Weemoedig onder de Haagse kaasstolp

Het oude gebouw was een doolhof van gangetjes, nissen, trappen en hoekjes - een perfecte entourage voor parlementariers die ongezien met deze of gene wilden smoezen. Het nieuwe huis heeft zoveel glas, is zo open, dus hoe moet dat nu? Verdwijnt straks de wandelgangen-cultuur of weet zij zich in elk decor te handhaven?

De wandelgangen van de Haagse politiek, vraag een oudgediende in pers of politiek ernaar en de bewoners van het Binnenhof verliezen zich in anekdotes, weemoed, historische verhandelingen en verloren gegane romantiek: nooit meer bewindslieden onder de kapstok aantreffen, nooit meer een Kamerlid in een smal gangetje in de kladden grijpen. Nooit meer in de vroege morgenuren met een stevige slok op gebroederlijk naar de taxi schuifelen, nooit meer het laatste nieuws ontfutselen door verstoppertje te spelen op het toilet.

Immers, de oude Kamer zal verworden tot een lege ruimte, waar incidenteel in de herstelde balzaal voor buitenlandse gasten een ontvangst zal worden gehouden. Voor het overige blijven wat kantoren in gebruik van administratief personeel en neemt de Raad van State het oude Statenrestaurant over. Daar waar de zegsman van het CDA onder liters thee uitlegde 'hoe de hazen zouden lopen'.

Het epicentrum van de Tweede Kamer zal definitief verschuiven naar het nieuwe gebouw van architect Pi de Bruin. En daarmee begint volgens veel oudgedienden het einde van de wandelgang. Al dat marmer en glas, prachtig. Maar waar moeten nu al die mooie verhalen voor in de kroeg vandaan komen? En waar moet een Kamerlid zijn geheime onderonsjes met journalisten houden?

"Die kunnen we voortaan wel op onze buik schuiven" , verzucht een Kamerlid. Er is immers geen hoekje in de nieuwe Kamer waar onopvallend gesproken kan worden. Sterker nog, de alom aanwezige glaswanden zorgen ervoor dat iedere beweging van de parlementarier te registreren is. De architect heeft weliswaar op de begane grond spreekhokjes neergezet maar wie zal daar nu ooit in plaats nemen? Van vier kanten open, zodat het Kamerlid dat op die plek een journalist geheime informatie toespeelt, zeker weet dat iedereen in de Haagse 'kaasstolp' de bron van het nieuws kent.

"Ik voel me als een hoertje op de wallen" , aldus vorige week een ander Kamerlid over het paraderen in het nieuwe gebouw. Het is wat plat verwoord, maar velen kunnen zich in deze overpeinzing vinden. Aan de roemruchte wandelgangen, waar pers en politiek elkaar steeds weer wisten te vinden, komt een definitief einde, is het gevoelen. Het fenomeen gaat ten onder met de oude Kamer, dat "doolhof van gangetjes, nissen, trappen en hoekjes: die samengeraapte architectuur die een getrouw beeld geeft van de andere kant van de politiek, het onmisbare gedoe achter de schermen" , om met Jan Vis, hoogleraar staatsrecht, te spreken.

Zal het inderdaad zo'n vaart lopen? Al de bedachte nisjes en hoekjes blijven in de toekomst ongebruikt. Maar het onmisbare gedoe achter de schermen zal onmiskenbaar blijven bestaan. Politici hebben elkaar nodig, en kunnen, in Haags jargon, niet buiten hun 'roeptoeters', de pers. In dit spinneweb aan contacten blijft gesmoes het bindmiddel. Dat laat zich vast niet door marmer vangen. Voor de ingewijde was het doolhof daarnaast niet half zo geheimzinnig als de buitenwacht wel vermoedde. Voor de goede PvdA-roddel en een babbel met een D66-politicus was de koffiekamer op Binnenhof 5, in Haags taalgebruik vanwege het treurige interieur 'het cafetaria', de aangewezen plek. Of je trof hen bij het buffet 'op Kolonien', genoemd naar het voormalige departement. Wilde je achter de hand wat kletsen met Groen Links, dan kon aangeschoven worden aan de vaste tafel van die fractie in het Kamerrestaurant. Achter de groene gordijnen wilde een politicus nog wel eens komen vertellen, wat hij ervoor - in de vergaderzaal eigenlijk bedoeld had te willen zeggen. En tijdens debatten liep menig Kamerlid maar al te graag op verzoek mee naar een nisje op de gang. Zat je getweeen in zo'n nisje, dan kon je er donder op zeggen dat je naderhand quasi nonchalant werd aangesproken door een collega van de concurrentie: "Zo, en had die draaikont nog wat te melden?" Waarop natuurlijk slechts werd prijsgegeven dat "er weer weinig chocola van te maken" was. En dan wegbenen met een "geheide primeur in the pocket" .

Voorbij allemaal? De haat-liefdeverhouding tussen politiek en pers is eerder eeuwigdurend dan zo vluchtig dat het door een verhuizing naar een aanpalend gebouw de grond in geboord kan worden. De trucendoos blijft heus niet in het oude gebouw achter. Wat te denken van een schaterlachende Henk Krol, voormalig woordvoerder van VVD-leider Hans Wiegel, die in een televisieprogramma kond doet van de werkwijze van zijn baas: was er een rapport van de VVD onopgemerkt gebleven in de pers, sprak Wiegel af met een Telegraafjournalist om 'even bij te praten'. De fractieleider verborg het betreffende rapport in een stapeltje kranten dat hij toevallig vergat mee te nemen bij vertrek. Krol: "Je kon er de donder op zeggen dat de inhoud de volgende dag prominent op de voorpagina stond."

Of de journalist die een tipje van de sluier licht van zijn trucendoos: er is crisis in een fractie. "Geen hond laat wat los." Dan maar gewoon langdurig op de WC naast de vergaderzaal gaan zitten, totdat er twee politici voor een korte plaspauze uit geheim beraad komen. "Schrijfblokje op de schoot en noteren maar." Zo kan feitelijke informatie worden verkregen, die de fractievoorzitter na afloop nog niet op de pijnbank wil prijsgeven. En daarnaast, welke mannelijke journalist heeft tijdens het pinkelen niet eens een mooi informeel gesprek gehad met een minister?

Er is geen parlement in de wereld, hoezeer ook uit glazen wanden opgebouwd, dat geen wandelgangen kent. Neem het Europees Parlement. Het informele trefcentrum van politici en journaille bevond zich aldaar in een bar recht tegenover de vergaderzaal. De ingewijden wisten: des avonds na een dag noeste arbeid moest het wel heel raar lopen, wilde een parlementslid daar niet nog even een afzakkertje halen. Een journalist hoefde niet veel meer te doen, dan te wachten en de gezochte politicus even aan zijn of haar jasje te trekken. Een uitkomst in een gebouw dat in onoverzichtelijkheid niet onderdoet voor het oude Kamergebouw.

Gezamenlijk dronken worden en handjeklap kon in het Europese ook op de maandelijkse receptie van de Permanente Vertegenwoordiger te Straatsburg of op de regelmatige bijeenkomsten van de CDA-fractie. De hotelbars werden enigszins gemeden, nadat oudminister Vredeling de gemoederen had verhit door een asbak door een glazen wand te gooien. (De asbak was bedoeld voor het hoofd van een andere Nederlandse politicus, die onverdroten zijn whiskey bleef drinken.)

Alcohol hoort bij de (valse) romantiek van de politieke wandelgangen: waar is de tijd gebleven dat Kamerleden met journalisten tot in de vroege uurtjes achter een glas zaten in perscentrum Nieuwspoort, door een regelmatige bezoeker van jaren her omschreven als een werkelijke vrijplaats, in letterlijke en figuurlijke zin? Je kunt je in een adem door afvragen waar de tijd is gebleven dat bewindslieden nog tegen paaltjes of in sloten reden onder invloed van alcohol. Inderdaad, die tijd lijkt niet meer te zijn. Gaf minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking enige weken geleden in Vrij Nederland niet zelf aan dat andere tijden zijn aangebroken? "Ik ren, Elske Ter Veld (staatssecretaris van sociale zaken, red.) zeilt en Relus ter Beek (minister van defensie, red.) golft." Nee, het harde drinken is verleden tijd, tenminste in de publieke ruimten rondom het Binnenhof.

Verzakelijking, jawel, is doorgedrongen tot de wandelgangen van de Haagse politiek. Wil je een Tweede-Kamerlid nog even aan de tand voelen? Dat kan, maak maar een afspraak met mijn medewerker voor over een week. Wil je nog even uit eerste hand een reactie horen? Dat kan, bel maar even met de fractiewoordvoerder. Even bijkletsen bij een broodje? Natuurlijk, maar dan het liefst in het Kamerrestaurant, zodat iedereen kan zien dat er niets te verbergen valt.

Het past bij de nieuwe openheid van het Kamergebouw. Geen glaswand is zo beslagen dat politici zich erachter kunnen verbergen. De roep om gordijnen houdt onverminderd aan, maar niemand neemt die roep absoluut serieus. Het gebouw is immers zo open dat een kilometer gordijnstof nog geen uitkomst biedt.

De PvdA-fractie levert dezer dagen nog wel een achterhoedegevecht om de fractieruimten en -gangen van visuele pers verschoond te houden. Spuugzat is deze partij dat gehang en geduw van de tv-journalisten. Dan kom je als politicus uit een vertrouwelijk beraad, wil je niets zeggen, en sta je dezelfde avond toch als 'botte hork' op televisie, de woorden 'geen commentaar' murmelend. Nee, dan maar een verbanning van deze journalisten uit de wandelgangen. Het tekent de malaise in deze partij. Juist de PvdA wist zich in vroeger tijden vrijwel altijd verzekerd van een goede pers, niet alleen omdat het gros van het Haagse journaille toch een beetje links van het midden is. Maar ook omdat de wandelgangen op het lijf van de PvdA'er geschreven leken. Het gerucht wil dat menige (drankbestendige) journalist een woordje heeft mogen meespreken bij de formatie van het eerste kabinet-Den Uyl.

Andere politici passen hun ritselpatroon makkelijker aan de nieuwe zakelijkheid van de jaren negentig aan. Het eerste wandelgangengesprek midden op de nieuwe (twee verdiepingen overbruggende) roltrap heeft al plaatsgevonden. Dat had wel iets: de politicus ging naar boven, de journalist naar beneden. Hangende tussen hemel en aarde, beiden steeds een pas omhoog dan wel naar beneden doend, werd de loop van het debat over de levering van duikboten aan Taiwan doorgenomen, ingekleurd met saillante offtherecord-details.

De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat vele jeugdige journalisten in Den Haag de stempel des tijds dragen: een borrel op z'n tijd okee, maar deze wordt liever genuttigd bij de eigen haard dan aan de toog van Nieuwspoort, dat donkere hol ergens in een weggestopte hoek van het Binnenhof. Het arbeidsethos is in breder verband veranderd. Een perswoordvoerder van een fractie kom je tegenwoordig tegen als je op de racefiets door de duinen zoeft, niet in de vroege uurtjes in de kroeg. Daarnaast, voor de intrede van de computer en de draadloze telefoon werden nooit uitspraken als 'ik heb ook nog een prive', gehoord. Nu is het bestaan van een 'tweede leven' bijna algemeen geaccepteerd.

Niet dat Nieuwspoort achterblijft in de vaart der volkeren, ook het parlementaire perscentrum verhuist naar een splinternieuw pand, waar op alle mogelijke manieren "een stukkie doorgegeven kan worden" . Ernaast komt Speakers Corner, een cafe voor iedereen toegankelijk. Het is de bedoeling dat politici zich daar ook open en bloot vertonen aan het volk.

Weemoed past natuurlijk bij de overgang van een oud naar een nieuw gebouw, het ophalen van oude herinneringen eveneens. (Zie Willeke Alberti: 'Dag huis, dag lieve oude woning'). De laatste bel voor de politieke wandelgangen van Den Haag zal pas dan klinken als zelfs het op een na laatste Kamerlid in moeilijke tijden geen behoefte meer heeft aan een goede pers. Dan mag de laatste het licht uit doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden