Wedijver in doorbreken van zogeheten taboes De verantwoordelijkheid van de journalist bij nieuws over allochtonen

De auteur is hoofd voorlichting en informatie van het Nederlands Centrum Buitenlanders

Volgens hem tref je deze opvatting aan bij enkele allochtone opinieleiders “die iedere aandacht voor de kwalijke kanten van migranten zien als een belemmering voor de emancipatie van deze groep en als het aanwakkeren van racistische gevoelens onder autochtone Nederlanders”. Om zijn argumenten kracht bij te zetten richt hij zijn kritiek onder meer op het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB).

Grimbergen poogt blijkbaar met zijn stuk een discussie op gang te brengen over de wijze waarop media dienen te berichten over minderheden. Dat is een goede zaak. Het is alleen jammer dat de voorbeelden die Grimbergen gebruikt voor zijn argumenten stuk voor stuk feitelijke onjuistheden bevatten.

Het NCB zou volgens hem kritiek hebben geleverd op een aflevering van het Ikon-programma Vesuvius, waarin het “stuitende wangedrag van Marokkaanse jongeren, niet zelden culminerend in pure misdaad, kritisch onder de loep (werd) genomen”. Ook zou NCB-directeur Ilhan Akel, volgens Grimbergen, “een bepaalde allergie hebben ontwikkeld voor directe berichtgeving waarin ook de pijnlijke feiten (over migranten) aan bod komen”. Evenmin zou hij geporteerd zijn voor een open debat en het credo van Akel zou zijn “doodzwijgen en met de mantel der liefde bedekken”.

Waarop Grimbergen dergelijke kwalificaties baseert, blijft een raadsel. Hij poogt, kortom, in zijn stuk op grond van feitelijke onjuistheden het NCB bepaalde kwalificaties toe te dichten die hij, op grond van feiten, niet waar kan maken.

Het NCB pleit voor een evenwichtige en een genuanceerde berichtgeving over minderheden. De media spelen een belangrijke rol bij de beeldvorming over minderheden. Een deel van de Nederlandse bevolking wordt vooral via de media met hen geconfronteerd. Dat brengt voor de media een zekere verantwoordelijkheid met zich mee. Het is daarom belangrijk dat journalisten zich van deze verantwoordelijkheid bewust zijn en er zorg voor dragen dat het publiek correcte en genuanceerde informatie krijgt. Te vaak zien we dat journalisten elkaar proberen te overtreffen in het 'doorbreken' van al dan niet bestaande 'taboes'. Niet altijd leidt dat tot een evenwichtige berichtgeving. In de praktijk zijn er dan ook legio voorbeelen te noemen waaruit dat blijkt.

Wie herinnert zich niet de Rushdie-affaire? In menige publikatie werd, naar aanleiding van een demonstratie van een handjevol fanatici die het door Khomeini uitgesproken doodvonnis toejuichten, een beeld gecreëerd van de in Nederland wonende islamieten alsof zij die fatwa zouden steunen. In Achter het Nieuws van de Vara werd een van deze fanatici uitgenodigd om zijn loyaliteit aan Khomeini kracht bij te zetten. Volgens de Vara was deze man een vooraanstaand lid van de islamitische gemeenschap in Nederland. Islamieten met een gematigde visie werden helaas niet interessant gevonden.

Nog een voorbeeld. Wie herinnert zich niet de anonieme Mohammed Rasoel, die in de media volop de kans kreeg islamieten te beledigen en allerlei vooroordelen over deze groep ongehinderd te ventileren? En dat alles naar aanleiding van een dubieus pamflet onder de titel De ondergang van Nederland. Toen het kwaad was geschied, bleek het te gaan om een circusclown, die kennelijk voor een breder publiek een grapje wilde uithalen.

Ook tijdens de Golfoorlog pakten de media uit. Ze toonden zich bezorgd over mogelijke steun vanuit de in Nederland wonende Arabische gemeenschap voor de Irakese dictator Saddam Hoessein. Die steun zou wellicht kunnen bestaan, zo was de vrees, uit het plegen van aanslagen.

Bij reportages over migranten worden niet zelden problemen die Nederlanders met migranten hebben, als uitgangpunt genomen. Leden van minderheden vormen dan het object van de reportage, terwijl de lezer, kijker of luisteraar zich identificeert met klagers over minderheden. Onlangs werd in de media uitvoerig bericht over tientallen Marokkaanse jongeren die in de Haagse Schilderswijk bewoners zouden hebben geïntimideerd en bedreigd, Nederlandse bewoners wel te verstaan. Er waren maar weinig journalisten die de moeite namen om ook allochtone bewoners naar hun mening te vragen. Wie dat wel had gedaan, zou hebben geconstateerd, dat ook allochtone bewoners last hebben van deze groep jongeren, die overigens niet alleen bestond uit Marokkanen, maar ook uit Nederlanders.

Het beeld dat allochtonen (jongeren) geweld gebruiken, wordt bijna dagelijks via de media bevestigd. Maar dat ze er ook vaak dupe van zijn, is nauwelijks bekend, zo bleek onlangs uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.

Het NCB pleit niet voor het onderbelichten van negatieve maatschappelijke en culturele verschijnselen. Wat vaak echter ontbreekt, is het aanbrengen van de noodzakelijke relativeringen. Een veel voorkomend euvel is, dat verschijnselen en gebeurtenissen, die zich afspelen in de migrantengemeenschap en betrekking hebben op hun functioneren in de Nederlandse samenleving, worden losgerukt van hun culturele context en maatschappelijke positie. Daardoor worden deze gebeurtenissen tegen de achtergrond van vergelijkbare Nederlandse gebeurtenissen, die immers ook in een culturele context zijn ingebed, als afwijkend gedrag te boek gesteld.

Het NCB kan en wil niet treden in de verantwoordelijkheden van de journalist, maar voelt zich genoodzaakt daar waar de feiten niet juist worden vermeld en evenwichtige berichtgeving ontbreekt, te reageren. Dergelijke kritiek is misschien niet prettig, maar zou op prijs gesteld moeten worden door journalisten die zich van hun verantwoordelijkheid bewust zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden