Weg met het strafrecht!

Straffen helpt niet, veel criminelen gaan na hun straf opnieuw in de fout. Herstel liever de band tussen dader, slachtoffer en samenleving, die door de misdaad kapot is gemaakt.

INTERVIEW | NICO DE FIJTER

De twee bejaarde buurmannen hadden al jaren ruzie. Veel venijn, veel schelden over en weer. Tot het écht mis ging en de een de ander met een stuk ijzer voor z'n hoofd sloeg. Politie erbij. Dat had zomaar 'poging tot doodslag' kunnen gaan heten. "Toen zaten ze daar, die twee tachtigers, in dat kamertje, met een bemiddelaar tussen hen in. Eerst met de ruggen naar elkaar gekeerd. Ze gunden elkaar geen blik waardig. Maar na urenlange inspanning door die bemiddelaar draaiden ze langzaam bij, kwam het tot een gesprek, kwam het tot een spijtbetuiging, kwam het tot begrip. Er werd, kortom, gewerkt aan herstel, aan verzoening. Want ze moesten wel samen verder, als buren. Toen de officier van justitie daarvan hoorde, besloot hij van vervolging af te zien."

Dat was een uitstekende beslissing, vindt Jacques Claessen, universitair docent straf(proces)recht van de Universiteit Maastricht. Het mag dan zo zijn dat de ene tachtiger de andere tachtiger flink verwond heeft, zegt hij, maar wat winnen we ermee als die ene tachtiger vervolgens een tijd achter de tralies verdwijnt? Wat wint de tachtiger er zelf mee? En wat wint die andere tachtiger ermee?

Het dossier van de boze buurmannen maakt onderdeel uit van een experiment aan de Maastrichtse rechtbank. Sinds 1999 worden daar jaarlijks zo'n tweehonderd potentiële strafzaken afgedaan met behulp van bemiddeling. De officier van justitie legt een zaak voor aan een bemiddelaar. Als die het lukt om dader en slachtoffer om de tafel te krijgen en herstel te bewerkstelligen, ziet de officier af van vervolging. Tot een rechtszaak komt het dan niet meer.

Claessen (32) is groot voorstander van die aanpak, het zogenoemde herstelrecht. Dat recht gaat niet uit van het straffen van de dader, van vergelding en genoegdoening. Het gaat uit van herstel.

Straffen werkt amper, betoogt Claessen. "Zo'n 70 procent van de ex-gedetineerden gaat na de gevangenisstraf weer in de fout, de helft van hen zelfs binnen een jaar. Het herstelrecht gaat uit van het herstel van schade en van de relatie tussen dader, slachtoffer en samenleving. Dat herstel moet er komen door met elkaar in gesprek te gaan. De relaties tussen dader, slachtoffer en samenleving moeten worden gerepareerd. Daar horen berouw en vergeving bij. Verzoening is het ideaal. Voor vergelding is geen plaats."

Dat zijn grote woorden. En die klinken niet direct alsof ze in deze tijd passen.
"De huidige praktijk is doorgaans heel anders. Dader en slachtoffer worden tegenover elkaar gezet, met de staat als scheidsrechter en het strafrecht als ultiem wondermiddel. Mensen worden in goed en kwaad ingedeeld. Er zijn daders en er zijn slachtoffers. Er is een tachtiger met een stuk ijzer in z'n handen. En er is een tachtiger met een gat in z'n hoofd. Daders zijn slecht, gevaarlijk, gek, staan ver van ons af. Slachtoffers zijn goed en zielig, daar kunnen en willen we ons mee identificeren, die staan dicht bij ons. We voelen ons tegenwoordig eerst en vooral een potentieel slchtoffer.

Daarom zouden veel mensen het wellicht veel prettiger hebben gevonden dat Anders Breivik [de Noor die in Oslo en op het eiland Utøya tientallen mensen doodde] ontoerekeningsvatbaar was verklaard. Dat plaatst hem namelijk op nog grotere afstand van onszelf.

Om dezelfde reden was er veel onbegrip voor de Oostenrijkse Natascha Kampusch die na een ontvoering van acht jaar geen breekbaar slachtoffertje, maar juist een sterke vrouw bleek te zijn. Daarmee voldeed ze niet aan het stereotiepe slachtofferplaatje. Net als de vrouw van de ontvoerde en vermoorde Gerrit-Jan Heijn. Zij heeft de moordenaar vergeven. En heeft daarmee heel wat uit te leggen.

En, nóg een voorbeeld, kijk naar Michelle Martin, de ex-vrouw van Marc Dutroux. Zij is kort geleden, volledig conform de wet, vervroegd en onder voorwaarden vrijgelaten. De nonnen in het klooster waar Martin nu woont, hebben het zwaar te verduren gekregen. En waarom? Omdat zij, klinkt het verwijt, barmhartigheid hebben getoond die je aan slachtoffers moet betonen, en niet aan de personificatie van het hulpje van de duivel.

Als dader ben je gedoemd. De dader is het kwaad. Het slachtoffer is goed. Terwijl het goed én het kwaad in ieder mens zit.

Iedereen is óók een potentiële dader. Over verzoening gaat het vrijwel nooit."

Er is te veel sympathie voor slachtoffers?
"De nadruk op solidariteit met het slachtoffer is vaak te eenzijdig. Een advocaat als Richard Korver [die in de Amsterdamse zedenzaak veel van de ouders van de misbruikslachtoffertjes van Robert M. bijstaat] doet daar heel hard aan mee. En de politiek natuurlijk. Tijdens de verkiezingscampagne kwam de VVD met leuzen als 'Meeleven met slachtoffers. Niet met daders'."

Wat is daar mis mee?
"Met een stevige positie van het slachtoffer in het strafproces is niets mis. Het is uitstekend dat daar de laatste jaren veel aan verbeterd is. Maar misbruik het slachtoffer niet als een soort slecht excuus om strenger te straffen. Want als je strenger straft, heb je dan meer oog voor het slachtoffer?

Er zijn slachtoffers voor wie geen straf hoog genoeg is, zeker. Maar er zijn ook slachtoffers die helemaal niet geïnteresseerd zijn in de hoogte van de straf. Voor veel slachtoffers is het juist belangrijk dat ze hun verhaal kunnen doen. Dat ze erkenning krijgen. Dat er naar ze geluisterd wordt. Bovendien: het risico van de sterke focus op het slachtoffer is dat de dader vergeten wordt."

Waarom is dat erg?
"Misdaad is in de eerste plaats een relationeel conflict. In het herstelrecht geldt dat een misdaad pas als opgelost geldt, als de relaties tussen dader, slachtoffer en gemeenschap zijn hersteld. Kortom: als je de dader uit het oog verliest, kom je niet verder."

Helemaal nieuw is Claessens pleidooi voor herstelrecht niet. Op zijn Maastrichtse werkkamer hangt, op een dossierkast geplakt, een naar herstelrecht riekend citaat van de bekende strafrechtgeleerde Jan Leijten: "Pas dan is een volk geestelijk gezond als het de criminaliteit in eigen boezem kan verwerken zonder de daders voor het leven te brandmerken en uit te schakelen." In de jaren tachtig gingen de strafrechtgeleerden Louk Hulsman en Herman Bianchi nog veel verder. Weg met het strafrecht, riepen zij. 'Straf helpt niet, straf stigmatiseert', vindt Bianchi. Dat abolitionisme - de opvatting dat het strafrecht dient te worden afgeschaft en te worden vervangen door andere vormen van gedragsbeïnvloeding en conflictoplossing - kon zeker vanaf halverwege de jaren tachtig nog maar op weinig navolging rekenen.

"Maar we kunnen nog veel verder terug", zegt Claessen. Hij haalt een dun boekje tevoorschijn. 'Tegen de bestaande opvattingen omtrent Misdaad en Straf' heet het. Jaar van verschijnen: 1919. Auteur: Clara Meijer-Wichmann, strafrechtjuriste, vrijdenkster en socialiste. Wichmann moest van het strafrecht weinig hebben. Waarom straffen we eigenlijk, vroeg Clara Wichmann zich af: "Zó behoort de verhouding van mens tot mens niet te zijn, zó behoren mensen niet tegenover elkaar te staan. Tegenover die oude, overoude, uit het begintijdperk van het mensdom daterende leer, dat kwaad vergolden moet worden met kwaad, en dat wie kwaad doet moet worden neergedrukt en vernederd, stellen wij een ander levensbeginsel: Oordeel niet. Vergeld niet. Straf niet. Beloon niet. Maar tracht te scheppen met alle kracht die in u is een wezenlijk menselijke samenleving, waarin de voorwaarden voor groei en ontwikkeling voor ieder mens gegeven zijn; en tracht, in u zelf en anderen, het kwade te overwinnen door het goede. Alleen indirect kan de misdaad bestreden worden; niet door krachten te vernietigen, maar door krachten te wekken door, wat vernielend begon, in opbouw om te zetten. [...] wij komen radicale omzetting vragen, geen gedeeltelijke verbeteringen; wij zien een ander beginsel in de verte dagen: dat van een nieuwe tijd, van een broederlijke mensheid, die [...] met het strafbeginsel breken zal."

Daarmee komt Wichmann, zegt Claessen, dicht bij een mystieke benadering van misdaad en straf. Die benadering - Claessen deed er in zijn proefschrift onderzoek naar - biedt volgens hem een goede basis voor herstelrecht.

Wat wil dat zeggen, die mystieke benadering van misdaad en straf?
"Mystiek is het hart van religie en kun je omschrijven als het streven van de mens naar eenwording met God, de ultieme werkelijkheid of de absolute realiteit, het ene, of hoe je het ook noemen wilt. De mens is volgens de mystiek een verbonden wezen. Dat betekent dat rechtvaardig handelen vanuit mystiek oogpunt gelijk staat aan ieder handelen dat voortkomt uit het inzicht van verbondenheid. Onrechtvaardig handelen vloeit voort uit de illusie van afgescheidenheid. Mensen willen zich, kortom, in de kern van hun wezen verbonden voelen met anderen. Als ze misdaden plegen, doen ze geen recht aan die verbondenheid. Het verlangen naar verbondenheid is het goede dat in ieder mens zit. Dat moet je naar boven zien te halen. En dat doe je niet door mensen op water en brood te zetten. Volgens de mystiek houdt rechtvaardig handelen jegens een misdadiger ieder handelen in, waardoor hij alsnog met zijn diepste wezen in contact komt, zodat hij alsnog gaat handelen vanuit het inzicht van verbondenheid. Herstelrecht is op die ommekeer, op die persoonlijke transformatie gericht. En dat betekent dat je niet alleen in het slachtoffer maar ook in de dader moet investeren. Heling kan pas ontstaan wanneer er aandacht is voor de behoeften en belangen van alle conflictpartijen."

Is dat niet naïef?
"Niet naïever dan de huidige werkwijze. Die lijkt het gegeven te negeren dat recidivecijfers onder voormalig gedetineerden enorm hoog zijn."

Maar als er misdaden zijn gepleegd moet er toch ook genoegdoening plaatsvinden? Of, sterker nog, misschien moet er zelfs aan de wraakgevoelens van het slachtoffer en de samenleving worden tegemoet gekomen.
"Het ideaal in de mystiek is dat kwaad met goed wordt vergolden. En dat goede wil dan zeggen: op de persoon van de dader gerichte maatregelen. De mystiek is tegen intentionele leedtoevoeging, tegen straf, tegen vergelding van kwaad met kwaad. Want geweld lokt nieuw geweld uit en een samenleving waarin stelselmatig met straf op misdaad wordt gereageerd, kan niet anders dan een gewelddadige samenleving zijn.

Als het lukt om dat gevoel van verbondenheid bij daders op te wekken, ontstaat er iets prachtigs. Dat kan bij daders tot berouw en boetedoening leiden en bij slachtoffers en de gemeenschap tot vergeving en genade - en daarmee ook tot een gevoel van verbondenheid."

Het klinkt allemaal prachtig. En utopisch.
"Ja, misschien is het utopisch. Maar een defaitistische samenleving heeft idealen nodig. En het hoeft ook allemaal niet in een keer te worden bereikt. Kleine stapjes. Het experiment in Maastricht is zo'n stapje. Het probeert de dader van die verbondenheid bewust te maken. Bij de rechtbank Amsterdam zijn ze met iets vergelijkbaars bezig. In andere landen, zoals België en Duitsland, wordt al volop bemiddeld. Beetje bij beetje rukt herstelrecht op, ook in Nederland."

FOTO'S JÖRGEN CARIS

Winnaar Bianchi-prijs
Jacques Claessen (1980) is universitair docent straf(proces)recht aan de universiteit Maastricht. In 2010 promoveerde hij op het proefschrift 'Misdaad en straf - een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief'. Hij houdt zich bezig met de relatie tussen religie, moraal en strafrecht. Claessen was vorig jaar een van de ondertekenaars van een manifest waarin jonge strafjuristen het verharde strafrechtklimaat hekelden en een humanere toepassing van het strafrecht bepleitten. Vorige maand richtte diezelfde groep jonge strafrechtgeleerden de stichting Mens en Strafrecht op. De stichting vindt dat de 'mildere' waarden - zoals vergeving, verzoening en herstel - in het publieke debat en in het justitie- en veiligheidsbeleid meer aandacht verdienen.

Claessen was dit jaar - samen met de stichting Restorative Justice Nederland - winnaar van de eerste Bianchi-prijs. Die prijs, ingesteld door de Bianchi Herstelrecht Stichting, wordt elke twee jaar uitgereikt aan personen of instellingen die zich inzetten voor de verbreiding en toepassing van het herstelrecht in Nederland.

Naast zijn academische werk is Claessen rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank van Maastricht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden