Weg met de Ot en Sien-natuur

Benno te Linde: 'Je gaat niet rommelen met soorten.' Beeld Koen Verheijden

De flora in Oost-Gelderland gaat achteruit, zegt onderzoeker Benno te Linde. Hij ergert zich aan de ‘bonte mix van gekke soorten’ in ingezaaide akkerranden.

Benno te Linde uit Babberich is vegetatieonderzoeker en behoorlijk streng in de leer. Noem hem gerust een groene puritein. Hij moet zelf soms een beetje lachen om zijn fanatisme. Maar geregeld vergaat het lachen hem als hij door de velden van Oost-Gelderland struint. Dan ziet hij bloemrijke akkerranden, met subsidie ingezaaid door boeren om bijen en patrijzen te lokken.

Best mooi, maar wat doen die zonnebloemen en klaprozen in die akkerranden? Te Linde gruwt ervan: “Klaprozen en zonnebloemen horen volstrekt niet thuis in het oosten van Gelderland.”

Dat is groen doen voor de bühne, tuinieren in de natuur. Soms eerder slecht dan goed voor de soortenrijkdom, vindt hij. Gebiedsvreemde planten kúnnen andere inheemse soorten verdringen. Daar zijn voorbeelden van. Te Linde heeft een gloeiende hekel aan de ‘bonte mix van gekke soorten’ in akkerranden.

Megaproject

Hij heeft er verstand van. Met collega-vegetatieonderzoeker Louis-Jan van den Berg bracht Te Linde eind vorige eeuw de complete flora van Oost-Gelderland in beeld. Samen struinden ze tussen 1989 en 2001 gestructureerd de 2000 vierkante kilometer bodem af van de Achterhoek, de Liemers en de Graafschap, gebieden die bij plantenkenners befaamd zijn om zijn om hun gevarieerde, wilde flora.

Het speurwerk van de twee leidde in 2003 tot de ‘Atlas van de Flora van Oost-Gelderland’, een naslagwerk waarin 2000 planten en hun vindplaatsen worden beschreven.

Het megaproject wordt inmiddels herhaald. Over vier jaar moet de tweede editie klaar zijn. Van den Berg en Te Linde lopen opnieuw op elk vrij uur door het Gelderse land. Ogen gericht op de bodem, kijken, turen, determineren. Zie ik daar het vijfvingerkruid? Groeit ginds een exemplaar van de zeldzame blauwe knoop? Daar langs de Oude IJssel, is dat de moeslook? En verdraaid, dat sprietje met dat piepklein bloemetje, zou dat een draadgentiaan zijn? Te Linde: “Afgelopen zaterdag hebben we een vak van één vierkante kilometer bij Vorden bekeken: daar hebben we 380 soorten gevonden op één dag. Dat is ongekend.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Bonte korenbloem (linksboven), Korenbloem (rechtsboven), Moeslook (linksonder), Wilde peen (rechtsonder). Beeld Benno te Linde

Onnatuurlijk

Bij al die tochten in het veld gebeurt het hem wat te vaak dat hij bloemrijke stroken ziet tussen gras- en gewaspercelen, waarin planten zijn gezaaid die helemaal niet in die regio thuishoren. “Het oogt onnatuurlijk en rommelig.” Wat Te Linde stoort is dat uitheemse planten die tussen de zaden zitten, uiteindelijk de flora van een gebied kunnen verstoren.

Neem het fluitenkruid. Deze schermbloemige is inmiddels zeer algemeen in de Achterhoek. Vroeger kwam de plant in grote delen van de Achterhoek niet voor. Na de intreding van het moderne bermbeheer langs wegen –wel maaien, maar niet afvoeren – zijn kieskeuriger planten langzaamaan verdreven uit de wegberm, fluitenkruid won terrein.

In de jaren na verschijning van de eerste Atlas bleek dat de flora in Oost-Gelderland zich onstuimig ontwikkelt. “We zien nu soorten die we eerder niet hebben aangetroffen, soms bijzondere planten.” Daarnaast zijn er soorten die tot 2003 nog wel werden gevonden, maar inmiddels vrijwel zijn verdwenen, zoals de blauwe knoop, die groeide in schrale graslanden en wegbermen. “Die zie je bijna nergens meer. Heel opmerkelijk.”

Ook de Gelderse bermen, vroeger vindplaats van tal van planten, zijn minder interessant geworden. Te Linde: “Dat komt doordat bij wegwerkzaamheden die bermen vaak worden opgehoogd met gebiedsvreemd zand. Daar wordt door die aannemers soms vervuild materiaal op gestort. Langs de weg van Zutphen naar Lochem vond je vroeger in de berm soorten planten van oude graslanden. Nu is de weg opnieuw geasfalteerd en zijn delen van bermen met afvalgrond verhoogd. Dan is het voorbij. Greppelkanten en slootoevers waren altijd de leuke plekken om bijzondere soorten te vinden, heide, de klokjesgentiaan of de gevlekte orchis. Maar door het huidige intensieve slotenbeheer van waterschappen is de flora op die plekken achteruit gehold.”

Authenticiteit

Ooit kon Nederland probleemloos worden opgedeeld in gebieden met een eigen specifieke flora. In Heukels’ Flora van Nederland zijn die 18 floradistricten nog terug te vinden. Het onderscheid tussen de districten is zo langzamerhand verdwenen, zegt Te Linde. “Een voorbeeld: de gulden sleutelbloem, een soort die ooit vooral op de rivierduinen van Overijssel en Gelderland en in de kalkgraslanden van Limburg groeide, zie je nu overal. Uiteindelijk verlies je zo de authenticiteit van een landschap.”

Klimaatverandering speelt ook een rol, erkent Te Linde, hoewel niet een heel grote. “Het is te makkelijk om alles op het klimaat te schuiven. Maar het is waar: je ziet nu overal in Nederland de bijenorchis, een prachtige plant, die profiteert van de warme zomers. Voorheen vond je die alleen in Limburg.”

Maar is dat zo erg? “Dat is het moeilijke van ons vak. Iedereen vindt het mooi als zeldzame planten met fraaie bloemen ineens opduiken. Maar er ontstaat een vertekend beeld. Je creëert een Ot en Sien-idee over hoe de natuur er uit moet zien. Klaprozen kwamen vroeger in de hele Achterhoek nauwelijks voor. Nu zie je ze overal. Je wordt snel gezien als een zeurpiet als je daar tegen bent. Maar het is gewoon veel natuurlijker als een plant helemaal op eigen kracht terugkomt. Als ik nu in Oost-Gelderland een blauwe knoop in nieuwe natuurgebieden aantref, dan weet ik: die is ingezaaid. Dat is toch een soort vals spelen. Bij goed beheer kies je voor de natuur en ga je niet rommelen met soorten.’’

Tekst loopt door onder de afbeelding

Gulden sleutelbloem (linksboven), Bijenorchis (rechtsboven), Grote klaproos (linksonder), Draadgentiaan (rechtsonder) Beeld Benno te Linde

De bolderik van Salland

‘Zeldzame bolderik terug in Salland’, meldde Natuurmonumenten een tijd geleden opgetogen in een persbericht. De tekst: ‘Een bijzondere ontdekking in Salland. Op de graanakkers zijn een zeldzame bolderik en de gele ganzenbloem aangetroffen. Een bevestiging dat het beheer van Natuurmonumenten zijn vruchten afwerpt.’

Ammehoela, zegt vegetatie-onderzoeker Benno te Linde. “Die bolderik is daar gewoon gezaaid door Natuurmonumenten. Als ik een bolderik zaai in mijn achtertuintje, komt-ie ook op. Het gaat er juist om dat je in die gebieden de planten terugkrijgt die oorspronkelijk zaten.”

Dat kan, aldus Te Linde, maar dat vergt geduld. Dan moet je de vruchtbare bovenlaag van zo’n gebiedje afplaggen en de natuur zijn gang laten gaan. Paar keer maaien per jaar, maaisel verwijderen en afwachten. “In iedere bodem zit een zadenbank met zaden die decennia, soms zelfs eeuwenlang goed blijven. Die ontkiemen als de condities goed zijn. Maar dan kun je niet al te snel persberichten sturen. Dat herstelproces kost gewoon tijd.”

Natuurmonumenten

De kwestie ligt genuanceerder, zegt Natuurmonumenten. Weliswaar is de bolderik daar ingezaaid, maar dit was zaaizaad van een boer uit de regio. “Dit gaat om oude graanakkers waarop wij wel 25 jaar lang een heel uitgekiend natuurbeheer hebben losgelaten”, zegt Jos Schouten, coördinator natuurbeheer van Natuurmonumenten in Salland. “We hebben met aangepaste bemesting de bodem weer in oorspronkelijke staat teruggebracht. De zaadbanken van vroeger waren daar allang uitgeput door decennia graanteelt. Sommige soorten wilde akkerkruiden keerden wel terug op die graanakkers, maar enkele niet.

“We hebben besloten om die ontbrekende soorten, zoals de bolderik, uit de directe omgeving terug te halen naar dit gebied. Daar moet je terughoudend in zijn, want er kunnen genetische verschillen zijn tussen planten. Maar we zien nu dat de bolderik en ook de gele ganzenbloem sporadisch weer opkomen in dit gebied.”

Schouten is het eens met Te Linde dat de akkerranden vaak een bonte mengeling van bloemrijke rariteiten zijn. “Maar die akkerranden zijn er voor de fauna, voor vogels en insecten. Het zijn geen maatregelen voor herstel van vegetatie, het gaat erom dat er bijen op die bloemen afkomen. Genetisch gezien horen veel van die ingezaaide planten inderdaad elders thuis, maar dat geldt in principe ook voor de geteelde gewassen, zoals maïs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden