Weer onder de Bosschenaren

Het was de dag na Aswoensdag. Aan de stationsgevel hing nog het banier Oeteldonk Centroal. De straten waren nat van de spuitwagens, hun dek glinsterde in het ochtendlicht. Hier en daar kleefde het plaveisel, in richels tussen de kasseien nog sporen van confetti en kleine stukjes glas.

De stad herademde, waste zich.

De ochtend was nog vroeg, voor cafés parkeerden vrachtwagens met bier, men wisselde lege vaten. Kratten met lege flessen stonden gestapeld langs de gevels. Op een stoep een berg ijs, een kruiwagen vol, het water in de Binnendieze donker als soep van ossestaart. Een kastelein gaf orders met een schorre stem.

Naar deze zich herstellende stad waren honderden verslaggevers en cameramensen onderweg, 135 uit het binnenland, 170 uit het buitenland. Ze kwamen om een klein wonder te aanschouwen en er de wereld over te berichten. Ze kwamen bijeen in de Statenzaal van het Noordbrabants Museum, waar de directeur hen ontving.

Uit Amerika en Europa waren de werken van een beroemde zoon van deze stad naar huis teruggekeerd, werken die hier ruim vijfhonderd jaar geleden waren gemaakt, in een atelier twee straten van het museum vandaan.

Via adelshuizen, kerken en vorstenhoven waren ze in grote musea beland, het Prado, het Louvre, de Gallerie dell' Accademia in Venetië, het Metropolitan Museum of Art in New York, de National Gallery of Art in Washington. Gent, Brugge, Wenen, Berlijn. Zo groot was deze meester dat in de stad waarin hij was geboren, had geleefd en was gestorven niet één werk had kunnen achterblijven.

Te kostbaar, te bijzonder, dat niet zo heel omvangrijke oeuvre van 25 nog bekende schilderijen. En wat een buitengewone prestatie van deze bierdoordrenkte, zijn kater bestrijdende provinciestad was het, dat van die 25 werken er 17 naar hun bakermat terugkeerden voor deze glansrijke tentoonstelling vol raadselachtige taferelen. Jheronimus Bosch, een van de grootste kunstenaars op aarde, was weer onder de Bosschenaren.

Men had in 2009 het Bosch Research and Conservation Project in het leven geroepen, een club van hoogwaardige specialisten met de belofte van onderzoek en restauratie: daar waren al die grote musea voor gevallen. U mag mijn werk lenen als u het schoonmaakt.

Poetsen kunnen ze, in Den Bosch.

Sommige musea begonnen spontaan hun eigen Bosch schoon te maken.

En kijk eens wat dit kleine provinciemuseum met al die meesterwerken deed: ze fonkelen mooier dan ooit in hun speciale vitrines, beschenen door het zachtste ledlicht in donker gehouden zalen. Ieder stuk een schatkamer op zich, een eigen universum, waarin een grote tovenaar de schepping naar zijn hand zette.

Met de landloper, zei de audiotourstem, schilderde Jheronimus Bosch de eerste gewone mens, na een eeuwenlange kunstgeschiedenis van heiligen, clericalen en adellijken.

De eerste gewone mens.

Met een gat in zijn broek.

In 's Hertogenbosch moet rond 1500 de ware Renaissance zijn begonnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden