Weer bang voor de Russen

Het Russische optreden in Georgië rakelt in Polen minder prettige herinneringen aan het voormalige Oostblok op. Polen en de Baltische staten roepen om een hardere koers jegens Moskou. Russen zijn oké, maar ze zouden in een ander land moeten wonen.

Ekke OverbeekWarschau en Vilnius

De angst voor Rusland is terug in Polen. De grote oosterbuur heeft het nooit goed gedaan in de Poolse ranglijst van bevriende landen, maar de televisiebeelden van Russische tanks in Georgië hebben de sluimerende ressentimenten nieuw leven ingeblazen.

„Ik heb niets tegen Russen. Als Russen en Polen elkaar in West-Europa tegenkomen, dan blijkt altijd dat ze juist heel goed met elkaar overweg kunnen. Maar Rusland als land is gevaarlijk”, zegt Jarek, tegen de veertig en eigenaar van een beveiligingsbedrijfje niet ver van de havenstad Gdansk. „Rusland behoort cultureel tot Azië” vindt hij, en daarmee vertolkt hij een gevoel dat wijdverbreid is in het voormalige Oostblok: Russen zijn oké, maar ze zouden in een ander land moeten wonen.

Door de oorlog in Georgië is de angst voor het Kremlin spectaculair toegenomen. ’Voor wie moet Polen bang zijn?’, luidde een enquêtevraag vorige week. Voor Rusland, antwoordde een recordaantal van 65 procent van de ondervraagden. Ook politici sloegen een onverhuld anti-Russische toon aan. „Rusland heeft opnieuw zijn ware gelaat laten zien”, vond de Poolse president, Lech Kaczynski. „Een gelaat dat wij al honderden jaren kennen. Dat land denkt dat de tijden van het ingestorte imperium terugkomen en dat het domineren van andere landen opnieuw kenmerkend zal zijn voor deze regio.”

Het weekblad Wprost illustreerde de woorden van de president met een portret van Poetin voorzien van Hitler-snor – Adolf Poetin – op de cover. Elders in de media kreeg de Russische premier de snor van Sovjetdictator Jozef Stalin opgeplakt.

Het was op initiatief van de Poolse president dat de presidenten van de drie Baltische staten, Oekraïne en Polen naar Tbilisi afreisden om hun steun te betuigen aan het belaagde Georgië.

De leiders van andere voormalige Oostbloklanden sloegen het aanbod om mee te reizen beleefd af. Want niet iedereen in de regio is bereid onbesuisd op de lange tenen van het Kremlin te trappen. Tsjechië en Slowakije, die afgelopen week herdachten dat Russische tanks veertig jaar geleden een hardhandig einde maakten aan de Praagse lente, varen al jaren een pragmatische koers tegenover Moskou.

De Tsjechische premier Mirek Topolanek vergeleek het Russische optreden in Georgië weliswaar met de invasie van 1968, maar president Vaclav Klaus liet een heel ander geluid horen. In de krant Mlada Fronta Dnes wees hij zijn Georgische ambtgenoot Michail Saakasjvili aan als aanstichter van het conflict. De Tsjechen zijn verdeeld, bleek ook uit een enquête in de krant Hospodarske Noviny: 41 procent is bang dat de veiligheid van het land door Rusland wordt bedreigd. 59 procent denkt dat dat wel meevalt.

De angst voor Rusland is minder, naarmate de geschiedenis de relatie met Rusland minder belast. Voor Polen, de drie Baltische staten en Oekraïne was het communisme de zoveelste periode van overheersing door Moskou. Voor de andere Oost-Europese landen was het de enige. Polen, Oekraïne en het Balticum waren vanaf de zeventiende eeuw het slachtoffer van Russische expansie naar het westen, met als resultaat de opdeling van het Pools-Litouwse rijk aan het einde van de achttiende eeuw.

Het zijn nu dan ook Polen en de Baltische staten die roepen om een hardere koers jegens Moskou. Polen en Litouwen blokkeerden dit jaar om beurten onderhandelingen tussen de EU en Rusland over een nieuw samenwerkingsverdrag. Een van de Litouwse eisen was dat Brussel de zogenoemde ’bevroren conflicten’ – zoals die met de Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië – op de agenda zou plaatsen.

„We moeten ervoor zorgen dat landen als Georgië, Oekraïne, Moldavië en de Centraal-Aziatische republieken voor ons model kiezen, voor democratie en vrije markt”, zei een hoge vertegenwoordiger van het Litouwse ministerie van buitenlandse zaken, ruim een maand voor het uitbreken van de oorlog in Georgië. „Europa doet echter niets, met als gevolg dat Rusland vrij spel heeft met zijn autoritaire model.”

Miroslaw Gowin, Pools parlementariër en medewerker van premier Tusk, zei het vorige week als volgt: „Het doel van de Poolse politiek is een buffer creëren van democratische en onafhankelijke staten tussen Polen en Rusland.”

Tot voor kort vond dit soort geluiden geen gehoor in West-Europa. De gascrisis vorig jaar was een keerpunt, toen Rusland de toevoer van gas naar Oekraïne – en daarmee naar West-Europa – dichtdraaide.

Sinds de oorlog in Georgië klinkt een onverhuld ’Zie je wel’ uit de nieuwe lidstaten. Voor het eerst sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn Russische tanks een ander land binnengerold, met als rechtvaardiging het verdedigen van de rechten van Russen buiten Rusland. Die rechtvaardiging vormt reden genoeg om zenuwachtig te worden. Van de Oekraïense bevolking staat ruim 17 procent in de boeken als etnische Rus, maar de Russische taal en cultuur zijn veel wijder verbreid. In Estland is 25 procent van de bevolking Rus, in Letland zelfs 30.

Terwijl in West-Europa vooral opluchting heerst omdat de Navo dit voorjaar besloot om Oekraïne en Georgië nog maar even niet toe te laten als aspirant-lid –het bondgenootschap zou dan rechtstreeks zijn betrokken in een confrontatie met Rusland– redeneren Warschau en Vilnius andersom: Als de Navo haar paraplu had uitgestoken boven Oekraïne en Georgië, was Rusland nooit aan de oorlog in Georgië begonnen.

De ’nieuwe EU’ zal er nu alles aan doen om te voorkomen dat de ’oude EU’ overgaat tot de orde van de dag in de relatie met Rusland. Een zware taak, gezien de economische en politieke belangen van een goede relatie met Rusland.

Maar die belangen zijn niet alleen groot in Duitsland, Frankrijk of Nederland. Niemand heeft zoveel belang bij een goede relatie met Rusland als de directe buren. De Poolse premier Tusk verweet president Kaczynski dan ook onnodig oorlogsretoriek te gebruiken. Polen en de Baltische staten lopen, als leden van de EU en de Navo, zelf geen direct gevaar. De afgelopen twintig jaar zijn deze landen helemaal teruggekeerd in de westelijke wereld. De democratie functioneert, de markteconomie bloeit, en Russisch is als tweede taal verdrongen door Engels. Zelfs de oudere garde die trouw het door Rusland geïnstalleerde regime diende, verlangt niet meer terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden