Weg met de doctorandus!

De doctorandus-titel heeft zijn langste tijd gehad: over een paar jaar word je op een Nederlandse universiteit naar Angelsaksisch model eerst bachelor en daarna - als je mag - master. Daarmee zou in Europees verband dan voor het eerst iets lukken wat in Ne der land vaak bepraat, soms gepro beerd, maar nooit een succes geworden is.

Elke onderwijssector heeft zijn eigen grapjes-met-een-baard. Universiteiten hebben er eentje over de doctorandustitel: in het buitenland zou niemand die rare Nederlandse afkorting drs. begrijpen. Wie dat voor z'n naam heeft staan, denken ze daar, is een dubbele doctor!

Maar wie uitlegt dat drs. staat voor het gerundivum doctorandus, iemand die nog doctor moet worden, heeft het buitenslands juist weer moeilijk. Omdat het - althans, op papier - vier jaar duurt om doctorandus te worden, moeten Nederlandse doctorandussen buitenslands altijd uitleggen dat ze heus net zoveel gewicht hebben als Angelsaksische masters, die vijf jaar studie achter de rug hebben: drie jaar voor hun bachelor's diploma, twee jaar voor de master's-opleiding.

Binnen afzienbare tijd is het met dat getob afgelopen. Omdat Europa ook op onderwijsterrein één moet worden, moeten alle verschillende onderwijsstelsels een stuk uniformer worden. Dat maakt het makkelijker een tijdje in het buitenland te studeren - al kun je je afvragen of de taal niet altijd de meeste buitenlanders naar Engeland zal blijven trekken. Van alle (10 000) Nederlandse studenten die de grens over gaan, studeert een kwart daar.

Vorig jaar juni zetten 29 Europese ministers van onderwijs in het Italiaanse Bologna hun handtekening onder een afspraak om alle stelsels gelijker te trekken. (Een echte krachtige wet zit er niet in, want onderwijs valt niet onder de Europese Commissie - wat je in Europees verband over onderwijs wilt regelen, moet dus met zwakkere middelen zoals 'afspraken'.) Overal moet hoger onderwijs opgedeeld worden in twee gedeeltes: een 'eerste cyclus' van minstens drie jaar, gevolgd door een 'tweede cyclus'. Dat zou goed zijn voor de mobiliteit, en op de arbeidsmarkt zou zo'n driejarige bachelor het best eens goed kunnen doen.

Landen zoals Nederland, zonder zo'n tweedeling voor het doctoraal, moeten de boel dus verbouwen. Want sinds begin jaren tachtig kent Nederland weliswaar een Tweefasenstructuur, die je na een 'eerste fase' doctorandus maakt (tenminste, op een universiteit - want na vier jaar hogeschool ben je officieel baccalaureus en kun je alleen met kunstgrepen via een buitenlandse universiteit aan een master's-diploma komen), maar de twee cycli waar de EU op uit is beogen een knip te maken in wat wij 'eerste fase' noemen.

Zo'n verbouwing komt niet slecht uit. Want Nederland worstelt er al jaren mee dat het hoger onderwijs 'zo duur' zou zijn omdat het 'zo lang' zou duren. Tweemaal eerder is geprobeerd om ter universiteit een korte opleiding te maken.

De eerste keer was een plaatselijk, Twents initiatief. Het was 1964, de Universiteit Twente heette nog lang en breed technische hogeschool, de arbeidsmarkt zat te springen om technisch opgeleid personeel en het idee was: als er een korte maar krachtige technische opleiding zou zijn, zou dat misschien meer jongeren trekken. Tussen 1964 en 1974 kon je in Twente in 3,5 jaar technisch baccalaureus worden - een technisch diploma halen met, dacht men, een paar unieke voordelen. Je werd er geen nederige hts'er van, maar een theoretisch doorknede algemene technicus. Wie wilde, kon daarna in 1,5 jaar alsnog een 'echte' ingenieur worden. Maar toen de opleiding startte, was de gedachte niet dat dat hoefde: de arbeidsmarkt zou ze immers nodig hebben?

Hoe is het eigenlijk afgelopen met die tien lichtingen baccalaurei, nu vijftigers? ,,Slecht!'', zegt prof. dr. ir. M. Schouten, vice-voorzitter van de ingenieursvereniging KIvI. ,,Ze zijn vrijwel allemaal doorgegaan en 'echte' ingenieurs geworden. Deels uit leergierigheid, deels omdat de arbeidsmarkt bij nader inzien toch 'complete' ingenieurs wilde. In het bedrijfsleven werden ze toch bekeken als mensen 'die hun studie niet hadden afgemaakt'. Dus na tien jaar is men er maar mee gestopt.''

De tweede poging om een korte opleiding op te zetten dateert van twintig jaar na de stopzetting van dat experiment, maar zou voor heel Nederland gelden. Het was zomer 1994 en er kwam een kabinetsformatie aan. Het D66-kamerlid Nuis had een idee. ,,Ik heb met studenten op terrassen gezeten. Daar hoor je heel andere dingen dan wanneer je met officiële woordvoerders praat. Studenten vertellen dat hun studie best in drie jaar kan. Er zit veel dood hout in zo'n opleiding'', zei Nuis toen hij met een hervormingsplan voor het hoger onderwijs kwam.

In drie jaar tijd kon je in het plan-Nuis bachelor worden. Alleen de uitblinkers konden daarna nog door voor de master's-titel, maar zonder studiebeurs. Op die manier, dacht Nuis, kwam Nederland af van een klein leger studenten zonder talent voor wetenschappelijk onderzoek, die dus ook niet per se doctorandus hoeven worden, die dus maar geld kosten, en die dus ook best na drie jaar de arbeidsmarkt op konden.

Nuis had pech. Toen hij een paar weken later staatssecretaris werd - in Paars I - was dat in een kabinet dat enorm (aanvankelijk: 1,5 miljard gulden) op het hoger onderwijs dacht te moeten bezuinigen. Zijn ballonnetje over bachelor's en master's-opleidingen raakte bekneld in een strijd tegen het bezuinigingsmes, en knapte. Het hoger onderwijs moest weliswaar nog steeds korter en goedkoper, maar niet via een route met uit Engeland en de VS geleende diploma-namen. In de eerste versie van het regeerakkoord kwamen de woorden bachelor en master nog voor. In de definitieve versie waren ze uit de tekst verdwenen.

In arren moede ging Nuis begin 1995 dan maar op een openbare debat-tournee, om een nationale discussie te voeren over een ideaal stelsel voor hoger onderwijs. Inmiddels werd Nuis wel gesteund door een heel stapeltje adviezen hoe een nieuw, beter stelsel eruit moest zien.

Wat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid adviseerde leek het meest op wat Nuis ooit had gewild: drie jaar studeren voor iedereen, nog twee vervolgjaren van specialisatie voor de slimste helft.

Aan het eind van zijn tournee repte Nuis niet meer over bachelor of master-diploma's, maar zei hij wel dat er misschien toch een 'tussentijds diploma' moest komen. In 1998 kwam het daar echt van: een universiteit die dat wil, mag aan een student die voortijdig de deur uit wil en erom vraagt een 'kandidaats'-bul geven, na drie jaar. Voor zo'n student krijgt de onderwijsinstelling alleen geen cent - het rijk betaalt pas voor een doctorandus. Ook is er geen student die erom vraagt. Nederlandse studenten studeren dus nog altijd - doorgaans na een jaar of acht - ofwel af als doctorandus, of ze kappen er voortijdig mee en gaan dan als 'ongediplomeerd' door het leven.

De Bologna-verklaring blaast het in Nederland tweemaal gestrande bachelor's en master's-idee nieuw leven in - maar als het de vorm krijgt die de Onderwijsraad deze week aan minister Hermans adviseerde, dan wordt het wel een erg Nederlandse versie. Er komt dus wel een bachelor's diploma - maar voor academici moet dat liever geen eindstation zijn. Wel voor hbo'ers, die er vier jaar voor krijgen. Voor universiteitsstudenten (voor wie het drie jaar duurt) moet het niet meer dan een tussendiploma zijn. Moet die bachelor's-bul volgens de Bologna-verklaring ,,relevant to the European labour market'' zijn, het Onderwijsraad-advies is daar zuinigjes over. Daar heet het ,,niet onmogelijk'' dat iemand na drie jaar gaat werken, en dat is ,,niet noodzakelijkerwijs een negatief gegeven''. Maar liefst moet zo iemand later naar de universiteit terugkeren en verder studeren. Is het in Engeland en de VS juist vrij gebruikelijk om na een bachelor's diploma een baan te zoeken, in Nederland ben je pas af als je master bent.

Hoe gebarricadeerd met selectie de toegang tot de master's-fase moet worden - ,,de beste 50 procent'', zei de WRR ooit ferm, en Nuis vond: 'de uitblinkers' - zegt het Onderwijsraad-advies niet. Doorstuderen in een master's-opleiding moet alleen ,,geen automatisme'' zijn. En voor wie niet verder mag heeft een universiteit ,,een serieuze zorgplicht'': de eigen bachelors moeten gegarandeerd met iets verder kunnen. Nederland moet dus wel in z'n woordgebruik Angelsaksisch worden - maar verder ook niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden