'Wedekind zou heel tevreden met ons zijn'

Het gotisch schrift vertroebelde de blik van regisseur Luk Perceval. Hij kon 'Franziska' (1912) van de Duitse dramaschrijver Frank Wedekind letterlijk niet lezen. Hertaler Marcel Otten daarentegen draaide zijn hand amper om voor die duistere typografie, maar de moeilijkheden begonnen toen pas. Om de censuur zand in de ogen te strooien, dateerde en antedateerde Wedekind zijn toneelstuk; er bleken verschillende, steeds wolliger en uitgebreider versies in omloop. Otten bleef Wedekind trouw, maar modelleerde zijn 'Franciska' samen met de regisseur en dramaturg vrijelijk naar het België van 1998. Het Vlaamse gezelschap Het Toneelhuis speelt 'Franciska' nu voor het eerst op Nederlandstalig grondgebied.

AREND EVENHUIS

Al in de rolverdeling laat zich de Belgische duiding horen. Naast Franciska Everdear zelf, treden in de 'Franciska' van Marcel Otten onder meer aan: Rudy Lolbroek, Pater Ouwelzak, Dr. Tuinspitter, Gertrud van Gleufheuvel, Schrootmangel, Pijpezeug, Lydia Lipje, Hugo Uyttebroek en Louis de Poot. Ook in Wedekinds versie(s) verschijnt een chef van de zedenpolitie, ook al is die volslagen onwetend van een NAVO-helikopterschandaal, Benelux-belastingvlucht of een Dutroux-affaire:

“Maar patron, hoe kan ik dit goedmaken.... Ik heb voor u nog een fraaie bank uit Luxemburg.... Komt u toch bij ons eten.... Augusta.... mijn vrouw... maakt heerlijke doofpot.... sacrément... stoofpot... Ik heb een fraaie collectie porno... nondedju.... Hoe heten die dingen.... postzegels....”.

“Wie met deze 'Franciska' denkt 'Franziska' te kunnen beoordelen komt bedrogen uit", waarschuwt Otten in z'n voorwoord. “Wie deze 'Franciska' leest en ziet, zal zich echter kunnen laven aan Wedekinds geest die boven deze bewerking en opvoering blijft zweven.”

Benjamin Franklin (Frank) Wedekind (1864 - 1918) was er op uit de burgerlijke moraal duchtig door elkaar te rammelen. Hij begon als reclamechef van de firma Maggi, reisde met zijn circus Herzog door Europa, schreef voor cabaret en theater, en trad als regisseur en acteur met een eigen troupe op. 'Frühlings Erwachen' en 'Lulu' werden zijn bekendste stukken. Pas met de Lulu-enscenering van Peter Zadek in het Deutsches Schauspielhaus (1988), kwam Wedekind in binnen- en buitenland weer in regelmaat op de planken.

Marcel Otten had geen moeite met de vertaling zelf, maar wel met de talloze, nu onbegrijpelijke, verwijzingen naar het begin van de eeuw. “Wedekind was een man van de wereld; hij werd door zijn vader half-Amerikaans opgevoed en woonde in een kasteel. Hij stopte hele fragmenten in het Frans en Wedekind-Engels in z'n stukken. Frans kon in het Europa van 1912 wel, maar dat half-duits-half-engels? Hij was een flamboyant en eigenzinnig man. Hij dacht waarschijnlijk: als ik het begrijp, begrijpen de toeschouwers het ook wel. Er was altijd heibel om hemzelf en om z'n toneelstukken; dat wilde hij ook. Hij kon heel vrolijk over het overspel van zijn vrouw met een acteur uit hun troupe doen. Dat zit nota bene als toneelstuk-in-het-stuk in 'Franciska'. Hij stak de draak met zichzelf, en bij voorbaat met de censuur. Als 'regie-aanwijzing' schrijft hij over de zelfopofferingen in het huwelijk: 'Om dit op een drastische manier te tekenen, heb ik een dermate ongelukkig huwelijk beschreven, zoals in werkelijkheid nooit kan voorkomen. Ik vraag u daarom de stof niet al te ernstig te nemen, maar des te meer te letten op de logische verbanden die voor mij belangrijk zijn voor het wezen en de analyse van dit tafereel'.”

Als vertaler, en vooral als theaterwetenschapper, begreep Otten al gauw dat Wedekinds Duitsland van begin 1900 naar het België van nu getransporteerd moest worden. “Eigenlijk zijn alleen de eerste scène's in tact gebleven”, zegt hij in opperste terloopsheid. Met meteen daarop: “Ik ga niet m'n eigen ideeën doordrijven; ik ben de schrijver trouw gebleven. Ik denk dat Wedekind heel tevreden over deze 'Franciska' zou zijn.”

Een vertaler mag veel van Otten, zolang die maar in de geest van de schrijver handelt. Je mag een vertaler niet horen bewerken. Dat neemt niet weg dat hij zelf een 'kitschscène van hier tot Tokio' in 'Franciska' wist te moffelen. In een vlaag van balorigheid laat Otten een draak die twee halfnaakte meiden wil opeten, met een reusachtig rondzwabberende erectie opdraven. Hij vermoedde dat de regisseur die lul van anderhalve meter alsnog zou schrappen, maar Perceval vond hem juist trefzeker en kenmerkend Wedekind.

“Veel mensen denken dat ik dan dijenkletsend van plezier achter de computer zit, maar dat is een romantische voorstelling van zaken. Het is gewoon hard werken om dat maniëristische fin-de-siècle-Duits, die ellenlange, versluierende volzinnen naar een heldere toonzetting van nu te krijgen. In Duitsland wordt een toneelstuk amper bewerkt, hooguit durven ze tien zinnen aan te passen. Duitsers zijn mateloos eerbiedig voor een auteur, terwijl wij in Nederland mateloos oneerbiedig voor een auteur zijn. Een dramaturg is in Nederland een marginaal begrip, maar in Duitsland is het de spil in het theater. Boven de 'Macbeth' die ik onlangs voor toneelgezelschap De Appel vertaalde, staat: 'Otten-Macbeth', het is een volkomen nieuw stuk. Maar wel in Shakespeariaanse toonzetting. Bij de Trust-Hamlet hoorde ik meteen waar ze zelf aan het bewerken sloegen. Dat moet je kunnen, en dat kunnen ze niet. Koos Terpstra's Troje Trilogie was banjeren in de Hollandse klei. Als ik een Steven Berkoff bewerk, hoor je geen verschil tussen Berkoff-scènes en Otten-scènes.”

Otten weet waar hij het over heeft. Hij kent _ om het bescheiden uit te drukken _ z'n talen. Na een onafgemaakte studie economie was zijn dorst naar kennis nog allerminst gelest. Hij studeerde Engels, filosofie, Oudfrans, Nederlands, Oudijslands en ten slotte de richting die hij altijd al had willen inslaan: theaterwetenschap. Hij verwonderde zich over 'de zeeën van tijd' die kennelijk op de universiteit heersten. Tussendoor volgde hij ook colleges psychologie, en verraste docenten met rap gelegde dwarsverbindingen: ongevraagd analyseerde hij Plato met Chomsky's trans-formationeel generatieve-grammatica-theorie. Hij noemt het 'jammer' dat hij geen klassieke opleiding volgde, want met Grieks en Latijn had hij steeds sneller verbanden kunnen leggen.

Onontkoombaar stuitte hij tijdens zijn studie IJslands op de saga's (het IJslandse woord 'saga' groeide mondiaal tot begrip) en de 'Edda' - de viking-pendant van Homerus' Ilias & Odyssee. Hij probeerde de enige Nederlandse vertaling te lezen, en besefte: laat ik maar naar de bron gaan, en de Edda zelf vertalen. Aldus geschiedde; onlangs verscheen Ottens 'Edda' in tweede Nederlandstalige druk. Temidden van IJslandlinguïsten uit de hele wereld verbleef hij een half jaar in Reijkjavik, waar hij met z'n 'middeleeuwse' uitspraak niets aan kon vangen.

“Het Oudijslands is de enige, nog levende middeleeuwse taal. De hedendaagse IJslander spreekt alsof wij nu in de taal van 'Van de vos Reinaerde' zouden spreken. IJslanders zijn puristisch: courante buitenlandse woorden weren ze. Een taalcommissie roept de bevolking op om bijvoorbeeld een IJslands synoniem voor 'computer' te vinden. Dat werd t"llva, wat letterlijk betekent: met getallen wichelen. 'Telefoon' is: sími, draadje/verbinding. Met 'video' is het vreemd genoeg niet gelukt. Er ciculeerde ljósmyndmynd (lichtplaatjeplaatje), maar het bleef toch 'video'.

Nee, Duits heb ik nooit gestudeerd. Maar ik kom uit Nijmegen, waar je het met de paplepel kreeg ingegoten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden