Wedstrijd in decibellen

Van een onzer verslaggeefsters HOORN - Het dak van de blauwe Ford golft op en neer. Zware geluidsstromen golven langs de voeten van de kijkers, de spoiler trilt. De portieren van de Ford zijn dicht. Binnenin is nog net de eigenaar te onderscheiden. “Bij 180 decibel knalt je kop uit elkaar”, weet een toeschouwer.

Een jurylid feliciteert de jongen als die na enige minuten uitstapt. “U heeft zojuist 135 decibel doorstaan.” Zonder oordoppen. Het lawaai is vergelijkbaar met dat van een startend vliegtuig, op een paar meter afstand.

De zogeheten Boom-cars zijn in opkomst. Eind jaren tachtig, toen de geluidsapparatuur voor auto's beter werd, bouwden hobbyisten steeds meer geavanceerde apparaten in. Aanvankelijk om een zo mooi mogelijk geluid te produceren, later werd het volume belangrijker. Inmiddels worden in het hele land bijna wekelijks wedstrijden georganiseerd, waarbij enkele tientallen fanatieke Boom-car-eigenaars elkaar met geluidskwaliteit en lawaai proberen te overtroeven. Er bestaan verschillende soorten liefhebbers, zegt Ivo Kroone, juryvoorzitter bij de Boom-carwedstrijd, zaterdag op een industrieterrein bij Hoorn.

Een aantal geeft volgens hem niks of heel weinig om de kwaliteit van het geluid. Het gaat hen om het 'Boomen': door de diepzware, intensharde bastonen gaan de wagens ritmisch grommen en schokken. “Die auto's staan stampvol apparatuur, vreselijk; de echte Boom-cars. Voor een goede geluidskwaliteit, moet je juist zo min mogelijk inbouwen.” Anderen, waartoe Kroone zich graag rekent, letten puur op de geluidskwaliteit. “Ik heb géén Boom-car, ik heb een hifi-car.” Sommigen beleven het meeste plezier aan het inbouwen van de apparatuur.

De aard van de wedstrijden is op dat onderscheid afgestemd. Bij de zogeheten hifi-test beoordeelt de jury met een proef-cd of alle tonen even mooi worden weergegeven en of er geen ruis in de installatie zit. Bij het tweede onderdeel bekijken juryleden hoe de amateurs hun apparatuur hebben ingebouwd. Vaak is achter de voorste stoelen alles uit de auto gesloopt om plaats te maken voor houten bakken met gigantische woofers (luidsprekers) van zo'n 30 centimeter. “We kijken of het netjes is afgewerkt”, zegt jurylid Pepijn Mengerink (25), “en we letten op de veiligheid.” Boom-cars hebben meerdere accu's. “Als je onvoldoende zekeringen hebt, is er extra kans op brand.”

Oskar Timm (29) vindt het inbouwen het leukst: “Zoals veel liefhebbers hier. Als iets af is, is voor mij de lol er af. De eigen creativiteit die mensen erin leggen, vind ik het mooist, niet de herrie. Als het echt hard gaat, zet ik gehoorbeschermers op. Anders is het niet uit te houden. Soms word je zelfs misselijk omdat je evenwichtsorgaan wordt verstoord.”

- Vervolg op pagina 3

'Dat iedereen bij jou komt kijken, dat is de kick' VERVOLG VAN PAGINA 1

Onder een 'party-tent' meet de jury bij het derde wedstrijdonderdeel de kracht van het geluid. Op de bestuurdersstoel wordt een lawaaimeter geïnstalleerd. De eigenaar schroeft, meestal via een afstandsbediening, het volume op. Omdat de portieren dicht zijn, valt het geluid voor omstanders mee. Een staafgrafiek op een computerscherm geeft de resultaten weer.

Bewonderend gemompel stijgt op als een kleine rode Fiat Panda met gemak boven de 140 decibel komt. Het dak dreunt ritmisch mee. Renate van Os (22) zet de test voor haar vriend Jan Lageweg op video. “Het gaat niet zoals het hoort”, zegt ze geïrriteerd, wanneer de staafjes van de grafiek onder de 145 decibel blijven haken. “Deze meter meet het hele bereik en Jan heeft alles natuurlijk op de bas afgesteld”. Jan: “Dit is een soort verkapte hifi-test bij mensen die juist hárd willen.”

Jan is al zo'n zes jaar fanatiek bezig met zijn Boom-car. “Het is gewoon mooi als het geluid zo smerig laag gaat dat alles trilt. En hard mag, maar de kwaliteit moet goed blijven.” De enorme geluidsmachines achter de bestuurdersstoel wegen bijna net zoveel als het autootje zelf. Twee voorruiten zijn al eens gesneuveld, het dak wordt door een soort pilaartje ondersteund. “Het werd wat flexibel.” De apparatuur heeft Jan tot nog toe zo'n achtduizend gulden gekost. Niet veel, want de meesten komen uit op tien- tot dertigduizend gulden, een enkeling haalt zelfs de tachtigduizend piek.

“Iedereen vraagt altijd naar de kosten”, zegt Renate. “Maar dat is niet het belangrijkst. Er zijn mensen met een hele dure auto en veel apparatuur. Maar Jan speelt ze zoek. Dat geeft een kick. En ik ben blij dat hij het niet naar de kroeg brengt. Zo hebben wij ook nog een gezellige dag”, lacht ze naar vriendin Sonja.

Het imago van 'asociaal' is onterecht, menen beiden. Boom-cars houden zoveel mogelijk rekening met de buurt. “In een woonwijk zet Jan het geluid altijd zachter. Vaak weten mensen niet wat het inhoudt. Als je wat laat zien, vinden ze het best mooi.” Het is steeds moeilijker voor wedstrijden in Nederland een vergunning te krijgen. Renate: “Ik begrijp het best. Vroeger had je één of twee van die beestachtige wagens, nu gaan er steeds meer zo hard. Laatst was er een wedstrijd in Den Bosch, middenin een woonwijk. Die bewoners hadden er geen benul van wat er gebeurde. Als 's ochtends om tien uur op Hemelvaartsdag ineens je kopjes staan te trillen, word je natuurlijk gek.”

De schade voor het gehoor valt volgens hen mee, omdat het hele lage tonen zijn. Renate: “Ik heb nooit zo'n fluittoon in mijn oren, zoals weleens na de disco.” Sonja: “Marco rijdt juist een rondje als hij hoofdpijn heeft. Hij zegt dat dat dreunen helpt.” Renate: “Voor de auto, achter de portieren merk je het minst.”

Met een voet op de treeplank schroeft Jan het volume op. De Panda deint en gromt. “Zodra je lawaai maakt, wordt het druk”, zegt Renate tevreden als de kijkers toestromen. “Die aandacht, als iedereen bij jou komt kijken, dat is ook de kick.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden