Weer een avond, alleen op de bank

Een op de acht mensen voelt zich erg eenzaam, blijkt uit onderzoek. Onder hen veel studenten. Studententijd de mooiste tijd? Kan best, maar in een nieuwe stad kun je lelijk verloren lopen.

Ik ben een loser. „Dat hoor ik vaak. ’Ik ben een loser, ik kán het niet, ik hoor nergens bij en dat is niet te doorbreken’.” Anja Machielse doet sinds 1998 onderzoek naar eenzaamheid en sprak talloze studenten. Ook veel mooie, leuke, op het oog geslaagde jonge mensen. Jongens en meisjes met tientallen foto’s op Facebook, van zichzelf en vrienden, stralend de beste feestjes afstruinend. Glas wijn in de hand en maar lachen: de studententijd is immers de mooiste tijd van je leven.

„Dat zegt dus niets”, zegt Machielse. Ze is als filosoof verbonden aan de Universiteit Utrecht en weet dat eenzaamheid niet zichtbaar is aan de buitenkant. „Het speelt binnenin. Eenzaamheid is het gevoel dat de contacten die je hebt, niet aan je behoeften voldoen. Een enorm netwerk maakt weinig uit: jíj hebt als mens een behoefte en mist aansluiting. Dát is eenzaamheid. Het kan iedereen overkomen.”

Ton Boekhorst is voorzitter van de sectie studentenpsychologen van het Nederlands Instituut van Psychologen en werkt als studentenpsycholoog aan de RU Groningen. Acht procent van de studenten meldt zich volgens hem tijdens de studie bij een psycholoog. De helft van alle studenten voelt zich wel eens eenzaam. Dat weet Boekhorst uit onderzoek, níet omdat studenten het hem meteen vertellen, want eenzaamheid ’hoort niet’. „Studenten melden zich met andere klachten: studieproblemen, depressieve gevoelens. Daaronder blijkt dan eenzaamheid te liggen.”

„Het gaat vooral om sociale eenzaamheid, die ontstaat wanneer het nog niet lukt om nieuwe vrienden te maken. Die slijt als studenten zich in nieuwe netwerken begeven.”

Eenzaamheid hoort bij het leven, zegt Machielse. Het steekt alleen vaker de kop op wanneer zich ingrijpende levensgebeurtenissen voordoen. „Een nieuw leven opbouwen, verhuizen, een studie oppakken: dat zijn er drie tegelijk.”

Dat er een gevoel van eenzaamheid optreedt, is niet gek, maar het moet wel overgaan. De meeste studenten vinden hun draai, voor een enkeling duurt het langer. „Eenzaamheid kan sluipend zijn. Wie een arm breekt, belt een vriend en zegt: ’Kom je me halen?’. Wie zich eenzaam voelt, vraagt dat niet en trekt zich terug.”

Dan ontstaat een zichzelf versterkend proces: „Naarmate eenzaamheid langer duurt, voelen jonge mensen zich minder aantrekkelijk als gesprekspartner. Ze worden onzeker, hun zelfwaardering neemt af. Ze houden andere mensen op afstand en die reageren daar weer op.”

Hoe eenzaamheid precies voelt, vindt Machielse moeilijk uit te leggen. „Eenzame mensen kijken door een bepaalde bril. De wereld is één vriendenkring, lijkt het. Mensen hebben zelfs moeite met tv-spotjes waarin groepen iets leuks doen. ’Dat heb ik niet’, zeggen ze. Daar lijden ze onder.” Maar zij zien maar een deel van de werkelijkheid. „Vaak hebben ze het gevoel dat ze de enige zijn. Daarvoor schamen ze zich.”

Studenten verbloemen hun gevoel van eenzaamheid vaak. „Ze passen hun houding aan hun gevoel aan. ’Ik ben gewoon een einzelgänger’, zeggen ze. Zo lijkt alleen-zijn een bewuste keuze.”

Onder volwassenen is eenzaamheid prima bespreekbaar. Onder studenten niet. Dat heeft alles te maken met de clichés die over studenten bestaan: feestjes, drank. Boekhorst: „Maar de clichés kloppen in de beleving van veel studenten niet.” Het taboe moet van eenzaamheid af, vindt hij. „Eenzaamheid is niet zielig, maar fundamenteel menselijk.”

De clichés zijn hardnekkig, dus ziet Boekhorst het taboe niet snel verdwijnen. Anderzijds besteden media meer aandacht aan het onderwerp. „De drempel om naar een psycholoog te gaan, lijkt lager. Dertig jaar geleden was het gek als je een psycholoog bezocht. Nu niet meer.”

Als hij vermoedt dat een student eenzaam is, kiest Boekhorst voor interventies. „Ik ga na in hoeverre de student hier een leven heeft opgebouwd en wat hij thuis nog doet. Heeft een student een intensief leven thuis, dan kijken we of hij iets kan verplaatsen. Dat hoeft niet meteen. Vaak vinden studenten het bij hun ouders leuker. Als een student zich aan activiteiten in Groningen verbindt, wordt het hier prettiger.”

’Ik heb niets met studentenverenigingen’, hoort hij wel, maar dat vindt Boekhorst geen excuus. „Het kan lonend zijn te kijken of een andere vereniging wel bevalt. Er is altijd wel een club waar je het redelijk naar je zin kunt hebben.”

Studenten die het moeilijk vinden om nieuwe vrienden te maken, verwijst hij door naar een een assertiviteitstraining of een gespreksgroep.

Anja Machielse weet dat alleen het bespreekbaar maken van eenzaamheid al helpt om het lichter te maken. „Dat u luistert, helpt enorm’, hoor ik vaak. Ik maak elke student die ik spreek duidelijk dat hij niet de enige is die zich zo voelt.”

Helpt het niet om jezelf flink aan te pakken en te zeggen: ’nu is het klaar’? „Hooguit een beetje”, zegt Boekhorst. „Het herhalen van het mantra ’ik ben eenzaam’, zet niet aan tot actie en dat moet wel. Een student die net op kamers woont, moet vooral de deur uit.”

Hoe is het mogelijk dat zoveel studenten zich eenzaam voelen? Machielse schrijft het deels toe aan de tijdgeest. „Door de individualisering zijn we minder afhankelijk van elkaar. Dat we onszelf ontplooien is leuk, maar ook lastig. Vroeger bleven we dicht bij familie wonen en grepen de kansen die daar lagen. Nu is het mogelijk een geheel nieuw milieu te kiezen.” Ook ligt er veel nadruk op autonomie. Van jongeren wordt verwacht dat zij zichzelf redden.

Komt dat moment er, waarop studenten elkaar in de collegezaal openhartig vertellen over hun saaie avond, alleen op de bank? „Ik ben al blij dat universiteiten harder hun best doen om studenten te behouden. Studiebegeleiders letten erop hoe de student zich redt, als mens. Vroeger kon het gebeuren dat 25 procent van de studenten na een jaar verdween, zonder dat iemand wist waarheen. Dat is niet meer zo.”

De mooiste tijd van je leven is geen eindeloos feest. Machielse: „Stel je voor dat eenzaamheid tijdens een introductieperiode zou worden besproken, zodat elke aankomende student zou weten: eenzaamheid hoort erbij en kan iedereen overkomen. Dat zou mooi zijn, toch?”

Studenten verbloemen hun eenzaamheid vaak. 'Ik ben een Einzelgÿnger', zeggen ze dan. (FOTO ANP )
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden