Weg voor vervolging Tsjadische ex-dictator ligt eindelijk open

Hissène Habré kon 20 jaar schuilen in Senegal, maar wordt nu door uniek tribunaal berecht

Clement Abaïfouta kampt nog steeds met de gevolgen van de vier jaar die hij in zijn geboorteland Tsjaad gevangenzat. Ook al is hij alweer bijna een kwarteeuw op vrije voeten. "Ik heb nachtmerries, ben chronisch moe en kan me slecht concentreren. Waarom ik werd opgepakt, is me nooit verteld. Ik was 25 en had net een beurs gekregen voor een studie in Duitsland. De cel heeft me voor het leven getekend."

Abaïfouta is één van de talloze slachtoffers van de Tsjadische ex-dictator Hissène Habré (70). Die leidde in de jaren tachtig in Tsjaad een van Afrika's wreedste regimes (zie kader). Na zijn afzetting vluchtte Habré naar Senegal. Daar wist hij ruim twintig jaar lang vervolging te ontlopen.

Nu lijkt Habrés spel uit. Afgelopen vrijdag opende in het Paleis van Justitie in Dakar een speciaal tribunaal dat Habré gaat berechten. Abaïfouta, voorzitter van de 'Associatie voor Slachtoffers van Hissène Habré', woonde de plechtigheid bij met een selecte groep lotgenoten.

Het Senegalese tribunaal is een mijlpaal die volgt op jarenlange pogingen om Habré te berechten. In 2000 vroegen slachtoffers voor het eerst om vervolging bij de Senegalese autoriteiten. Die weigerden omdat ze geen jurisdictie over de zaak zouden hebben. Maar volgens Reed Brody van Human Rights Watch, die Habrés slachtoffers al veertien jaar bijstaat, was onwil de werkelijke reden. "Habré had in Senegal de bescherming gekocht van zeer machtige politieke en religieuze leiders."

Dat bleek wederom toen Senegal in 2005 een Belgisch uitleveringsverzoek van de hand wees. Een jaar later verzocht de Afrikaanse Unie Senegal om Habré 'namens Afrika' te vervolgen. Senegal accepteerde, maar vertraagde vervolgens eindeloos de onderhandelingen vanwege financiering. In 2010 laakten Nobelprijswinnaars Desmond Tutu en Shirin Ebadi en talloze mensenrechtengroeperingen de 'oneindige politieke en juridische soap' rondom Habrés berechting. Daarna weigerde Senegal nog drie Belgische uitleveringsverzoeken. Ondertussen werd Habré in Tsjaad bij afwezigheid ter dood veroordeeld.

"Er zit pas schot in de zaak sinds vorig jaar de nieuwe Senegalese regering aantrad", zegt Brody. "Die toont de daadkracht en de politieke wil die zo lang ontbrak." Dat is niet alleen goed nieuws voor Habrés slachtoffers, stelt Brody, maar ook voor de democratie in Senegal. "Senegalezen zien dit tribunaal als een doorbraak in de strijd tegen corruptie en onschendbaarheid."

Dat geldt zeker voor Abdou Rahman Gueye, een Senegalese sieradenhandelaar die eind jaren tachtig werd opgepakt in Tsjaad. "De agenten stalen mijn sieraden", zegt hij met een triest lachje. "Ik werd in een cel van drie bij vier meter gesmeten waarin nog veertig gevangenen opeengepakt zaten. Dagelijks stierven er drie of vier door ondervoeding, ziekte, hitte en marteling." Clement Abaïfouta behoorde tot de ploeg die de doden moest begraven.

Postuum komt er voor hen nu waarschijnlijk alsnog gerechtigheid, en wel via een uniek tribunaal. Voor het eerst zal een land immers een ex-leider van een ander land gaan berechten. Maar eerst hebben advocaten nog ruim een jaar de tijd om het proces voor te bereiden. Habrés veroordeling in dat proces is volgens Brody waarschijnlijk, omdat het bewijs tegen hem 'uitzonderlijk sterk' is. Habré kan maximaal een levenslange celstraf krijgen. Als het zover komt, zullen Clement Abaïfouta, Abdou Rahman Gueye en hun lotgenoten een zucht van verlichting slaken.

'De Pinochet van Afrika'

Hissène Habré (1942) kwam in de zomer van 1982 via een coup aan de macht in Tsjaad. Hij maakte een eenpartijstaat van zijn land en creeerde het Directoraat voor Documentatie en Veiligheid, een geheime politie wier leiders hij zorgvuldig selecteerde uit zijn eigen stam. Op bevel van Habré voerde het Directoraat in de jaren die volgden een ongekend schrikbewind. Massaal werden (vermoedelijke) tegenstanders van het regime opgesloten, gemarteld en/of geëxecuteerd. Verschillende malen werden etnische zuiveringen georganiseerd tegen andere stammen in Tsjaad. Precieze cijfers ontbreken, maar geschat wordt dat tot veertigduizend Tsjadiërs stierven onder Habré en tot tweehonderdduizend mensen martelingen ondergingen. Human Rights Watch doopte Habré 'De Pinochet van Afrika'.

Op 1 december 1990 werd Habré verdreven door Idriss Déby Itno, die tot op de dag van vandaag president is van Tsjaad.

Leidde in jaren tachtig wreed regime

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden