Weer honger in de Sahel

Voor de vierde keer sinds de eeuwwisseling dreigt door droogte in de Sahel hongersnood voor miljoenen mensen. In het Westen komt de financiering van alweer een grootschalige hulpactie moeizaam op gang. Waarom lukt het maar niet om Sahelbewoners zelfredzamer te maken?

'Sinds gisteren heb ik alleen maar wat water gedronken", zegt Houley Dia uit het dorp Houdallah in zuidelijk Mauretanië, tegen de grens met Senegal. Wanhoop tekent het gezicht van de weduwe, die niet precies weet hoe oud ze is. "Barre tijden heb ik eerder meegemaakt - droogtes, veeziektes, sprinkhanenplagen. Maar zo erg als nu zag ik het nooit eerder. Ik ben te zwak om te lopen." Dia's vriendin Fatimata Abdurahman Sow (47) knikt gelaten. "Ik eet alleen nog eenmaal daags een beetje rijst. Meer is er niet. Zelfs onze geiten kunnen we niet meer voeden."

Na voedselcrises in 2005, 2008 en 2010 heerst er opnieuw honger in de Sahel. Volgens de VN worden in de steppenstrook tussen de Sahara en de Afrikaanse subtropen meer dan 10 miljoen mensen bedreigd. Een miljoen kinderen lopen het risico op ernstige ondervoeding. In Mauretanië lijdt een kwart van de rurale bevolking nu al gebrek - drie keer zoveel als in 2010 - terwijl de heetste en droogste maanden van het jaar voor de deur staan. Mali, Niger, Tsjaad en Burkina Faso zijn er vergelijkbaar aan toe.

Wrang genoeg is er nog wel voedsel aanwezig in de Sahel. Op markten in Kaedi en Boghé, twee stadjes nabij het eveneens in Zuid-Mauretanië gelegen dorp Darkhadra, ligt gewoon brood, fruit en vlees in de schappen. "Maar bijna niemand kan dat nog betalen", zegt Cheikh Tidiane Cissé (38), hoogleraar geografie in Dakar. "Voedsel kost bijna twee keer zoveel als gewoonlijk." De prijsstijgingen begonnen nadat uitblijvende regenval vorig najaar oogsten deed mislukken door heel de Sahel. Prijsstijgingen op de internationale markten maakten het er nog erger op. Cissé: "Bovendien houden geldbeluste voedselhandelaren in de Sahel nu hun voorraden vast. Dat drijft de prijzen nog verder op."

Salarissen zijn tegelijkertijd juist gekelderd omdat wanhopige dorpelingen massaal huis en haard hebben verlaten op zoek naar werk. Hetzelfde is gebeurd met veeprijzen. Cissé: "Mensen verkopen als laatste redmiddel al hun dieren, in de Sahel traditioneel voor velen het belangrijkste bezit. Maar door het plotselinge aanbodoverschot krijgen ze daar praktisch niets meer voor."

Mislukte oogsten door droogte zijn in de Sahel geen recent verschijnsel. "Al zeker tweehonderd jaar wisselen droogtes en periodes met meer neerslag elkaar af, meestal in cycli van enkele decennia", zegt hydroloog Guido van der Werf van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Van langer geleden zijn weinig gegevens beschikbaar." Ook over de oorzaken van de schommelingen is veel onduidelijk. Klimaatverandering lijkt de droge episodes te verhevigen en te verlengen, maar op welke manier precies weten wetenschappers niet. Van der Werf: "Vast staat slechts dat de Sahel sinds de jaren zestig droger is geworden". Die verdroging leidde onder meer tot catastrofale hongersnood in de jaren tachtig, toen ook in de Hoorn van Afrika talloze slachtoffers vielen.

Behalve toenemende droogte is bevolkingsgroei een fundamentele oorzaak van de telkens terugkerende voedselcrises. "Elke twintig jaar verdubbelt de bevolking van de Sahel", zegt hoogleraar Cissé. "En dat in gebieden die daar nooit op berekend waren en die bovendien steeds schraler worden. Neem Niger, een van 's werelds armste en momenteel hardst getroffen landen. Jaarlijks komen er daar een half miljoen mensen bij. In 2005 woonden er 12,5 miljoen mensen. In 2025 zullen dat er 25 miljoen zijn."

De groeiende mensenmassa sloopt het milieu. Bomen eindigen als brandhout. Veestapels vreten kleinere planten weg. Mensen leggen akkers aan in gebieden die eigenlijk ongeschikt zijn voor landbouw, met erosie als gevolg. Die ecologische schade leidt weer tot grotere droogte. Hydroloog Van der Werf: "Meer vegetatie betekent in principe immers meer neerslag, minder vegetatie minder neerslag."

Aanhoudende conflicten drukken de hongerende bevolking nog verder in de misère. Oorlogen in Ivoorkust en Libië veroorzaakten een uittocht van gastarbeiders uit Sahellanden. Talloze families verloren daarmee hun belangrijkste inkomstenbron. In het noorden van Mali ontketenden Toeareg-rebellen in januari een opstand die het land in tweeën heeft gesplitst. In reactie hierop pleegde het leger er onlangs een coup. Meer dan tweehonderdduizend Malinezen zijn op de vlucht geslagen. Het geweld van de moslimsekte Boko Haram in Nigeria ontwricht ook door honger getroffen buurlanden als Niger en Tsjaad.

Eind vorig jaar al kwamen de eerste waarschuwingssignalen over honger in de Sahel binnen. Sindsdien proberen hulporganisaties een omvangrijke hulpactie op touw te zetten. Maar financiering verloopt moeizaam. Volgens de Europese Commissie is in totaal 925 miljoen dollar nodig voor adequate crisisbestrijding. Daarvan is tot nu toe 200 miljoen dollar gedoneerd. Nederland heeft 4 miljoen euro beschikbaar gesteld.

In het door recessie verlamde Westen heerst donormoeheid. Elke paar jaar gaat het immers opnieuw mis in de Sahel. En telkens blijkt 's werelds armste regio niet bij machte om zijn hongerprobleem zelf op te lossen. Boze tongen beweren zelfs: niet van zins. Want waarom zelf actie ondernemen als er uiteindelijk toch buitenlandse hulptroepen komen opdraven?

"Politici hier geven simpelweg niets om dit soort crises", stelt hoogleraar Cissé in Dakar. "Afrika's grootste probleem is en blijft wanbestuur. Zelfverrijking en onschendbaarheid zijn de norm." Onder gewone burgers heeft buitenlandse hulp volgens Cissé een afhankelijkheidscultuur gecreëerd. "De mentaliteit van veel mensen is er volstrekt passief door geworden. Elk West-Afrikaans kind kent hoe dan ook één zinnetje uit het hoofd: 'Blanke, geef me geld'. Dat was vroeger niet zo."

Westerse hulporganisaties zouden hun aanpak moeten veranderen, aldus Cissé. "Stop met het uitdelen van voedsel en geld. Breng mensen liever vaardigheden bij. Hoe ze hun landbouwmethoden kunnen verbeteren. Hoe ze met geld moeten omgaan. Hoe hygiëne hun gezondheid kan verbeteren." De hoogleraar citeert een Senegalees gezegde: "Beter dan me een vis te geven, is het om me te leren vissen".

In het Mauritaanse dorp Houdallah lijkt dat streven vooralsnog mislukt. Aan de dorpsrand markeren borden van World Vision het landbouwinitiatief dat de christelijke hulporganisatie er blijkbaar heeft willen ontplooien. De omheinde akkers zijn bezaaid met zwerfafval. De braakliggende grond is even droog als de omringende woestijn. "We hebben geprobeerd gewassen te verbouwen", zegt dorpsvrouw Hapsatou Modi Ba (40) met een verontschuldigend lachje. "Maar we hadden niet genoeg water." Een waterbassin met niets dan stof erin onderstreept haar woorden.

De huidige voedselcrisis heeft buitenlandse bijstand uitgelokt van het soort dat hoogleraar Cissé liever niet ziet. In Houdallah ontvangt het zichtbaar opgeluchte dorpshoofd Harouna Saidou Ba (47) een team van de internationale ontwikkelingsorganisatie Oxfam. Omringd door tientallen vrouwen overhandigt Ba een lijst met de 191 dorpsfamilies - een derde van de dorpsbevolking - die er het slechtst aan toe zijn. Tot het najaar ontvangen zij, net als inwoners van andere dorpen in zuidelijk Mauretanië, van Oxfam maandelijks omgerekend vijftig dollar om te overleven. "Dan arriveert hopelijk de neerslag die afgelopen jaar uitbleef", verzucht Oxfam-teamleider Aly Gueye.

Volgens Steve Cockburn van Oxfams regionale hoofdkwartier in Dakar doen hulporganisaties wel degelijk meer dan rijst en bankbiljetten rondstrooien. Cockburn: "Er wordt juist steeds meer nadruk gelegd op het weerbaarder maken van de bevolking. We runnen tal van programma's op het gebied van watermanagement, duurzame landbouw en sociale cohesie." Een dreigende catastrofe vereist nu eenmaal noodhulp, zegt Cockburn: "Wil je mensen soms laten sterven?" Niettemin, geeft de Brit toe, spenderen westerse ontwikkelingsorganisaties nog altijd twee keer zoveel geld aan noodbijstand als aan constructieve langetermijnhulp.

Overigens moet volgens Cockburn de impact van hulp überhaupt niet worden overschat. "Oxfam bereikt momenteel misschien 10 procent van de getroffenen. De gigantische problemen van deze regio lost niemand één twee drie op."

Ondertussen proberen de moeders in Mauretanië te overleven. "Onze kinderen zijn ziek van de honger", zegt Youma Mintmohamed (50), leidster van de dorpsvrouwen en zelf moeder van vijf. Met andere vrouwen heeft ze in het gortdroge dorp met pijn en moeite een moestuin groen weten te houden. "Maar de paar uien en wortels die we oogsten zijn bij lange na niet genoeg."

Pus ettert uit het ontstoken oog van de peuter. Hoestend en snotterig hangt hij in de schoot van zijn moeder Oma Mintely (30). Die zit verslagen tussen lotgenoten onder een boom in Darkhadra, tegen de grens met Senegal. Het kind van Mintely's vriendin Ize Mintyouba (38) zit onder de vuilkorsten en lijkt nauwelijks te registreren wat er om hem heen gebeurt. Andere kleintjes zijn even verwaarloosd en lusteloos. Rakya Mintaliou (54) zegt dat ze maar weinig kan doen behalve "de lieve God vragen ons te helpen. Zo niet, dan gaan binnen twee maanden de eerste kinderen dood."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden