Weg met beledigende posters

Naar aanleiding van de column van Ephimenco in Trouw van 23 september over de houding van de Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd, had ik aanvankelijk de neiging de krant boos neer te smijten: alweer een vervalsing van de waarheid van gebeurtenissen uit een tijd die ze niet zelf beleefden en waarvan ze niets werkelijk weten of kunnen begrijpen. Ik heb recht van spreken, omdat ik tijdens het plaatsvinden van die voorvallen in het huis woonde van degene die gedurende de oorlogsjaren de grootste verantwoordelijkheid van de houding der Nederlandse Spoorwegen droeg, namelijk de heer Hupkes, de toenmalige directeur van de NS.

Omdat mijn ouders in Nederlands-Indië woonden, nam de familie Hupkes mij en mijn zuster vanaf 1941 totdat het gezin moest onderduiken in huis. We hebben in die uiterst moeilijke jaren alle lief en leed met hen gedeeld. We maakten mee hoe (wat we later hoorden) meneer Hupkes heeft moeten onderhandelen met de Duitsers, deals heeft moeten sluiten, geleid door de opvattingen van de regering in Engeland, die hem beval pas te gaan staken of verzet te plegen wanneer zij daar het bevel voor zouden geven. Het overgeven van de spoorwegen in Duitse handen zou een ramp hebben kunnen veroorzaken voor veel Nederlanders en vooral voor mensen in het verzet. En de Joden en andere bevolkingsgroepen zouden -al hadden de spoorwegen vroeger gestaakt- net zo goed naar de kampen vervoerd zijn geworden.

Zoveel 'goede' conducteurs hebben nu verzetsmensen kunnen helpen ontsnappen, onder anderen een jongen die ik van heel dichtbij kende, die gedropte of neergeschoten Engelse jongens naar hun onderduikadressen moest brengen. Het was oorlog en Nederland mag trots zijn op de hulp van de NS'ers, die zoveel hebben gewaagd met inzet van hun eigen leven.

Ik heb met eigen ogen gezien hoe vele jongens, onder wie mijn broer en goede vriend, de trein in werden geduwd door Duitse soldaten met getrokken geweren, en naar concentratiekampen werden vervoerd. Niet alleen Joden werden met de NS vervoerd, ook duizenden zigeuners, communisten, Hollanders en allen die de Duitsers dwarszaten.

In september 1944 kwam eindelijk vanuit Engeland het bevel tot staking. Onder de vele onbetekenende codeberichten klonk eindelijk het zinnetje 'De kinderen van dokter Versteeg moeten onder de wol'. Meneer Hupkes en andere NS-mensen, die al die jaren de staking, geholpen door het verzet hadden voorbereid, wist dat het personeel moest gaan staken en net als hijzelf moest onderduiken. Helaas zijn er enkele NS-mannen, die het bevel tot staking te laat bereikte, gefusilleerd.

Zelf hebben mijn zusje en ik met nog vele andere meisjes maandelijks voedsel en geld gebracht naar stakend NS-personeel. We brachten langs sluipwegen de verzetsmensen naar de heer Hupkes, die ergens in Maartensdijk was ondergedoken.

Na alles wat er gebeurd is, zult u begrijpen dat ik het diep triest vind dat de NS nu een soort excuus uiten over de houding in de oorlog door affiches te plakken op NS-stations. Zij en wij hebben de Duitsers gehaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden