Weegee heeft het allemaal gezien

Er is niets nieuws onder de zon. Zoals tegenwoordig met name de commerciële omroepen televisieploegen met politie, ziekenwagen of brandweer meesturen in de hoop wat ellende te kunnen filmen, fotografeerde Weegee ('the famous') in de crisisjaren al de schaduwkant van het sociale leven in New York. Sensatie is niks nieuws. Hoogstens de kwaliteit van de sensatiepers is wat minder geworden. Want wat Weegee ook vastlegde, de beelden mochten er wezen.

In de schaduw van Picasso hangt boven in een zaaltje in de Rotterdamse Kunsthal een klein overzicht van Weegee, zoals de van oorsprong Oekraïense reportagefotograaf Arthur H. Felig (1899-1968) zich al snel liet noemen. Felig groeide op in Lemberg (Lvov), een stadje in het toenmalig Oostenrijkse deel van de Oekraïne. In 1910 emigreerde het gezin naar New York, waar Arthurs vader Bernard zich in 1906 al gevestigd had als conciërge van een appartementengebouw. Het gezin kwam te wonen in een van de armste delen van Manhattan, de Lower East Side. In 1914 verliet Arthur school om zijn ouders bij te staan in de kostwinning. Hij verdiende eerst wat geld als snoepventer en kwam daarna in dienst van een fotozaak. Op zijn achttiende verliet hij het ouderlijk huis. Terwijl hij ondertussen werk vond op stations en in daklozentehuizen, ontwikkelde hij zich als portretfotograaf. In 1923 werd hij aangenomen bij Acme Newspictures, waar hij als fotolaborant in de doka terechtkwam. Maar 's nachts had hij tijd over om de straat op te gaan en het schuim van de nacht bloot te leggen.

Dat schuim mag in veel gevallen heel letterlijk genomen worden. Weegee had een bijzondere fascinatie voor branden. Vaak trok hij met de brandweer mee en fotografeerde, zeker na '35 toen hij verder zelfstandig opereerde, alle facetten die je bij branden van Harlem tot Brooklyn tegenkwam. Een van de eerste foto's in Rotterdam is die van een oude man die in ondergoed de gang oprent. Wat hier spreekt is de verdwaasdheid. De man is slaapdronken, meer dan bang of wanhopig zo te zien, sukkelt hij op een drafje, geen rook, geen vuur, geen vlammetje te zien, naar de nooduitgang. Bij een foto van een slachtoffer van een waarschijnlijk andere brand staat een cryptische uitspraak van Weegee die zijn cynische houding goed typeert: ,,Foto's maken is mijn beroep, maar ik maak liever een foto van mensen die levend worden gered. Dat levert bovendien betere foto's op.'' Hij had in zoverre gelijk dat de foto iets verderop van een moeder en dochter in Harlem bij een brandweerwagen, die wanhopig moeten toezien hoe hun dochter en zusje met haar kind levend verbranden, het bewijs levert.

Wie nu de foto's van Weegee ziet, valt het op hoe modern hij in wezen is. Alles wat wij nu aan hard sociaal leven in de Nieuwe Revu, Vrij Nederland of de dagbladen te zien krijgen, is al gedaan, besef je. De vrijende kinderen in de eerste 3-D bioscoop in 1943, de massa op het strand van Coney Island, de daklozen die rondhangen bij een metrostation, de vreemdelingenhaat zichtbaar gemaakt in Harlem waar een jonge vrouw met kind achter een door arme blanken ingegooide ruit staat, travestieten op after-party's en het zichtbare geweld van de kleine en grote criminaliteit op straat in de vorm van arrestaties en afrekeningen... ja, alles. Ooit werd dat bij ons in Holland alleen in Amerika, Italië en Oost-Europa voor mogelijk gehouden. Nu kunnen we er ook in Amsterdam en Rotterdam om komen. In die zin is Weegee ook de bevestiging van de gedachte dat alles wat in Amerika gebeurt zich enkele decennia later onherroepelijk ook in West-Europa zal voltrekken.

Hoewel bij sommige jongerenfoto's met name ook een naam als Gerard Wessel door het hoofd schiet, maakt de expositie ook weer eens duidelijk dat Weegee niet voor niets hét grote voorbeeld van Ed van der Elsken was. Het zijn de jongens die iedere romantiek zoals je die bijvoorbeeld wel ziet in de sociale fotografie van Lewis Hine (1874-1940), vermijden. Het is meteen hier en nu, hup met de camera er bovenop. Mensen poseren niet, maar worden 'gesnapt', zoals de rijke dames op weg naar de opera: 'caught in the act.' En als mensen dan toch poseren, dan in hun natuurlijke omgeving zoals de oude Alfred Stieglitz, die weer de held van Weegee was. Eenzaam zit hij op zijn kamertje, ooit beroemd, nu vergeten. Hoe cynisch Weegee was, opeens zie je hem breken. Zoals Van der Elsken dat ook soms kon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden