Wederopbouw vertraagd door ruzie

De wederopbouw gaat tergend langzaam in Libanon. Door wantrouwen en politieke ruzies komt er weinig terecht van de herbouw van woningen.

De uitvalsweg naar het zuiden worstelt zich door enorme bergen puin. De resten van twee maanden oorlog liggen aan beide kanten van de weg huizenhoog opgestapeld. Meer dan een miljoen kubieke meter bouwafval is hier sinds het einde van de oorlog gestort, en dagelijks komen er 400 vrachtladingen bij. Rond januari moet ’Dahiya’ – zoals de zuidelijke buitenwijk van Beiroet heet – klaar zijn voor de wederopbouw.

Ook langs de grens met Israël is men druk bezig met puinruimen. Vrachtwagens met brokstukken gooien de rommel hier gemakshalve gewoon, en illegaal, de berg af.

Tussendoor rijden oudijzerhandelaren met enorme lading verwrongen vlechtwerk uit vernielde huizen. Ahmad (53), oudijzerhandelaar, doet goede zaken sinds de oorlog. Hij gaat de puinhopen af voor het ijzeren vlechtwerk dat hij voor 250 pond (13 eurocent) per kilo in de stad verkoopt. Hij haalt per dag tussen de 300 tot 500 kilo op.

Zo nu en dan rijdt er ook een bestelautootje met cementzakken. Huizen met lichte schade zijn bijna allemaal gerepareerd, met geld van Hezbollah of buitenlandse donoren. Katar heeft zelfs vier volledige dorpjes ’geadopteerd’, waaronder Bint Jbeil, dat voor driekwart met de grond gelijk was gemaakt. De Raad van het Zuiden, een regeringsorgaan, schat de schade in, en de regering van Katar schrijft de cheque uit. „We schatten dat we hier nog zo’n drie jaar werk hebben”, denkt Rashid Mackeh, hoofd van het ingenieursbureau dat als bemiddelaar werkt tussen de Raad van het Zuiden en de regering van Katar. Want naast de ’geadopteerde’ dorpen, repareren ze ook de infrastructuur en openbare gebouwen, en alle moskeeën en kerken in het zuiden.

Maar of de huiseigenaren het geld ook inderdaad gebruiken om hun huizen te herbouwen, weet Mackeh niet. „Wij verschaffen de middelen. Wat men ermee doet, is hun keuze.” Het lijkt erop dat in Bint Jbeil, net als in veel andere dorpjes, de meeste eigenaren nog niet herbouwen. Men wacht af.

„Ik weet niet of het zo’n goed idee is om het nu te doen”, zegt een inwoner van Bint Jbeil. De 13.000 dollar die hij van Katar kreeg, blijft voorlopig op de bank. Hij woont nu in een flatje in Beiroet. „Ik moet eerst nog zien wat Israël gaat doen. Deze oorlog is nog niet voorbij.”

De bewoners hebben weinig vertrouwen in de huidige situatie. Israël lijkt zich weinig aan te trekken van de VN-vredesmacht. De Israëlische luchtmacht maakt bijna dagelijks illegale vluchten over Libanees grondgebied. De Spanjaarden hebben al geklaagd. Tussen de Duitsers en de Israëlische luchtmacht is het meerdere keren tot een ’incident gekomen’, waarbij Israël over Duitse schepen of helikopters heen schoot. Een Frans fregat onderging hetzelfde lot. Israël heeft haar excuses aangeboden, maar de bewoners van het zuiden zijn er niet gerust op.

Maar ook de hoogopgelopen ruzie tussen Hezbollah en de regering houdt de wederopbouw tegen. Want de oorlog heeft de Libanese bevolking scherp verdeeld. De ene helft vindt dat Hezbollah een overwinning heeft behaald op de Israëliërs, de andere meent dat Hezbollah het land juist naar de rand van een economische afgrond heeft gestuurd.

Aan de infrastructuur wordt hard getimmerd, maar de 10.649 gedupeerde huiseigenaren in het zuiden hebben nog niks gezien het geld dat hen is beloofd. De 900 miljoen dollar die de Libanese regering voor de wederopbouw heeft, is amper gebruikt. Overigens wachten christelijke vluchtelingen die in 1984 de bergen moesten ontvluchten, nog steeds op hun geld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden