Wees sterk, word een vechter

null Beeld

Joods-Nederlands schrijvers van nu hebben de oorlog van horen zeggen. Maar het Joods-zijn achtervolgt hen wel. Waar de een reageert met ironie, kiest de ander voor vechtlust en vergelding.

Jos Palm

Het oordeel dat de Joodse filosofe Hannah Arendt over de Joodse schrijver Stefan Zweig velde was genadeloos. De Weense schrijver van ’Die Welt von Gestern’ zou een leven lang besteed hebben aan het niet-Jood zijn en deed alles om bij ’de kaste van beroemdheden’ te horen, want ’bij een beroemde Jood vergat de samenleving haar ongeschreven regels’. Arendt, door de oorlog op scherp gezet, deelde haar volk op in drie categorieën: ’de paria’, de schijnbaar geaccepteerde ’parvenu’, en de ’zelfbewuste paria’. De laatste was vanzelfsprekend de enige goede categorie, wie erin paste maakte namelijk werk van het enige relevante ’programma’: „De toelating van Joden als Joden tot de gelederen van de mensheid.”

En er is nog een typering die voor Joden en niet-Joden even pijnlijk is. Ze komt van de chroniqueur van het Joodse negentiende-eeuwse en oorlogsverleden, Abel J.Herzberg. In een polemisch artikel schrijft hij midden jaren zestig dat het Jodendom „geen godsdienst is en geen nationaliteit, en helaas nog veel minder een fictie. Het is, als men zijn grimmigheid een beetje doortrekt, een paranoia en een ernstige ook”. Vervolgens introduceert hij de term ’paranoia judaïca’. De maatschappij lijdt eraan, en ’ze is wel zo wijs geweest om de pijn van deze ziekte aan de Joden door te geven’. Herzberg constateert dat nagenoeg iedere Jood een kruidje-roer-me-niet is geworden met een bijzonder gevoelige huid, ’die al pijnlijk reageert zodra het woord ’Jood’, in welke zin, dan ook ergens valt’.

Iedere Jood een kruidje-roer-me-niet – het lijkt alsof de woorden voor vandaag geschreven zijn, voor het militante schrijversechtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher, en evenzo voor Arnon Grunberg. Want hoe is het eigenlijk gesteld met de erfenis van het Jodendom nu de zogenoemde tweede generatie aardig op middelbare leeftijd is? Weet zij te ontkomen aan de lange arm van Hitler, waar Zweig preventief aan probeerde te ontsnappen en waar volgens Herzberg geen ontlopen aan was? Nu de nieuwste roman van Jessica Durlacher net uit is, en het wereldliteratuur tijdschrift Armada een speciaal nummer heeft uitgebracht over ’Joodse identiteiten in de literatuur’, is het een geschikt moment om een bescheiden balans op te maken.

Allereerst moet gezegd dat het Jodendom voor Leon de Winter en Jessica Durlacher als toe te eigenen identiteit geen probleem meer is. De Winters laatste boek ’Het recht op terugkeer’ getuigt daarvan, en hetzelfde geldt voor Durlachers nieuweling ’De held’. De hoofdfiguren uit beide boeken zijn uitgesproken Joods in een taai vijandig milieu, dat gevoed wordt door oud nazistisch of modern Arabisch antisemitisme of door een combinatie van beide: een akelige ideologische chemie.

Toch was het ooit anders: Voor Durlacher, voor De Winter, en om een ander te noemen voor Marcel Möring, was het Jodendom op zijn minst een last. Een groot deel van hun oeuvre staat in het teken van verzet tegen het pariaschap dat ze onbedoeld van hun ouders meekregen. Het enige wat restte, schrijft Möring, ’was het eiland van de familie’. De Winter investeerde zelfs een kort schrijversleven in het niet-Jood zijn, om vervolgens met ’Kaplan’ een ’coming of age als Jood’-roman te schrijven. „De verhalen van zijn kinderjaren waren niet Sneeuwwitje en Roodkapje, maar de Jodenster en de Angst om Oom Leo die van het aardoppervlak verdwenen was”, schrijft hij over ’Kaplan’. De hoofdpersoon voelt zich slechts één jaar bevrijd van zijn verpletterende achtergrond: dankzij de genezende aanwezigheid van zijn vriendin, dochter van foute ouders met een SS-oom. Soortgelijks overkomt de hoofdfiguur uit ’Mendels erfenis’. Diens vriendin, ook al van foute huize, is een tijdje de redding van de jongen die als vijfjarige op de vraag wat hij later wil worden, antwoordt: ’A Mensch’. Dat zal hem niet lukken, hij is immers ’een product van een al lang afgeronde geschiedenis’, zoals hij op het eind verzucht. De hoofdfiguren, kortom, worstelen, maar overwinnen niet, ze leggen zich bij het onvermijdelijke neer; ze zijn veroordeeld tot de paranoia judaïca.

En hoe zit het met de provocatieve onplaatsbare, met Grunberg? In de Armada-special constateert criticus Jaap Goedegebuure in een behartigenswaardig artikel dat Grunberg niet thuishoort bij het bovengenoemde drietal, omdat hij uiteindelijk niet positief aankijkt tegen de Joodse identiteit. Voor Grunberg – het zou Herzberg bekend in de oren klinken – is identiteit ’een constructie’, ’een ziekte die men denkt overwonnen te hebben’. Maar hoewel Grunberg ooit verklaarde dat hij geen behoefte had om zijn identiteit te ontlenen aan de oorlog, achtervolgt die ook hem. Drijft hij in zijn debuut ’Blauwe maandagen’ nog de spot met dames die dolgraag op z’n Joods willen lijden, in zijn derde boek, ’Fantoompijn’, wordt de Shoahverwerking zelf onderwerp van zijn satire, als hij een hoofdpersoon ten tonele voert die een bestseller schrijft als ’Koken na Auschwitz’,. In Duitse kranten wordt het kookboek aanbevolen onder de kop ’Het oventje brandt nog’.

Het is bij Grunberg allemaal defensieve ironie dat de klok slaat; in elk geval lijkt het erop dat hij van de paranoia judaïca zijn specialiteit heeft gemaakt. Want als er één persoon aan lijdt, dan is het wel de hoofdfiguur uit ’De Joodse Messias’, die als kleinzoon van een SS-beul besluit Joods te worden om als langverwachte de Joden te bevrijden. En de hoofdpersoon is niet zomaar een niet-Joodse Jood, hij bezit verdacht veel van Hitlers karaktergebreken en grootheidswaan. Het is alsof Grunberg duidelijk wil maken dat de paranoia niet zozeer in zijn hoofd zit, als wel in het onze: in dat van de niet-Jood. Hij wil ervan af, hij behoort ’gewoon’ tot de gelederen van de mensheid, waaruit Hitler hem een ’eeuwigheid’ geleden verbannen heeft.

Zo Grunberg ergens thuishoort in de stratificatie van Hannah Arendt, dan is het in de categorie ’zelfbewuste paria’.

Bij De Winter en Durlacher ligt dat anders. In hun laatste boeken zijn ze, met dank aan de vijand, enkelvoudig strijdbaar Joods. Het kwaad van de oorlog dat de hoofdpersonen van hun ouders erfden, is er vermenigvuldigd met het anti-Joodse kwaad van de moderne tijd. In ’Het recht op terugkeer’ wordt het verpersoonlijkt door de zoon van de Joodse hoofdpersoon: hij wordt op jonge leeftijd ontvoerd en gehersenspoeld tot zelfmoordterrorist. Het is alsof de schrijver ons wil laten zien hoe ver de macht van de antisemitische vijand reikt: zo ver dat hij de Jood van zijn Jodendom kan beroven.

In Durlachers nieuwste roman speelt de zoon ook een hoofdrol, maar dan als vereffenaar, als winnaar. Hij laat zich opleiden tot Amerikaans marinier om in Afghanistan te vechten en zet zo het administratieve verzet van zijn nazi’s-opsporende Joodse opa voort, maar met andere middelen. Uiteindelijk zal hij het pistool van zijn grootvader gebruiken om zijn moeder te wreken, die is aangerand en bruut overvallen door de zoon van een foute vaderlander die zijn opa afperste. „Beloof me Mich”, had de opa tegen de jonge jongen gezegd, „dat je je nooit door een situatie laat overrompelen zoals ik ben overrompeld, wees nooit machteloos zoals ik machteloos was. Ik hoop dat je sterk wordt. Dat je een vechter wordt.”

De plot van het boek lijkt een krachtdadige reactie van Durlacher op het meer wanhopige einde van het boek van haar man. De oorlog die nooit voorbij is kan gewonnen worden, is de boodschap: aan haar medestrijder Leon de Winter, aan Arnon Grunberg en postuum aan Stefan Zweig. Ironie noch elitaire aanpassing maken vrij, alleen vergelding doet dat. ’A Mensch’ zijn, is een luxe die ondertussen even niet aan de orde is.

Arnon Grunberg (Trouw) Beeld
Arnon Grunberg (Trouw)
Leon de Winter, niet altijd zo strijdbaar Joods geweest. (FOTO EPA) Beeld EPA
Leon de Winter, niet altijd zo strijdbaar Joods geweest. (FOTO EPA)Beeld EPA
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden