Wees blij met burgers die pleinen bezetten

interview | Van Caïro tot het Maagdenhuis in Amsterdam: dankzij sociale media kunnen burgers zich razendsnel aaneensluiten tot protesterende massa's. Politicoloog Herman van Gunsteren ziet een kans voor de democratie.

Losjes in de boekenkast staat een kaart van Loesje met de tekst 'Oud worden kan altijd nog'. Het motto past wel bij Herman van Gunsteren, oud-hoogleraar politieke theorieën en rechtsfilosofie, maar met 74 jaar zeker nog niet klaar met het duiden van de nieuwste politieke gebeurtenissen. Actueler dan zijn nieuwe boek 'Pleinburgers' kan een bijdrage aan het politieke debat bijna niet zijn.

Terwijl Van Gunsteren achter zijn bureau in Amsterdam-Zuid uitlegt wat hij met 'pleinburgers' bedoelt, loopt het centrum van Skopje vol met in hun regering teleurgestelde Macedoniërs en wordt in Amsterdam geprobeerd recht te doen aan de eisen van de studenten die het Maagdenhuis bezetten. De Facebook-generatie heeft ontdekt dat grote groepen mensen in korte tijd te mobiliseren zijn, en dat leidt niet alleen tot Project X-achtige rellen, maar ook tot iets dat Van Gunsteren met een term van Hannah Arendt 'public happiness' noemt: burgers ontdekken tot hun vreugde hun rol in het openbaar debat. Ze verzamelen zich op pleinen over de hele wereld, ze laten zich horen, ook buiten de verkiezingen om.

Niet iedereen is daar zo blij mee. CDA-Kamerlid Michel Rog noemde de bezetters van het Maagdenhuis onlangs nog 'een stelletje beroepsactivisten en krakers'.

"Dat is de standaardreactie. Maar het zijn tegenwoordig juist vaak gewone burgers die zich op zo'n plein verzamelen. Zoals de afgelopen jaren in Stuttgart. Daar kwam een groep burgers dagelijks samen om te protesteren tegen de bouw van een ondergronds treinstation dat het oude gebouw moest vervangen. De pers sprak meteen van 'chaoten', maar dat bleek na onderzoek niet te kloppen. Het waren juist hele brave, hardwerkende burgers die elke dag ná hun werk naar dat plein kwamen. De afloop was ook interessant, want door die demonstraties kwam uiteindelijk een Groene minister-president aan de macht, terwijl in die Zuid-Duitse streek doorgaans christelijk-conservatief gestemd wordt."

Begrijpt u de angst voor zo'n onvoorspelbare nieuwe macht?

"Jazeker, zo'n massa wordt ervaren als een lawine die op je af komt razen. Je hebt geen idee hoe je erop moet reageren. Dat zag je ook al in de negentiende eeuw. Toen trokken mensen en masse van het platteland naar de stad. Daar waren de autoriteiten destijds heel bang voor. Je mocht je ook niet zomaar verenigen. Je had geen recht om te staken. Later werden die massa's getemd: de vrouwen en kinderen de fabrieken uit naar huis of op school, de mannen organiseerden zich in de vakbeweging en later in partijen. Achteraf gezien was het een voorbode van nieuwe politieke verhoudingen, maar dat werd nog niet onderkend. Hetzelfde zie je nu gebeuren: de massa mobiliseert zich, maar niemand weet er raad mee. Wat doe je als zo'n plein elke dag volstroomt?"

Wat ziet u daarbij misgaan?

"Ik zie bij de autoriteiten veel onbeholpenheid. En als je niet weet hoe je moet onderhandelen, staan er nog maar twee wegen open die niet erg eervol zijn. Een is geweld: gewoon het plein leegvegen. En de andere is hopen dat het verzandt. Maar daarmee neem je de onvrede niet weg. Je moet op een gegeven moment gaan praten. Met dat probleem zitten de demonstranten trouwens evengoed. Je kunt niet eeuwig op zo'n plein blijven zitten. Maarten van Poelgeest, de vroegere studentenleider en latere wethouder, had daar een mooie formulering voor. Het probleem bij een bezetting was volgens hem niet hoe je een gebouw binnenkwam, maar hoe je er weer uit kwam. Hij ontdekte dat stoppen veel moeilijker is dan beginnen. Zodra de autoriteiten bereid zijn tot concessies, besefte hij, loont het om met een compromis onder je arm het pand te verlaten. Zo heb je de handen vrij voor een volgende stap."

Hoe was u zelf eigenlijk als jongere?

"Scherp, maar ook verschrikkelijk kritisch. Ik was al heel jong hoogleraar, maar ik voorzag bij alles wat de regering voorhad wat er mis zou lopen. Logischerwijs luidde mijn advies dus: doe niks. Met de jaren begreep ik dat je ook weleens constructief en positief moet denken."

Toch heeft u sympathie met de pleinburgers. Misschien wel iets te veel. De Franse denker Pierre Rosanvallon, die u ook citeert, ziet in dwarsliggende burgers vooral nee-zeggers. Ze hebben geen idealen meer zoals vroeger, maar zijn gewoon overal tegen. Tegen buitenlanders, tegen immigranten, tegen 'het systeem'.

"Dat vind ik veel te negatief. Pleinburgers zijn in elk geval mensen die de moeite nemen lijfelijk aanwezig te zijn op zo'n plein. Zo'n massa kan worden geïnfiltreerd door rotzooitrappers. Massa is gevaarlijk spul, net als religie. Maar de gedachte dat je iets kunt veranderen, is toch gerechtvaardigd. Dat je zegt: sommige dingen zijn gewoon niet goed. Het komt voor dat iemand gekozen wordt in een democratie maar dat hij zich tiranniek gaat gedragen. Hij wil goed doen voor de bevolking, maar als er mensen in de weg staan worden ze weggeschoven. Dan wordt zo iemand een tiran. En dan moet je hem gewoon wegsturen."

Vaak zijn eisen van demonstranten erg irreëel. Of ze weten helemaal niet wat ze vinden.

"Je moet ze ook helpen uit te vinden wat ze willen. In beginsel is zo'n pleindemonstratie een welkome uiting van onvrede die in de samenleving heerst. En als leiders daar verstandig op reageren, dan wordt er iets op de agenda gezet. Het publiek dat niet meedoet hoeft het helemaal niet eens te zijn met de actievoerders, het kan ook kiezen voor de autoriteiten."

Waarom moet je eigenlijk op deze manier bezwaar maken, je kunt toch ook gaan stemmen?

"Als je dat zegt, verabsoluteer je de democratie. Alsof je het hele bestel afwijst zodra je laat weten dat je ergens boos over bent. Demonstreren, bezetten, staken: het zijn manieren om de intensiteit van voorkeuren uit te drukken, dat je heel erg ergens aan hecht - in het stemhokje kun je dat niet zó laten doorklinken. Dat hebben we in Nederland gezien met de pacificatie van 1917. De confessionelen wilden het onderwijs dat ze uit eigen zak betaalden op dezelfde manier gefinancierd krijgen als het niet-confessionele onderwijs. Jarenlang hebben ze hun poot stijf gehouden en gezegd: dan doen we ook niet mee met het kiesrecht voor iedereen. Ze lagen dus dwars. Uiteindelijk zijn die sterke voorkeuren tegen elkaar uitgewisseld en zo zijn ze eruit gekomen. Er zijn nu eenmaal dingen waar een minderheid zó aan hecht dat je zegt: dan regelen we daar iets voor."

Echte pleinrevoluties hebben we hier nooit gehad.

"Alleen na de moord op Pim Fortuyn hing er zo'n stemming. Toen dromde het volk de pleinen op. In het torentje waren ze toen heel bang."

Voorziet u dat zulke bijeenkomsten hier zullen toenemen?

"Ik denk wel dat ze besmettelijk zijn. In 1968 had je de demonstraties van studenten in Parijs, een jaar later hadden we ze hier. Anderzijds weet je in Nederland nooit wie je moet beschuldigen. Het gezag is verdeeld, er is niet één plein, er is niet één baas. Soms heeft het parlement het voor het zeggen, soms de regering, dan weer de Hoge Raad, of de rechter in Straatsburg. Bovendien staan voor Nederlanders veel kanalen open om bezwaar te maken."

En toch vindt u de overheid weinig relaxed.

"Inderdaad. Den Haag is enorm gericht op het tegenhouden van onrust. Als er iets misgaat is nu bijna de standaardanalyse: er was onvoldoende toezicht. Ik begrijp het wel. Vroeger kon je iemand die zich niet gedroeg isoleren, tegenwoordig niet meer. Het verzet verspreidt zich horizontaal. Duizenden hebben het gekopieerd voordat je als overheid weet wat er aan de hand is. Kijk maar eens naar de verkiezingen in Engeland. We hebben betere data dan ooit en toch had bijna niemand verwacht dat David Cameron zou winnen. Wat er echt leeft, weten we niet. In dat opzicht is de wereld veranderd. Maar de oplossing is niet: nog meer controle, nog maar weer een onderzoek van Motivaction. Houd er liever rekening mee dát je verrast zult worden. Ontwikkel veerkracht. Dus niet alleen: kunnen we opstand voorkomen, maar als het gebeurt: wat hebben we dan in ons repertoire?"

Herman van Gunstren: Pleinburgers. Verkenning van een nieuwe politieke (f)actor. Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam; 61 blz. euro 8,90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden