Weg met de armen en stalen poten

Er was niks mis met de oude hoogspanningsmasten. Toch komen er nieuwe: ranker, en papyrus-wit van kleur.

Ze lijken op Eiffeltorentjes. Ze zijn nuttig en bijna onverslijtbaar. Veel van de 12.663 vakwerkmasten van Tennet, de beheerder van het hoogspanningsnet, staan er al tientallen jaren. Onverstoorbaar dragen ze de geleiders, de draden die stroom transporteren van hier naar daar. Af en toe huist er een ooievaar in. Kapseizen doen ze zelden of nooit. Zes jaar geleden vielen er in Twente een paar om tijdens een vliegende zomerstorm. "Een unicum", schreven de kranten.

"Eigenlijk is er niks mis met die oude masten", beaamt hoogspanningmastdeskundige Gerrit Boudewijn, projectmanager bij Tennet, het bedrijf dat het Nederlandse hoogspanningsnet beheert. "Werktuigbouwkundigen zijn er dol op. Het zijn mooie constructies die vrij makkelijk te onderhouden zijn. Er is altijd wel een stalen lat waaraan je het onderhoudsmateriaal kunt ophangen", zegt Boudewijn (58), zelf elektrotechnicus. En omvallen? "Bijna nooit. Ik herinner me nog wel een sneeuwstorm in november 2005, toen op diverse plekken geleiders (stroomdraden) braken en Haaksbergen drie dagen zonder stroom zat. Dat was op de verjaardag van mijn dochter."

Maar toch. Toch werd er, jaren geleden al, bij Tennet af en toe gemijmerd over een nieuw type hoogspanningsmast. Omvallen deden de Eiffeltorens niet, maar opvallen wel. Te veel, vonden nogal wat Nederlanders.

Het gemijmer werd gepieker toen een ander probleem opdook: magnetische velden. Die velden ontstaan bij de productie, het transport en het verbruik van stroom. Mensen zouden er, bij langdurige blootstelling, ziek van kunnen worden.

Hoewel hard bewijs voor die stelling ontbrak, adviseerde het toenmalige ministerie van Vrom in 2005 om geen scholen, crè ches en woningen meer te bouwen bij hoogspanningsmasten. De afstand tot een mast moest minimaal 150 meter bedragen. "Vergeleken met andere landen een extreem strenge eis", meldt Boudewijn. Voor Tennet ook een lastige eis: Nederland is nogal dichtbevolkt en verslaafd aan stroom.

Het advies van Vrom gaf de doorslag. Tennet ging op zoek naar een nieuwe mast, net zoals eerder Rijkswaterstaat zocht naar alternatieven voor de 'gezichtsdominante' stalen bruggen. Kleinere magnetische velden én minder opvallende masten, kon dat? Ja, het bleek te kunnen. Een ontwerp van Kema en het Nederlandse architectenbureau Zwarts en Jansma werd uitverkoren. In samenwerking met Tennet werd het ontwerp bijgeschaafd en bijgeschaafd.

Er staan er inmiddels 72. Ze heten Wintracks en zijn te zien langs de A12 bij Bleiswijk, bij Beverwijk, tussen Bleiswijk en Delft en langs de A4 bij Delft. Er komen er veel meer. Tussen Doetinchem en het Duitse Wesel, waar net begonnen is met de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn. Tussen Beverwijk en Bleiswijk waar er ook een komt. Zijn die twee lijnen af, dan staan er 540 Wintracks.

Wintracks lijken niet op vakwerkmasten, totaal niet. Geen geraamte van staalgrijze latten. Geen brede armen waar de stroomdraden naast elkaar aan hangen. Een Wintrack bestaat uit twee verticale stalen buizen die naast elkaar staan. Beide buizen hebben kleine armpjes. In beide masten hangen de stroomdraden boven elkaar.

Omdat de twee masten dicht bijelkaar staan, is de horizontale afstand tussen de stroomdraden veel kleiner dan bij de oude vakwerkmasten. Daardoor is ook het magnetisch veld kleiner. Huizen en scholen hoeven er maar een kleine 50 meter vanaf te staan en voldoen dan toch aan de Vrom-norm.

Wintracks zijn geverfd in een kleur die het beste past bij het licht en de lucht op een gemiddelde dag in Nederland. Papyruswit heet die kleur officieel. Zeg maar: witgrijs of heel licht grijs. Aan de voet zijn ze breder dan boven. Een grote Wintrack heeft een diameter van 2,4 meter aan de onderkant en van 0,5 meter op 57 meter hoogte. Omdat ze smaller worden, ogen ze niet massief, lijken ze wat op te gaan in de lucht.

'Wintrack-masten zijn een rank en strak vormgegeven ensemble van masten. Ze zijn terughoudend in het landschap doordat ze gestileerd zijn in het silhouet en minimalistisch in detail', heet het in reclametaal. "Er zit geen schroefje te veel aan", vat Boudewijn het werktuigbouwkundig samen.

In 100 seconden naar de top

Wel zit er, op afstand niet zichtbaar maar van dichtbij wel, een rail aan. Via die rail kan een monteur met hulp van een speciaal apparaat, ontwikkeld door een Zwitsers bedrijf (High Step Systems), zo naar boven klimmen. Boudewijn: "In honderd seconden kan een man naar de top." Voor inspecties van de masten maakt Tennet soms gebruik van drones.

Wat het ingewikkeldst was? Boudewijn denkt even na. De mast zelf niet. Die is, werktuigbouwkundig gezien, niet erg bijzonder. Lastig was het om de aanraakspanning tegen te gaan. Die ontstaat door grote elektrische stromen bij bij kortsluiting en bliksemaanslag. Bij vakwerkmasten kan die stroom weg via de bliksemafleider en de vier poten. Maar in de eenpotige Windtrack kon die moeilijker weg.

De kans dat een mens of een koe bij een blikseminslag tegen een mast staat geleund, is minimaal. Toch dienden mens en koe tegen die kans te worden beschermd. "We hebben een oplossing gevonden", zegt Boudewijn. "Een extra geleider die een deel van de stroom afvoert. Je kunt die geleider zien, zo'n twintig meter boven de grond."

Rank en strak mogen de Wintracks zijn, ze zijn wel duurder dan de oude vakwerkmasten. Tennet berekent de kosten per kilometer hoogspanningslijn. Een lijn met Wintracks is 1,3 keer zo duur als een door vakwerkmasten gesteunde. Dat komt deels door de fundering. Eén Wintrackbuis heeft een veel steviger fundering nodig dan de vier poten van de vakwerkmast. Die fundering is ontworpen door het Brabantse bouwbedrijf Heijmans.

Duurder is de Wintrack ook om een andere reden. De ranke mast bevat veel meer staal dan de uitwaaierende vakwerkmast, ja echt. "Hoe slanker de buis, hoe dikker het staal, hoe hoger de kosten", legt Boudewijn uit. "We hebben aan dunnere masten gedacht. Maar die vonden we te duur."

Optelsom

De afstand tussen de Wintrack-masten (350 tot 400 meter) is wat kleiner dan die tussen vakwerkmasten (450 tot 480 meter). Ook een kostenkwestie. "De Wintrack is een optelsom van compromissen", zegt Boudewijn. In sommige Wintracks zit bijvoorbeeld een lichte kromming. Dat is niet zo mooi en niet zo 'gestileerd in het silhouet'. Maar het maakt de masten wel goedkoper.

Tja, en wat kost zo'n Wintrack-mast eigenlijk? Boudewijn kijkt bedenkelijk. "Moeilijk te zeggen, want je hebt hoge masten, tot 65 meter, en lagere. Je hebt gewone masten, die de stroomdraden alleen ondersteunen en de steviger hoekmasten die de draden trekken." Grofweg ergens tussen 50.000 en 100.000 euro? Boudewijn wijst op de nieuwe hoogspanningslijnen, op nog lopende aanbestedingen voor de fabricage, levering en installatie. Dus noemt hij geen bedragen. Het zal niet bij 540 Wintracks blijven. Nieuwe hoogspanningslijnen (Eemshaven-Diemen, Borssele-Noord-Brabant) die de komende jaren worden aangelegd, zullen geen vakwerkmasten meer hebben. Voor elke kilometer Wintracks wordt tenminste één kilometer bestaande masten verwijderd, is afgesproken met de overheid.

Voor de ooievaars resten de vakwerkmasten, die blijven staan. Ooievaars willen er nog wel eens nestelen, in sommige masten wel acht tegelijk. Alleen als de masten een onderhouds- of verfbeurt krijgen, haalt Tennet die nesten er na het broedseizoen dan uit. Ze wegen tot 20 kilo.

Nederlands ontwerp, Nederlandse klus

De nieuwe Wintrack-hoogspanningsmasten zijn ontworpen door Kema en architectenbureau Zwarts en Jansma. Alle buizen die tot nu toe zijn geplaatst, zijn in België gemaakt door het Nederlandse bedrijf VDL Network Supplies, onderdeel van de VDL Groep. VDL staat voor Van der Leegte. VolkerWessels Telecom, onderdeel van bouwer VolkerWessels, tekende voor plaatsing van de masten. De bevestiging van de stroomdraden is een klus voor gespecialiseerde firma's als Spie Nederland en het Duitse SAG.

Ondergronds?

Ondergrondse stroomkabels, is dat geen uitkomst? Jawel, en voor hoogspanningslijnen is ondergronds de norm geworden. Ook het hoogspanningsnet (van 380 kiloVolt) gaat op een paar plekken ondergronds. Bij het natuurgebied Abtswoude bij Delft bijvoorbeeld en onder de Nieuwe Waterweg door. De nieuwe hoogspanningslijn Beverwijk-Bleiswijk zal onder het Noordzeekanaal gaan - anders zouden de masten erg hoog worden. En ook bij Schiphol gaat die lijn een stukje ondergronds.

Dat kan dan toch vaker? "Niet zonder meer. Nog niet", zegt hoogspanningsmastdeskundige Gerrit Boudewijn. "Ondergronds is twee keer zo duur als bovengrondse nieuwe Wintracks-masten. Storingen in ondergrondse lijnen zijn moeilijker te lokaliseren en te verhelpen. Bovendien reageert stroom in een ondergrondse kabel anders dan in een bovengrondse."

De TU Delft verricht onderzoek naar het elektrische gedrag van de ondergrondse hoogspanningskabels van 380 kiloVolt in de Randstad. De resultaten moeten uitwijzen of het verantwoord is om ook elders langere stukken van het hoogspanningsnet te verkabelen. "De eerste resultaten zijn hoopvol", zegt Boudewijn.

Binnen de buis

Is er wat te zien binnenín een Wintrack-mast? Niet veel. Grote schroeven waarmee de mast is vastgemaakt aan de betonnen fundering. Een aarddraad. En een trap die aan de buis is vastgezet en helemaal naar boven loopt.

Op 25 meter hoogte zitten verbindingsstukken (flenzen). Een Wintrack-mast is opgebouwd uit twee delen van 25 meter hoogte (en soms uit drie delen als de mast hoger is) die aan elkaar zijn verbonden met een flens. Aan de buitenkant van de mast is daar niets van te zien. Aan de binnenkant, op grondhoogte, ook niet. De buitenkant van een Wintrack is papyrus-wit, de binnenkant is donkergrijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden