarnaast komen voor dat uiterste puntje van het eiland de stromingen van de Noordzee en de Schelde bij elkaar. Een doorbraak op die plek zou het meeste water naar binnen brengen.

Van die redenen was nog niemand op de hoogte toen om pakweg half vier 's middags het weer stil werd op de wereld en de dappersten zich buiten waagden. "We wisten niet wat we zagen", zegt Lous. "We keken naar het westen en we konden zo maar de zee zien. Geen dijk. Bijna geen huizen meer. In een paar uur tijd zag onze wereld er totaal onherkenbaar uit."

Jo Theune (81), zoon van een molenaar, had het bombardement eveneens bij een boerderij bij Aagtekerke uitgezeten, terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling was. De molen De Roos van zijn vader stond op een terp en daaronder zat een kelder met hele dikke muren. Dat leek een ideale schuilplaats. Het was niet zo gek dat veel mensen bij Theune een plaatsje hadden besteld voor als er gevaar dreigde.

"Maar mijn zus, die een paar jaar ouder was dan ik, piekerde er niet over om in die kelder te gaan zitten", zegt Theune. "Ze was bang dat de molen zou instorten. Wat mijn vader ook zei, ze hield voet bij stuk. Toen die waarschuwing op 2 oktober kwam - we wilden haar niet alleen laten - zijn we naar een boer gegaan, terwijl heel veel buren bij ons onder de molen gingen schuilen."

Onder water

Een van de honderden bommen viel op de molen en veranderde het bouwwerk in een grote puinhoop. "We schrokken wel van dat bericht", zegt Theune. "Mijn grootouders zaten daar en ook tante Jo. Maar het instorten van de molen hoefde nog geen ramp te betekenen. Maar niemand had gerekend op het water dat inmiddels het land instroomde. De kelder raakte onder water, bijna iedereen verdronk doordat de uitgangen door het neergevallen puin waren geblokkeerd."

In de schuilkelder vonden 44 mensen de dood. Drie mensen overleefden de ramp en tante Jo was er een van. "Toen mijn vader bij de molen kwam, stond het water bij tante Jo tot aan de lippen. De vloed was net op tijd gestopt. Zij had zich kunnen loswrikken en naar een hoger gelegen punt kunnen kruipen. Een timmerman heeft enkele balken doorgezaagd en anderen sleepten brokken puin weg, waardoor ze kon worden gered. Ze zat van top tot teen onder de blauwe plekken en kon niet lopen."

De dijk bij Westkapelle bleek niet voldoende water door te laten om het eiland blank te zetten. De geallieerden besloten om op nog vier andere plekken de dijken door te steken. Zo vielen er bomtapijten op Fort de Nolle bij Vlissingen, de dijk bij Ritthem, de dijk tussen Veere en Vrouwenpolder en de sluizen bij Vlissingen. Walcheren ging schuil onder een grote watermassa.

De op de vlucht geslagen families moesten op zoek naar droge plekken, hoewel die er bijna niet meer waren. De familie van Poul Lous vluchtte naar Oostkapelle waar ze in een door de Duitsers verlaten school konden slapen. "'s Nachts waren er beschietingen, dan moesten we van vader in de kerk schuilen waar we als haringen in een ton stonden. Angstig dat ik was. Verschrikkelijk."

De familie van Jo Theune leidde in de dagen na 3 oktober eveneens een zwervend bestaan. Een paar dagen in Serooskerke bij familie, daarna naar Domburg. Theune herinnert zich dat als hij in een stoel zat, hij zijn benen moest optrekken en dat hij pas weer kon lopen als het eb was. "Het was improviseren, maar we waren allang blij dat we nog leefden."

De bevrijding van Walcheren kwam pas op 8 november, omdat Duitse soldaten tot de laatste man weerstand bleven bieden. Het duurde nog bijna twee jaar voordat de gaten in de dijken waren hersteld en het water uit Walcheren was weggepompt.

Veel families namen na de bevrijding hun intrek in de door de Duitsers verlaten bunkers die vaak wat hoger lagen en droog waren. Er braken betere tijden aan. Poul Lous spreekt zelfs van een prachttijd. "Op het strand lagen regelmatig kisten, afkomstig van gezonken schepen, met daarin chocola, sigaretten en kazen. Ik hoefde niet naar school en het strandjuttersbloed raasde door mijn aderen."

Vergeten Slag om de Schelde

De geallieerden kregen op 4 september 1944 Antwerpen in handen, de aanvoerhaven die zij hard nodig hadden omdat de oprukkende legers moesten worden voorzien van munitie, wapens en eten. De aanvoerlijn vanuit Normandië was te lang. Vervolgens kwam het probleem dat Duitse soldaten zich met zwaar geschut hadden verschanst op Walcheren en vandaar de Schelde konden bestrijken. Antwerpen bleef voor schepen onbereikbaar.

De grote bunkerstellingen stonden op Walcheren vooral landinwaarts. Zo ontstond het plan om begin oktober het eiland - en dus de bunkers - onder water te zetten. Op 1 november kwamen Engelse, Schotse en Canadese troepen aan land. De laatste Duitse soldaten gaven zich op 8 november over.

Kees Traas, stichter van het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp, noemt de Slag om de Schelde een 'vergeten slag'. Het veroveren van de Schelde was militair van cruciaal belang en er is in Zeeland verschrikkelijk gevochten. "Maar ja, weinig mensen weten dat. De landing in Normandië en Operatie Market Garden kent iedereen. Ik denk dat het komt door de Zeeuwse eigenschap eerst te gaan werken en dan pas te praten. Er moest hier verschrikkelijk veel gebeuren. Aan de Slag om de Schelde is toen te weinig ruchtbaarheid gegeven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden