Weg met de idealen!

'Het is een kortzichtige, louter materiële opvatting dat politiek een kwestie is van eerlijk delen en iedereen content houden.' Volgens Herman de Dijn schept de politiek met haar pretenties van wat zij vermag, telkens weer verwachtingen die zij niet kan waarmaken. Hij ziet in het ongeduld dat zo is opgewekt, een van de oorzaken van de revolte tegen de politiek die Fortuyn aanvoerde. Hij pleit voor bescheidenheid van politici: 'En zo gaan we dat dan aan de mensen zeggen: ons programma is low profile.'

De politieke omwenteling die zich dit jaar voltrok in Nederland, doet de Vlaamse filosoof Herman de Dijn denken aan de 'chaostheorie' en haar verklaring van onverwachte implosies en explosies. De abrupte verstoring van de Paarse rust en vrede, het grote ongeduld dat in luttele maanden tijd onder de kiezers manifest werd, de onstuimige opkomst en gewelddadige dood van Fortuyn, de polarisatie van politieke en maatschappelijke verhoudingen, de bedreigingen van politici, de ongekende verschuivingen van de krachtsverhoudingen in de Tweede Kamer na de verkiezingen: wie had dat een jaar geleden durven voorspellen?

Niets loopt in een lijn, zegt de chaostheorie, de toevallige samenloop van omstandigheden regeert de geschiedenis. Dat wij graag naar de doorgaande lijn in ontwikkelingen speuren, naar het evenwicht en de samenhang, komt doordat we alles met onze rede willen kunnen verklaren. Dan zien we over het hoofd dat mensen behalve door hun ratio ook door hun gemoed worden geleid, wat zijn weerslag heeft op de loop der gebeurtenissen.

De Dijn meent dat de eruptie van politieke gebeurtenissen in het afgelopen jaar, niet los kan worden gezien van de verkeerde kijk die politici en kiezers op elkaar hebben. Politici zien het electoraat als een groep louter calculerende mensen die rationele afwegingen maken, als consumenten aan wie het beste product tegen de minste kosten moet worden voorgezet. In de strijd om de stemmen spiegelen zij de kiezers voor dat zij de beste oplossingen voor alle problemen hebben. Gewend aan deze bejegening zijn de kiezers zelf, nog steeds volgens De Dijn, zich allengs als kritische consumenten tegenover politici gaan opstellen. Zij verlangen wat zij ook van de economie verlangen: prompte inwilliging van hun wensen.

Het gemoed laat zich evenwel niet uitschakelen. Elke keer dat politici tekortschieten in de beloofde oplossing van problemen, neemt het ongeduld van de kiezers toe, tot het zich onverwachts een uitweg baant, zoals dit jaar met de revolte tegen Paars en de doorbraak van het populisme. Op de vraag hoe het fortuynisme in te dammen, antwoordt De Dijn dan ook dat de politiek in de eerste plaats haar pretenties moet matigen en erkennen dat de problemen weerbarstig zijn.

,,De politiek heeft de burger gereduceerd tot een cliënt'', zegt De Dijn in een hotel aan de kust van Oostende. Na een sabbatsjaar is hij daar een weekje neergestreken, om zich op te laden voor het nieuwe semester in Leuven. ,,De burger is onze cliënt: dat is een slogan waarmee de liberalen in België zich zelfs letterlijk profileren. Een economistische visie op de mens viert nu ook hoogtij in de politiek. De mens verlangt iets, de politiek is een machine die dat produceert. De partijen bieden tegen elkaar op wie van hen het beste product levert, zoals firma's dat doen in hun reclame. Dan krijg je dat mensen zich ook als cliënten gaan gedragen. Ze willen boter bij de vis. Zoveel mogelijk mensen moeten zo snel mogelijk, zoveel mogelijk krijgen wat ze willen, de een misschien iets meer dan de ander, maar wel iedereen. ''

,,De manier waarop partijen zich verkopen aan de kiezers, is ook zoals bedrijven dat in de reclame doen. Marketingstrategen en andere adviseurs creëren rond de persoon van de leider een imago waarvan ze de grootste aantrekkingskracht op de kiezer verwachten. Jong en intelligent, of zorgeloos en vrolijk, of ervaren en bedachtzaam. De christen-democraten bij ons, in België, hebben voor de regionale verkiezingen al verordineerd dat geen van hun lijstaanvoerders ouder dan 45 mag zijn. Complete waanzin!''

,,Maar helaas, als politici menen dat een bepaalde logica hun houvast biedt, is het heel moeilijk een andere kant uit te gaan. Alle partijen komen in hetzelfde stramien terecht, waarin een eenzijdige en onvolkomen visie op burgers hun handelen stempelt. Ze vergeten wat ook de economie vergeet: mensen zijn meer dan cliënten. Het is een kortzichtige, louter materiële opvatting dat politiek een kwestie is van eerlijk delen en iedereen content houden. Zo wordt miskend dat mensen eigenschappen en, al dan niet verborgen, verlangens hebben die niet allemaal strikt rationeel maar wel fundamenteel zijn. Identiteit, zich ergens thuisvoelen, het leven leiden zoals men wil, veiligheid. Het is lariekoek dat de mens een calculerend individu is. Hij is doorgaans een wezen van het gemoed, zeggen Spinoza en David Hume. Ze hebben gelijk. En als het gemoed overloopt gaat het fout, stormachtig, plotseling, op een manier die onbegrijpelijk zal zijn als men er geen rekening mee houdt.''

,,Dat onvoorspelbare karakter van zo'n reactie is minder onbegrijpelijk als men wél weet dat de mens vooral door het hart wordt geregeerd. Het is in de politiek als in de liefde. Plotseling ben je verliefd, plotseling ben je boos.''

,,In België zagen we ook een totaal onbegrip bij de politici voor wat zij zagen als een wispelturige reactie van de kiezers op de dioxinecrisis, het schandaal van het vervuilde veevoer. De verkiezingen na de crisis herverdeelden het politieke landschap volledig. Politici dachten de kiezers tot rust te kunnen brengen met allerlei projecten om de zaken weer volledig in handen te krijgen. Ze onderschatten de angst die kiezers had bevangen, nu een basale zekerheid als de veiligheid van het voedsel was weggevallen. Eerst konden wij ons varkenskotelletje niet meer vertrouwen, daarna bleek ook het rundvlees niet veilig, vervolgens het kippenbilletje. Mensen waren opeens doodongerust. Zij panikeerden! En toch verraste de explosie die de vonk van de dioxinecrisis veroorzaakte, de politici volkomen. Die angst ebt natuurlijk wel weer weg, maar er is niet veel nodig om hem plots weer, eventueel in een andere context, te doen oplaaien.''

,,Fortuyn begreep beter dan andere politici wat de mens is. Hij had oog voor de diepere frustraties van bepaalde groepen burgers. Hoe opportunistisch hij ook was in zijn zoektocht naar de macht, hij ondernam die tocht wel door in te spelen op het gemoed van de kiezers. Met branie vertolkte hij de onvrede. Hij was de vonk die bij u, in Nederland, de explosie zou veroorzaken. Hij speelde niet alleen de kaart van de ongeduldige burger. Hij profileerde zich tevens met standpunten over problemen die door de blinde vlek voor het gemoed, en ook door politieke correctheid, te veel uit de politiek waren verdwenen. Onderschat u niet hoeveel mensen zich ziek, oud, eenzaam, verveeld, depressief voelen. Ze gaan gebukt onder het gevoel van onveiligheid, onder de angst voor migranten, voor ziekte, dood. Ze vrezen straks een vreemdeling in de eigen samenleving te zijn: overal in Nederland zijn er nu mensen die zich even verlaten en onveilig voelen als in een grote stad. En niet in de laatste plaats hebben mensen soms het gevoel in hun eer te zijn aangetast.''

,,Men onderschat geweldig de politieke lading van het eergevoel. Ik heb begrepen dat Fortuyn ook onder jonge Marokkanen kiezers trok. Dat zou me niet verbazen. Het is in België opgevallen dat zelfs allochtonen voor het Vlaams Blok stemmen. Die blokkers, vinden ze, hebben tenminste lef. Ik ben verbijsterd hoe weinig Belgische politici die zich uitlaten over de migrantenproblematiek, begrijpen van de invloed die het eergevoel op het gedrag van migranten heeft. Die jonge gasten in de oude Brusselse wijken hebben een enorm ontwikkeld eergevoel. Zij voelen zich werkelijk door onze maatschappij in de goot geduwd. Vandaar hun agressiviteit.''

Zowel de ongeduldige burger die van de politiek ogenblikkelijk een oplossing van zijn misère verlangt, als de politicus die hem het idee geeft dat die oplossing voorhanden is, miskent volgens De Dijn dat de politiek voor weerbarstige problemen staat. De vraagstukken die de economie noch het particulier initiatief kan oplossen, behoren tot het specifieke werkterrein van de politiek. Wellicht nog meer dan zijn concurrenten, schiep Fortuyn bij kiezers het waanbeeld dat hij overal raad op wist.

De Dijn: ,,Wat u zegt! Politici moeten aan de kiezers duidelijk maken dat veel problemen waarvoor zij staan, op zijn best een beetje zijn op te lossen en zelden helemaal. Politici moeten bescheidener worden tegenover hun kiezers en de illusie van de maakbare samenleving wegnemen.''

,,Nu is het zo dat politici, net als managers, alles wat ze doen vertalen in projecten. Het is allemaal een project, tegenwoordig. U beschouwt dit interview toch ook als een project, is het niet? Dat komt uit het bedrijfsleven. We hebben een probleem, we bedenken een strategie, we maken een project, we gaan het stante pede oplossen. Wat daar achterzit is het idee dat we altijd vooruit moeten, ook al weten we niet waarom of waarheen. Wat bestaat is eigenlijk niet goed. Wat de conservatieve filosoof Oakeshott daar tegenin brengt is: kunnen genieten van het heden. Bewaar wat goed is, is de kern van het conservatisme. Met die aaneenschakeling van projecten zet de politiek van alles voortdurend op scherp. Alles moet vernieuwd, alles moet voortdurend anders. We belanden zo in een absurde, continu revolutionaire situatie, waarin de politiek een machine wordt die alles platwalst. Weg met de projecten!''

,,In België hebben we nu het project van de dioxinevrije landbouw, met een ongelooflijke mobilisatie van middelen en energie. Maar de maatschappelijke voorwaarde voor veilig voedsel was allang daarvoor kapotgemaakt: vertrouwen. In het ontbreken van vertrouwen, in combinatie met grof winstbejag, schuilt de werkelijke oorzaak van het dioxineschandaal. Vertrouwen dat alleen wordt opgebouwd in menselijke relaties, is veel meer dan geld van onmisbaar belang voor een menswaardige economie en samenleving. Elk contract berust op het vertrouwen dat de ander zijn verplichting zal nakomen. Hij moet voldoende moreel besef hebben waarop je hem kunt aanspreken. Een economie die leunt op het idee dat de deelnemers louter calculerende individuen zijn, zal daarentegen vastlopen.''

,,Waardoor was het Enronschandaal mogelijk? Waar vroeger vertrouwen de relaties stempelde, is dat nu het contract tussen de producent en de cliënt. In het onderwijs bijvoorbeeld. De student betaalt, de docent levert met de overdracht van kennis een dienst. Ondertussen bouwt men in het universitaire verkeer net als in de economie, allerlei controlemechanismen in, om de 'contracten' goed af te handelen. We hebben visitatiecommissies, examencommissies, auditcommissies die de andere commissies controleren. Ik weet hoe het werkt, ik heb er allemaal in gezeten.''

,,Vroeger bestond dat controlecomplex niet en ik wed dat er toch even weinig misbruik was als nu. Hoe kan dat? Welnu, ik denk opnieuw dat het met eer te maken heeft. Het was een erekwestie het onderlinge vertrouwen niet te beschamen. Voor jezelf én voor de hele club. Als ik als docent iets onbetamelijks deed met een student, beschaamde ik niet alleen mijzelf maar alle collega's. Ondertussen heeft al die controle, bedoeld om vertrouwen bij de consumenten op te wekken, het averechtse effect. Want hoe meer men van die controleorganen introduceert, hoe wantrouwender de mensen worden: er moet daar wel iets grondig mis zijn!''

Waar werkelijk behoefte aan is, zo luidt de conclusie die De Dijn uit zijn betoog trekt, is een conservatieve tegenbeweging. In zijn beschrijving van een conservatieve partij is in sommige opzichten het CDA herkenbaar, althans als het gaat om de functie die conservatieven volgens De Dijn moeten toekennen aan instituties als scholen en universiteiten, de handel, de familie. Daarentegen zal de partij naar De Dijns model vanwege haar afkeer van idealen voor het CDA onherkenbaar zijn: ,,Een goede conservatieve partij is een partij die durft te zeggen dat zij geen programma heeft, geen idealen. Weg met de idealen! Wij proberen alleen wat goed is in stand te houden. We moeten goed nadenken hoe we dat bewaren. Geniet van wat er is, zoals Oakeshott zegt, en zet niet de hele tijd de boel op stelten.''

,,En zo gaan we dat dan aan de mensen zeggen: ons programma is low profile. Gij zult er niet in lezen dat we voor gelijkheid en broederschap zijn, nee, nee, nee, dat is allemaal lariekoek. Geen idealen, dus, geen programma waarin wij alles ondergeschikt willen maken aan de hemel die wij hier op aarde willen realiseren. Dat praten over dat we allemaal gelijk moeten zijn, broeders van elkaar en vrij, dat zijn allemaal slogans en mooie woorden, maar ze betekenen niets meer. Die idealen zijn puur abstract, inhoudsloos.''

,,Een conservatieve partij is ook een partij die zich geen illusies maakt over de mensen. Zij denkt dus niet dat iedereen goed is. Integendeel, zij vraagt zich af hoe we al dat sluimerende geweld gaan kanaliseren. Hoe gaan we het vertrouwen herstellen dat de dwaasheden had kunnen voorkomen, die we in de dioxinecrisis hebben begaan? Het is een partij die weet dat de politiek in het beste geval alleen voorwaarden voor de gewenste ontwikkeling kan scheppen. Burgerzin kunnen we niet rechtstreeks scheppen, noch een gevoel van saamhorigheid. Dat moet groeien. Het kan geen project zijn.''

,,Vertrouwen bijvoorbeeld, dat zullen we niet kunnen produceren. Proberen we dat wel dan, zo hebben we gezien, produceren we wantrouwen. We kunnen wel de instituties ondersteunen, financieel of anderszins, die niet rechtstreeks en als we geluk hebben, vertrouwen genereren: handel, familie en gezin, onderwijsinstellingen. We kunnen er als politici niet voor zorgen dat er veel gezinnen zijn, niet waar? Laat staan dat het allemaal goede gezinnen zijn! Dat is niet in onze macht. We kunnen wel geld in de richting van de gezinnen sluizen, bijvoorbeeld opdat de eenoudergezinnen er niet onderdoor gaan en er meer kinderopvang mogelijk wordt. Dat zou een duidelijk conservatief punt zijn.''

,,Wij moeten niet bij voorbaat blij zijn als een partij zich conservatief noemt. Dat wil nog helemaal niet zeggen dat zij het in de reële politiek beter zal doen dan de andere. Door omstandigheden kan zo'n partij dwaze dingen doen of domme leiders hebben, en het tegenovergestelde in praktijk brengen van wat vereist is. De politiek van de conservatieve premier Thatcher was het omgekeerde van conservatief. Zij brak juist alles af. Als je ziet wat er door haar van het Britse onderwijs is geworden, vooral van de universiteiten buiten 'Oxbridge'. Vreselijk. De realiteit gehoorzaamt niet zo maar aan onze wensen, laat staan aan onze woorden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden