'Weerstand zit hier in de haarvaten'

Landschap | In de Drentse Veenkoloniën moeten vijftig grote windmolens komen. De bevolking ligt dwars. Van oudsher is er in het Drentse en Groninger veen een wat gespannen relatie tussen boer en burger. Deel 4, de visie van de historicus.

Harm van der Veen, historicus, zag de afgelopen twintig jaar het beeld kantelen dat de veenkolonialen van hun landschap hebben. Van een misprijzen over het rationeel ingedeelde land waar de natuur volstrekt ondergeschikt was gemaakt aan de akkerbouw, ziet hij nu bij inwoners een zekere trotsheid. Ze genieten van die uitgestrekte weidsheid, dat open, vrije zicht op de horizon.

De Veenkoloniën is allang niet meer het eentonige akkerland met kaarsrechte vaarten en sloten waarin stinkend, troebel afvalwater van de aardappelmeelindustrie gist en borrelt. Want stinken kon het er.

Harm van der Veen (80), geschiedschrijver van de Veenkoloniën, vertelt met ingehouden pret een anekdote over een werkbezoek van koningin Juliana. Het was eind jaren zestig van de vorige eeuw. De 'smeerpijp', een lange buis waardoor het stinkende industriewater jarenlang rechtstreeks naar de Dollard werd afgevoerd, moest nog worden aangelegd. De koningin zou in Pekela, toen nog bruisend centrum van de aardappelmeelindustrie, een boottochtje maken over het kanaal en de schipper besloot de schroef even flink te laten rondploegen in het drab om de vorstin kennis te laten maken met de stank waaraan de Veenkolonialen permanent waren blootgesteld.

De schroef haalde het slechtste boven uit het troebele water. Het verhaal gaat dat de majesteit ter plekke ernstig onpasselijk werd en zelfs moest overgeven. Ze had er zelf om gevraagd, ze wilde het stinkende kanaal van Pekela zien. En dus moest ze het ook ruiken.

Harm van der Veen schreef een reeks historische boeken over de Groninger en Drentse Veenkoloniën. Hij is tegenstander van enorme windmolens in de Veenkoloniën. Van der Veen begrijpt de diepgewortelde weerstand van de inwoners tegen de plannen van de boeren. Het zit daar in de haarvaten, zegt hij. "Het gevoel van wij zitten aan het voeteneind, wij zitten in de periferie, wij zijn altijd de klos. Dat sentiment is manifest. Dat beeld wordt ook voortdurend bevestigd: als het in Nederland economisch minder goed gaat, gaat het in de Veenkoloniën nog veel minder. In de strokartonindustrie waren het de boeren met hun coöperaties, die steeds aan de touwtjes trokken. En dat speelt nog, nu ook weer bij de sentimenten over de windplannen. Het zijn weer de boeren die met de plannen komen, en de burger heeft het nakijken. Zo voelt men dat hier. Jonge inwoners willen dat het landschap ongeschonden blijft, bij ouderen spelen de sentimenten van vroeger mee. Absoluut."

De Veenkoloniën kennen een lange traditie van tegenstellingen, opstanden, oproerigheid, stakingen, vertelt Van der Veen. "Vooral in de nadagen van de veenexploitatie was hier veel onrust. Dat kwam deels door de lage lonen voor de veenarbeiders, we hebben hier een lange periode gekend van conflicten, vanaf eind negentiende eeuw, tot aan de twintigste eeuw. Het waren vaak conflicten tussen landeigenaren en arbeiders."

De spanningen tussen boeren en arbeiders, tussen verveners en turfstekers, tussen (Haagse) bestuurders en het Gronings en Drentse volk zijn niet van de laatste decennia. In 1872 publiceerde het Departement Winschoten van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een verslag van een commissie die de 'Arbeiders-Questie' had onderzocht: "De betrekking tusschen arbeiders en arbeidgevers is hier over het algemeen eene zeer ongelukkige. Somwijlen haaten zij elkander wederkeerig."

In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd, in het grootste landinrichtingsproject ooit, 130.000 hectare grond in de Veenkoloniën verkaveld. De landbouwopbrengst nam spectaculair toe. Vooral graan, aardappelen en suikerbieten. En nu lonken de boeren naar een vierde gewas: elektriciteit van windmolens. Het is historicus Harm van der Veen uit Veendam een gruwel: "Zoevende mega-mallemolens, die met hun slagschaduwen het land tot een moderne ruigte vol hemelbestormende bonenstaken zullen degraderen", schreef hij onlangs.

Trouw woonde enkele weken in de Drentse Veenkoloniën en sprak met tientallen betrokkenen, voor- en tegenstanders. Dit is deel vier van een serie over het omstreden windplan. De eerdere afleveringen stonden op 4, 9 en 14 juni in de krant.

Spanning op de oude bedrading

Begin januari uitte Albert Koers, voorzitter van NLVOW, de 800 leden tellende vereniging van omwonenden van windmolens, in Trouw zijn zorgen over de scherpte van de windmolendiscussie. Onderliggende oorzaak volgens Koers: het buitensluiten van de inwoners. "De plannen zijn niet mét de Veenkolonialen gemaakt, maar door een groep kapitaalkrachtige investeerders, die zelf de financiële vruchten gaan plukken. Gemeenten zijn buitenspel gezet. Burgers hebben niets meer te zeggen. Het is dwingelandij."

De 73-jarige Koers, oud-hoogleraar in de organisatie van de rechtspraak, vindt dat de rijksoverheid het belang van omwonenden - burgers - te weinig beschermt. "In de Veenkoloniën gaan ongelukken gebeuren, ik ben bang dat mensen gaan saboteren als die windmolens er komen. De oude tegenstellingen tussen boeren en burgers zijn er al lang niet meer, maar de bedrading ligt er nog, onderhuids. Door de windplannen komt er weer spanning op die draden te staan. Oude patronen worden geactiveerd."

Over tien, vijftien jaar hoor je niemand meer over die molens

Evert Poelman eigenaar grondverzet-bedrijf

Ze zijn echt niet allemaal tegen windmolens in de Veenkoloniën. Evert Poelman in Gieterveen ziet ze graag komen. "Ik stoor me er niet aan", zegt de eigenaar van een grondverzet-bedrijf. "Ik heb in Duitsland weleens onder zo'n heel grote gestaan. Je hoort weinig hoor, ppssst, ppssst, ppssst. Ik kan me niet voorstellen dat het zo erg is als ze zeggen. Ik denk dat het allemaal een beetje overtrokken wordt."

Evert Poelman buigt samenzweerderig voorover. "Weet je wat ook meespeelt? Die boeren krijgen geld voor die windmolens op hun land. Ik denk dat er een beetje afgunst meespeelt. Dat is een malle ziekte, hoor. Ik ben niet jaloers op die boeren. Ik gun ze dat." En dan lachend: "Want ik heb er uiteindelijk misschien ook weer werk van. Niet dan? Misschien mag ik wel die gaten graven voor de fundering van die windmolens!"

"Het zijn voor tachtig procent mensen van buiten die protesteren tegen windmolens. Westerlingen. Daar zitten bekken op jongen, verschrikkelijk. Die nemen geen blad voor de mond. Een noordeling is wat gewoner, wat terughoudender. Als ze bij mij zo'n windmolen op de dam willen zetten, tussen mijn huis en dat van mijn buurman Jaap in, dan mogen ze dat zo doen. Maar dan wil ik er wel een kabeltje aan vast kunnen maken, zodat ik goedkope stroom heb. Haha."

Poelman kent de voorbeelden van ruzies over windmolens in families en tussen vrienden. "Er zijn complete vriendenkringen uit elkaar gevallen. Dat vind ik wel erg. Maar: over tien, vijftien jaar is het gewoon. Dan hoor je niemand meer. Ze komen toch. Dit gaat gewoon door. Maar de burger ergert zich eraan, omdat de boer er beter van wordt. Ik vraag me weleens af: als je die stroom voor een stuivertje per kilowattuur aan de tegenstanders zou aanbieden, of er dan nog veel tegen zullen zijn. Voor geld is alles te koop."

Dit is altijd het zinkputje van Nederland geweest

Alex Vissering liedjesmaker

Liedjesmaker Alex Vissering is gek op het oost-Groninger en Drentse landschap. "Ik ben een Veenkoloniaal", zegt de 60-jarige troubadour. Hij begrijpt de emoties in Drenthe.

De Veenkoloniaal is trotser geworden op het gebied, merkt hij. En de oude sentimenten zijn er nog steeds. "De uitbuiting, hè. De verveners knepen de veenwerkers uit. De rijke boeren behandelden hun arbeiders slecht. Dat zit hier diep, hoor. Dit is altijd het zinkputje van Nederland geweest.

"Zo langzamerhand hebben we hier het nulpunt wel bereikt. Maar ik denk niet dat de bevolking een vuist gaat maken. We hebben het te goed. We zitten 's avonds liever te loeren naar de afzeik-tv van SBS6."

Hij houdt van het vlakke land van de Veenkoloniën. De uitgestrektheid, die verre einders. "Een horizon is voor mij belangrijk om mezelf te resetten. Ik kan erg genieten van zo'n groene tractor met gele letters in dat weidse land, met een mooie wolkenpartij erachter. Rechte lijnen, dat is mijn land."

Windmolens horen op zee, vindt Vissering. "Dat is een goeie plek. Ik heb ooit in de Eemshaven in een camper bij zo'n windmolen overnacht. Hele nacht wakker gelegen. Het soest je door de kop."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden