Weg die rugzak, blijf toch thuis!

Gij zult reizen om uzelf te vinden, is hét gebod voor mijn generatie, schrijft Rianne Oosterom. 'Dus daar gaan we, naar het Verre Oosten of Australië. Wat zijn we hypocriet.'

Rianne Oosterom (1992) is historica en freelance journalist. Ze rondt momenteel haar master mediastudies af aan de Universiteit van Amsterdam.

Soms, als ik zit te klikken op Facebook, sluit mijn huis me zomaar in. Mijn witte gipsmuren zijn boze monsters, ze stevenen gestaag en dreigend op mij af. Opeens besef ik dat mijn kamer maar twaalf vierkante meters telt. Een gevoel van onbehagen bekruipt me.

Dit onbehagen voel ik alleen bij het zien van reisfoto's. Bijvoorbeeld de zoveelste zonfoto van die vroegere vriendin. Ze danst rondjes op een strand in Mexico. Dat doet ze al een half jaar ongeveer, steeds op nieuwe foto's. Ze blogt zich de wereld rond. Of die vriend, die kan er ook wat van. Bruingebrand staat hij blij te zijn met een surfboard onder zijn arm.

"Finally found myself", schrijft hij. Groetjes uit Down Under.

Daar zit ik dan. Tussen mijn vier dreigende muren. Ik zal het maar opbiechten: ik ben tweeëntwintig en ik heb geen paspoort. Ik ben het veilige Europa nooit uit geweest.

Ga toch reizen, je bent gek als je het niet doet, zeggen mijn vrienden. Ik mis volgens hen iets essentieels. Als ik vraag wat dat dan is, gaat het over zelfkennis, het avontuur aangaan. Maar vooral: loskomen van alles waaraan je vastzit. De maatschappij. Het systeem.

Zij zagen de wereld al en scheppen erover op. In mijn Ikea-bureaustoel speel ik met de gedachte. Zet de filmmuziek van reisfilm 'Into the Wild' nog wat harder.

Society, crazy indeed. Hope you're not lonely without me. Een generatielied.

Ik voel me een saaie huismiep. Want mijn generatie gaat de grens over, en ik niet. Ze gaan weg van alles om zichzelf te vinden. Dat is nodig, want wij - generatie Y worden we genoemd - moeten voor ons vijfentwintigste hebben uitgevogeld wie we zijn en wat we willen in dit leven. We moeten dat op een presenteerblaadje aan de krappe arbeidsmarkt voorschotelen, liefst met flair. Als je te vaag bent, kom je nergens.

Dus gaan we er in ons eentje op uit, want dat zien we de mensen om ons heen doen. Dat zal de oplossing wel zijn. We halen steeds dezelfde citaten aan op onze blogs. Pearl Jams leadzanger Eddie Vedder natuurlijk. Of die ene van Confucius: "Het is beter één mijl te reizen dan duizend boeken te lezen." Spinvis is ook populair op reisblogs met zijn: "Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug."

Natuurlijk gaat niet iedereen voor zichzelf op reis. Tieners en twintigers stappen nog steeds op het vliegtuig om hun medemens te helpen. Scholen bouwen in Afrika, helpen in een weeshuis, of Nederlandse les geven in een vreemd land. Dat is een andere manier van reizen - maar ik heb de indruk dat die minder voorkomt.

Ik ben er wel klaar mee, met al die vragen over waarom ik mijn backpack nog steeds niet op mijn rug heb gehesen en de wereld heb verkend. Als ik vrienden vraag wat ik mis, krijg ik als antwoord dat ik nooit echt ben losgekomen van waar ik aan vastzit, hier in het Westen. Mijn eigen omgeving, de maatschappij. Dat begrijp ik wel, maar toch erger ik me eraan.

Toen ik André Gide's toneelstuk 'De terugkeer van de verloren zoon' las, werd me de aard van mijn ergernis duidelijk. In Gide's versie van het evangelieverhaal, uit 1907, staat het filosofische principe van onthechting centraal.

Gide (1869-1951) was een Franse schrijver, Nobelprijswinnaar, en modernist. Zijn werk borrelt van de sympathie voor onthechting en kosmopolitisme - typisch modernistische thema's, er is niets nieuws onder de (Mexicaanse) zon.

Het verhaal van de verloren zoon in een notedop: een stinkend rijke vader, een kast van een villa en dienaren die iedere dag kalkoen serveren. Zoonlief voelt zich opgesloten, eist zijn erfdeel op en trekt met het geld in zijn buidel de wijde wereld in. Hij gaat naar de hoeren, vergokt zijn geld en strandt in een varkensstal. Daar droomt hij van zijn goede, joviale vader. Dan strompelt hij terug naar huis. Zijn vader wacht hem met open armen op en belegt een feestmaal.

In de Bijbel is de vader een afspiegeling van God die zich liefdevol opstelt. Maar de vader van Gide gaat de discussie aan met zijn gevonden zoon, het feestmaal eenmaal achter de kiezen. Hij zegt: "Ik had een huis dat jou insloot. Het was voor jou gebouwd. Mensengeslachten hebben gewerkt, opdat jouw ziel er onderdak zou kunnen vinden. Waarom moest jij, de erfgenaam, de zoon, het huis ontlopen?"

De zoon antwoordt: "Omdat het huis mij insloot." Over het erfdeel dat hij verkwanselde zegt hij tegen zijn vader: "Ik heb uw goud in genoegens omgezet, uw lessen in grillen, mijn kuisheid in poëzie en mijn zelfbeheersing in verlangen."

Mijn vrienden zouden het minder ouderwets formuleren, maar ze zeggen in wezen hetzelfde. Ze voelen zich opgesloten in hun leven, willen weg, vluchten, zoeken zichzelf, leven van grillen, schrijven blogpoëzie en redeneren vanuit verlangen. Daarmee denken ze zichzelf te vinden.

De gevonden zoon klopt bij zijn oudste broer op de kamerdeur. Die geeft hem ervan langs. Broer, je bent je verantwoordelijkheid ontlopen. Je hebt geen goede vrouw getrouwd. Je hebt je ouders beledigd, hun geld voor de zwijnen gegooid. Wat was je motief? In vredesnaam, hoe kon je dit doen? De verloren zoon zegt: "Ik voelde zo sterk dat het huis het heelal niet is. Ikzelf ga niet helemaal op in degene, die jij zou willen dat ik was. Of ik wilde of niet, ik stelde mij andere culturen voor, andere landen, en wegen waarlangs men zou kunnen gaan, wegen die nog niet aangelegd zijn, ik voelde het nieuwe wezen in mij, dat daarheen wilde snellen. Toen vluchtte ik weg."

Dit is de drang tot onthechten, tot ontdekken, tot het omschoppen van die vier muren. De drang om palmbomen te googelen. Het is een drang van alle tijden, die iets moois heeft. Alleen is het voor generatie Y een heilig moeten geworden.

Als Gide's verloren zoon bij zijn moeder komt, legt hij zijn hoofd in haar schoot. Zij strijkt zijn vochtige haren uit zijn gezicht. "Dacht je dan dat je gelukkig zou zijn, ver van ons?", vraagt ze.

"Ik zocht het geluk niet", zegt de zoon.

"Wat zocht je dan?"

"Ik zocht wie ik was."

De zoon is moe van het lijden. Een fiasco was het, de droge woestijn en de met modder besmeurde varkens. Als de zoon ten slotte de kamer van zijn jongste broertje binnenloopt, ontdekt hij dat die dezelfde wilde plannen heeft als hij had. Hij ligt met sandalen aan onder de dekens, zodat hij de volgende morgen bij dageraad kan vertrekken. Zonder erfenis.

"Wat! Ga je doen wat mij niet gelukt is?", zegt de zoon verbaasd. Zijn broertje knikt. Er volgt een gesprek en aan het eind zegt de verloren zoon tegen zijn broer: "Ik kan je alleen maar bewonderen."

Wie is de held in Gide's verhaal? De verloren zoon niet. Gide noemt hem niet voor niets tot het eind van zijn toneelstuk 'de verlorene'. Hij onthechtte zich wel, maar bleef gehecht aan het geld van zijn vader, aan de schoot van zijn moeder. Toen zijn geld op was, dreef de luiheid hem huiswaarts. Hij wist dat zijn ouders daar aan de malse kalkoen zaten.

De jongste zoon daarentegen hecht niet aan voedsel, niet aan geld, niet aan liefde. Hij heeft alleen zijn sandalen. Het kan hem niet schelen wat zijn ouders voelen bij zijn vertrek. Of ze huilen of elke dag met open armen op het erf staan. Hij draagt zijn verloren broer zelfs met klem op hem te vergeten.

De spiegel die Gide ons voorhoudt is: hoe oprecht onthecht je je? Hoe ver durf je te gaan? Als je je niet volledig losmaakt, keer je onveranderd en onzelfstandig terug in de schoot van je moeder.

Mijn generatie skypet, blogt en facebookt de kilometers door vreemde landen af. Sociale media zijn gericht op verbinding. Onthechting is gericht op ontbinding. We laten een hoop los, maar het meeste houden we vast. Die maandelijkse bijdrage van pa en ma bijvoorbeeld. Terwijl we wel dóen alsof we volledig onthecht zijn. Daar zit mijn ergernis. Want we kennen onszelf beter dan ooit tevoren als we terug zijn. Wij zijn in India geweest. Los van alles wat ons bond in dat verdorven Westen. We pochen met onze reizen op sollicitatiegesprekken. Maar in de onthechting van generatie Y gaat een hoop hypocrisie schuil.

Natuurlijk, de wereld is veranderd, en zo de onthechting. In 1907 hadden ze geen social media. En onthechten op zijn gideaans is radicaal: je moet ook afstand nemen van je familie, vrienden. Van alles los, steeds opnieuw. Dan ben je pas echt op jezelf aangewezen. In de tijd van Gide was het veel radicaler om te reizen. Ryanair bestond nog niet, overzee kwam je alleen door de dienstplicht.

Nu is de wereld omgekeerd. Het is vreemd als je niet reist, niet in het buitenland studeert, geen gap year pakt, een jaartje tussen de middelbare school en de universiteit in plant, of tussen je bachelor en master. Het liefst alleen, in een volkomen nieuwe omgeving. Zodat je leert wie je bent. En werkgevers zien op je cv graag buitenlandervaring staan.

Maar moet je voor zelfkennis écht het land uit? In zo'n benauwd Ryanairvliegtuig zitten? Mooie zinnen schrijven onder een palmboom of yoga doen in een tempel?

Volgens het paradigma van generatie Y wel. Door haar is een soort gap year-filosofie gangbaar geworden. De formule: reizen = onthechting = zelfkennis = succes. Dat zijn wel heel veel aannames op een rij. Zelden vraagt iemand zich af of onthechting wel de sleutel tot zelfkennis is. Het is een heel individualistisch standpunt: in je vertrouwde omgeving is geen zelfkennis te halen.

Het is trouwens benauwend te reizen met deze formule in je koffer. Je kunt niet meer onbevangen wijn drinken, nadenken, diep duiken, of lachen. Je bent krampachtig bezig jezelf te vinden en daarna moet je ook nog eens succesvol zijn. Daarbij onthecht je je om je vervolgens bij thuiskomst weer volledig te conformeren aan wat de maatschappij van je vraagt. Society, crazy indeed. You were so lonely without me.

Als iedereen onthecht, wordt het weer hechten. En de vraag is of je wel zo op jezelf bent aangewezen als je de helft van je reis aan het bloggen en skypen bent.

Het nieuwe onthechten is niet toegeven aan dat gevoel van onbehagen dat je krijgt bij reisfoto's. Het is tussen je vier muren blijven, je door het huis laten omarmen. Koester je cactus, gooi het boek 'Being a World Citizen' in de prullebak en aai je verfomfaaide knuffel. Snuffel wat in oude dagboeken en staar naar de vriendelijke gipsmuren. Dan kom je jezelf vanzelf een keer tegen.

undefined

Een jaartje ertussenuit is geen verrijking

Lekker een jaar ertussenuit, het verruimt je blikveld! Jongeren gaan massaal op reis na hun eindexamen, of tijdens hun studie. De trend is in westerse landen vrij algemeen.

Maar helpt zo'n gap year echt om jezelf te vinden, uit te vinden wat je eigenlijk wilt gaan doen of studeren, en je voor te bereiden op een maatschappelijke carrière?

Grootschalig onderzoek van het Britse ministerie van onderwijs uit 2012 toont aan dat 'Gap year takers' vooral uit de betere milieus komen én dat hun carrière schade oploopt door een jaar vrijaf - ze verdienen als ze eenmaal dertig zijn stukken minder dan anderen.

Hoe de jongeren hun reis zelf ervaren, blijkt uit een luchtiger onderzoek, van 1StopShip, een bureau dat gap year-activiteiten regelt. De populariteit van reizen naar onder meer Thailand, Australië, de VS en Peru groeit nog steeds. Dat staaks haaks op de uitkomsten van de 1StopShip-enquête onder 1000 jongeren, die deze week werden gepubliceerd:

Zes op de tien jongeren die er een jaartje tussenuit zijn geweest, vonden het geen verrijkende ervaring.

Nog eens drie op de tien vertelden dat ze eerst dachten dat ze veel aan hun reis hadden gehad, maar na een tijdje moesten vaststellen dat ze weer helemaal terug bij af waren.

Het gezegde 'wie reist kan veel verhalen' heeft een keerzijde: een op de drie jongeren baalt van alle verhalen die ze van hun backpackende leeftijdsgenoten moeten aanhoren. Menige vriendschap loopt erop stuk.

De kansen op de arbeidsmarkt groeien bepaald niet door een jaartje weg; twee op de zeven reizende jongeren klagen zelfs over een achterstand bij het zoeken naar een goeie baan.

Jongeren die reizen combineren met werk, en zo ritme en nuttige vaardigheden opdoen (goed voor je cv) hebben het meeste profijt van hun gap year.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden