Weer spat er bloed op de straten van Bethlehem

Reportage | Een nieuwe golf van geweld dreigt de Westelijke Jordaanoever te overspoelen. Palestijnen en Joodse kolonisten staan elkaar naar het leven.

Ze zitten op een brokkelig stoepje in Aida, een vluchtelingenkamp in Bethlehem. De verveloze, betonnen huizen ogen nog kleiner, zo vlakbij de acht meter hoge Muur, waarachter Jeruzalem ligt. De stad met de Al Aqsa moskee - brandpunt van de huidige golf van geweld - waar zij vanuit bezet gebied niet heen mogen. Allemaal op gympen, in spijkerbroek en simpel T-shirt, en in hun handen de geblokte 'Palestijnensjaal'. Ze komen net terug van stenengooien naar de Israëlische militairen, een straat verderop. Nee, dit is geen intifada, zeggen ze. Stenengooien doen ze al zo lang, af en aan. Maar ze hopen wel dat die er komt, 'insjallah - laten we het hopen'.

Terwijl ze onbevreesd lijken voor een confrontatie met de zwaarbewapende Israëlische soldaten, weigeren ze hun naam te geven. Toch angst. Om herkend te worden door Israël en in de cel te belanden. Misschien blijkt de journalist een spion. Die lopen er genoeg rond. Nog geen twintig zijn ze. Bijna allemaal zonder werk, zoals velen hier in Aida. Wat voor werk ze willen doen, weten ze niet, want er is toch geen werk. Ze haten de bezetting, zien geen toekomst en al helemaal niet hoe het huidige Palestijnse leiderschap een zonniger horizon tevoorschijn tovert.

President Abbas? Ze gniffelen en maken grappen die ze niet willen herhalen, misschien omdat zijn Fatahpartij hier veel aanhang heeft - of in elk geval had. Abbas is zelf een komediant, zeggen ze. Een president die ze nog nooit in levende lijve hebben gezien, hij vertoont zich nooit onder de mensen. Zijn ideaal om via onderhandelingen en internationale diplomatie een Palestijnse staat af te dwingen is volledig failliet. Aan het einde van het gesprek zullen ze me een sjaal in handen geven, de stof voelt plakkerig. Er zit een bloedvlek op. Het bloed van een jongen die net door de ambulance is afgevoerd; de sirene klonk angstaanjagend in het smalle straatje, maar zij zijn eraan gewend en handelden als volleerde eerstehulpmedewerkers. Veel jongens hier hebben al eens in de cel gezeten voor stenengooien, zeven maanden, een jaar. Vaak in de nacht van hun bed gelicht. Maar dan gaan ze weer de straat op. Omdat het gewoon is, en je dat doet voor je land, vinden ze.

De Palestijnse jongens die de laatste dagen zijn gearresteerd staat een veel zwaardere straf te wachten. De Israëlische premier Netanyahu verhoogde onlangs de celstraf op stenengooien naar twintig jaar, in zijn poging het oplaaiende geweld te beteugelen en een ferme boodschap af te geven aan het Israëlische publiek. Het was de eerste in een reeks van Netanyahu's 'harde' maatregelen in de "oorlog tegen de terreur", zoals hij zijn aanpak deze week betitelde. De woorden waren vooral gericht aan de opstandelingen in zijn eigen coalitie, de vertegenwoordigers van de kolonisten. Zij eisen een ijzeren vuist.

Kolonisten

Een rauw heuvellandschap, niet ver van Nablus, middenin bezet gebied. Geen groen te bekennen na de lange hete zomer, afgezien van de altijd grijs-groene olijfbomen. Hier was de aanslag die Israël vorige week, na tal van incidenten, ineens wakkerschudde. 'De terreur is terug' - dat voelden velen. En vooral de kolonisten. Op deze weg langs Palestijnse dorpen werden Naama en Eitam Henkin, kolonisten die in een kleine nederzetting iets zuidelijker woonden, beschoten in hun auto. Hun vier kinderen op de achterbank overleefden, zij niet. Nu is deze plek, op deze zondagmiddag, omgetoverd tot een klein pretpark. Spetterende kleuren in een kleurloos landschap.

Meisjes met rokjes tot over de knie en jongetjes met keppeltjes klimmen op een springkussen van paarse en groene opblaasdinosaurussen, een oranje opblaaskasteel met vrolijke torens, een grote beer. Steeds meer ouders stromen toe, uit de nederzettingen hier in de buurt, hun kinderwagens door het veld ploegend.

"We willen de buren laten zien, dat we hier zijn en altijd zullen blijven, want dit is ons land", zegt Avishai, terwijl hij naar het Palestijnse dorp op de heuvel wijst. Het is een feest van leven, van volharding, juist nu er doden zijn gevallen.

Op de plek van de moord is langs de kant van de weg de Israëlische vlag geplant. De Palestijnen zullen moeten begrijpen dat het niets uithaalt om Joden te doden, zo klinkt het. En zij, de kolonisten, zien zichzelf als voorpost. "Sorry dat het wat heroïsch klinkt, maar wij geloven dat wij door hier te wonen heel Israël in rust kan bestaan", zegt vader Elad. Ofwel: zodra zij bezet gebied verlaten staan de Arabieren voor de poorten van Tel Aviv.

De pubers vinden er ondertussen niks aan en proberen op Palestijnenjacht te gaan. Ze worden tegengehouden door het leger. Tientallen militairen zijn present om de kolonisten te beschermen tegen Palestijnse aanvallen op dit 'feest van leven', en hebben de weg voor Palestijnen afgesloten, maar proberen tegelijk eigenhandige wraakacties te voorkomen. Netanyahu wordt hier al even weinig gerespecteerd als Abbas bij de Palestijnen. De kolonisten spreken meesmuilend over zijn slappe aanpak. "Als ik de premier was? Elke hand die wordt opgeheven tegen onze burgers zou afgehakt worden", zegt Elad. "Kom je om mij te kussen, dan kus ik terug. Kom je om me te omhelzen, ik omhels je. Maar als je een steen oppakt, een steen die kan doden..".

Brandbom

Niet ver hiervandaan ligt het Palestijnse dorp Douma waar Joodse kolonisten eind juli een brandbom gooiden in het huis van de familie Dawabshe. De 18-maanden oude Ali verbrandde levend, zijn vader en moeder overleden later aan de brandwonden. De enige overlevende is de 4-jarige Ahmed, die nog steeds zwaargewond in het ziekenhuis ligt. De daders zijn niet gepakt. Voor Palestijnen was dit het nieuwe dieptepunt. 'De terreur kent geen grenzen' - dat voelden velen.

Ondertussen bereikte ook Jeruzalem een nieuw kookpunt. "De wereld moet weten dat we hier willen bidden, het is ons volste recht", zegt Rafael Morris, een bekende tempelactivist die onlangs weer zijn ronde liep over het heiligdom onder bescherming van een horde goedbewapende politiemannen. Op blote voeten, niet alleen vanwege het heilige gebod, maar ook 'om de grond beter te voelen', vertelt hij. Zijn uiteindelijke doel: de Joodse tempel hier herbouwen. Want dan immers komt de verlossing voor het Joodse volk. Maar hij zegt geduld te hebben, ze wachten al tweeduizend jaar. Stapsgewijs zullen ze de plek overnemen van de moslims.

Zodra Rafael het plein betreedt, springen de vrouwen op die in de schaduw van de Al Aqsa moskee zitten te bidden en keuvelen en beginnen hem de huid vol te schelden. 'Allah is groot', gillen ze. De politie duwt hen weg, er ontstaat een handgemeen, een van de vrouwen gooit een fles water naar Rafael. De woede zwelt aan, de groep vrouwen krijgt versterking van de mannen. "Zou jij je huis alleen laten, als je zeker weet dat er een dief komt?", legt Iman uit. Ze zit hier samen met de andere vrouwen elke dag, om de moskee te bewaken. Ze wil haar achternaam niet geven, want de islamitische organisatie die hen een paar honderd euro per maand betaalt om de Joden uit te joelen, is onlangs door Israël tot verboden organisatie bestempeld.

Regelmatig gaat het er de laatste tijd nog veel harder aan toe op de heilige berg. Jongens bewapend met stenen en molotovcocktails staan tegenover de politie met traangas en rubberkogels. De vonk slaat over in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. De Al Aqsa, heilige plek voor moslims, maar ook een politiek symbool voor de Palestijnse strijd tegen de bezetting, is in gevaar, zo klinkt het alom. In een poging de gemoederen te bedaren bezweert premier Netanyahu dat er geen verandering komt in de status quo op de berg: moslims lopen geen gevaar dat ze worden verdreven. Deze week gaf hij bovendien de politie opdracht politici te verhinderen de berg op te gaan. Verdere ophitsing kan de boel echt doen ontploffen.

Nieuw geweld

Na diverse steekpartijen, brandbommen, met stenen bekogelde auto's, rellen en halve lynchpartijen in Jeruzalem en in bezet gebied staat de boel op scherp. Het is allemaal niet nieuw, maar wel ineens intens. Alsof elke dode de volgende moord opwekt, elke gewonde een nieuwe ronde geweld uitlokt. En de stapeling van al die losse incidenten roept ineens de vraag op: is de nieuwe intifada in aantocht - of zitten we er zelfs al in? De beladen term, die Joden en Palestijnen doet huiveren bij de herinnering aan de vele doden, wordt ineens hardop uitgesproken. Overal. In de Israëlische kranten is de ene analyse nog scherper dan de andere, de ene voorspelling nog alarmerender dan de andere opinie.

Op Palestijnse sociale media moedigen Hamas en de Islamitische Jihad een nieuwe intifada aan, aanslagen worden geprezen, met cartoons en filmpjes roepen ze op 'de zionisten' te doden. De radicale groepen hopen garen te spinnen bij een nieuwe geweldsgolf, de macht te kapen van de zeer verzwakte Abbas. Die heeft intussen de veiligheidsdiensten opdracht gegeven de onrust te beteugelen. Ook in zijn woonplaats Ramallah is zijn gezag snel verder afgebrokkeld. Veel mensen giebelen ongemakkelijk, gevraagd naar hun mening over de president, alsof je hem niet hardop mag afvallen. Maar Annan, moeder van vier kinderen, maakt er geen geheim van. Ze haat hem, want hij heeft niets bereikt.

Als het gesprek op een intifada komt is ze al even stellig: "Alsjeblieft niet zeg! Alle jongens en kinderen die dan weer worden gedood, natuurlijk wil ik geen intifada!" Mariam, een 50-jarige huisvrouw, met kinderen die niet naar het stenengooien gaan 'want ze zijn goed opgeleid', is bang dat het misschien wel zover komt. Maar ook zij hoopt: nee, geen nieuwe golf van geweld.

In Aida, het vluchtelingenkamp in Bethlehem, maken de jongens zich op voor een nieuwe ronde. Ze hebben het gevoel dat ze er alleen voorstaan. Zelfs de Palestijnse politie probeert hen tegen te houden. Dan ben je geen Palestijn in je hart, vinden ze. Ze kopen een blikje frisdrank bij het enige winkeltje dat open is - alles in Bethlehem is dicht uit rouwbetoon voor de 13-jarige Abed die net is begraven. Hij kreeg een afgezwaaide kogel van een Israëlische militair in zijn hart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden