Weens kwartet speelt Schubert compleet

WENEN - Alle strijkkwartetten, zestien in getal, van Franz Schubert in serie gespeeld. Deze zeldzame ervaring biedt het Artis-kwartet uit Wenen de komende weken in het Amsterdams Concertgebouw. Erkende meesterwerken die toch betrekkelijk onbekend zijn bij breed publiek.

Vlak achter de Stephansdom in het hart van Wenen repeteert het Artis Kwartet bij een van de leden thuis. In deze straten liep ook Schubert toen hij als zestienjarige vergeefs probeerde een van zijn strijkkwartetten uitgegeven te krijgen.

Volgens Schuberts eerste biograaf Heinrich Kreissier weigerde uitgever Domenico Araria resoluut het werk in ogenschouw te nemen, nadat hij het titelblad had gezien. Hierop had Schubert in fraaie letters geschreven: “Herrn Anton Salieri von seinem Schüler Fr. Sch. gewidmet.” Ook later nog schijnt Schubert zich gekrenkt gevoeld te hebben door de botte afwijzing van de uitgever (“Schülerarbeit nehme ich nicht”) en wilde hij bij hem in ieder geval niets meer publiceren.

Klankstijl

“Bij de houtblaasinstrumenten probeert men hier in de stad wel een typisch Weense klank te behouden en te cultiveren, maar een Weense klankstijl voor strijkers bestaat eigenlijk niet”, antwoordt de primarius van het kwartet, Peter Schuhmayer, op de vraag of het zinvol is de kwartetten juist door een Weens strijkkwartet te laten spelen.

“Er zijn ook geen violen of celli van Weense bouwers die afwijkend werden gebouwd, zoals bijvoorbeeld bij de hobo duidelijk het geval is. Wel spelen we op bijzondere strijkinstrumenten die ons uit een fonds ter beschikking zijn gesteld, maar die zijn afkomstig uit het Italië van de zeventiende en achttiende eeuw.”

Schumayer zelf bespeelt een viool van de Venetiaanse bouwer Domenico Montagnana uit 1727, zijn collega Johannes Meissl speelt op een Guarneri uit ongeveer 1690 en altviolist Herbert Kefer heeft een instrument van de Turijnse bouwer Guadanini uit 1784 onder de kin. Alleen de cello komt uit noordelijker streken. Cellist Othmar Müller gebruikt een cello van de Hollandse bouwer Pieter Rombouts uit 1680.

“Het instrument heeft een grote invloed op het spel van de bespeler” gaat Schuhmayer voort, terwijl de andere leden van het kwartet instemmend knikken. “Hoe Weens wij zijn in onze interpretaties van Schubert blijft dus een open kwestie. Wel hebben we zelf op een gegeven moment bewust afstand willen nemen van het feit dat we onze wortels hier hebben.”

Rijper werk

Op aanraden van Hatto Beyerle, de altist van het Alban Berg Kwartet, en met behulp van een studiebeurs verbleef het kwartet geruime tijd in de Verenigde Staten. Schuhmayer: “Het LaSalle Kwartet waarbij we in de leer gingen, was een groot voorbeeld voor ons. Vooral door de enorm consequente manier, waarop de kwartetleden te werk gaan. Van hen leerden we voor elk afzonderlijk stuk aan een bepaald concept vast te houden. Het is ook een periode geweest van twee à drie jaar waarin we in het geheel geen Schubert hebben gespeeld.”

In de Schubertcyclus valt tijdens de twee avonden in september de nadruk op de vroege kwartetten tot 1816; in november komen ook de zogenaamde rijpere werken aan de orde. Schuberts produktie valt op een merkwaardige wijze in drie delen uiteen. Er zijn de drie magnifieke 'late' strijkkwartetten, die hij nochtans vóór de voltooiing van zijn dertigste levensjaar schreef. Er is een weelde aan vroege strijkkwartetten, deels ontstaan in de tijd dat Schubert leerling was van Salieri en als Süngerknabe verbonden aan de kapel van de Weense Hofburg. Maar er is ook die merkwaardige, onvoltooide 'Quartettsatz' uit 1820, dat zich als een eiland bevindt tussen het laatste 'vroege' kwartet uit 1816 en het eerste 'late' 'Rosamunde'-kwartet uit 1824.

Elke compositie levert voor het Artis-kwartet zijn eigen steeds terugkerende moeilijkheden op. “De vroege kwartetten zijn nu eenmaal niet zo spectaculair, daarom moeten we er juist extra aandacht aan besteden”, zo luidt de gezamenlijke mening van het Weense viertal. “Door de vele octaven die Schubert voorschrijft, zijn ze technisch vaak extra lastig. We proberen ze tot hun recht te laten komen door zoveel mogelijk uit te sparen en niet door al te veel in klank uit te pakken.”

“Bij de late kwartetten heb je weer andere problemen. Technisch gaan ze tot aan de grens van het mogelijke en ook muzikaal is er het een en ander aan de hand. In het monumentale laatste kwartet in G grote terts is het de opgave om de spanning de hele tijd vast te houden, terwijl het gevaar van het 'Rosamunde'-kwartet er juist in schuilt dat de compositie kleiner lijkt te zijn dan ze feitelijk is.”

Voor hun uitvoering van de integrale strijkkwartetten van Franz Schubert maakt het Artis Kwartet gebruik van de vrij actuele Neue Schubert Ausgabe, die werd geredigeerd door Werner Aderhold.

Schuhumayer: “Het is verbazingwekkend hoeveel er in deze nieuwe wetenschappelijke editie toch weer anders blijkt. Niet alleen de articulatie of de frasering wijkt af van oudere uitgaves, soms is er zelfs sprake van andere noten!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden