Weberns klankportret

Een opname door het Nederlands Balletorkest is opmerkelijk, aangezien dit ensemble als enige taak heeft het Nationale Ballet en het Nederlands Danstheater te begeleiden, geen naam heeft als publieksorkest en een zeer verbrokkeld repertoire voert. Dat is gebonden aan de keuze der choreografen.

Daar ligt merkwaardig genoeg de kracht van het Balletorkest, want daardoor speelt het veel composities uit de twintigste eeuw; het NBO is goed thuis in Stravinsky, maar ook in Anton Webern, bondgenoot met Arnold Schonberg en Alban Berg .

Het orkest tooit zich dan ook met een toepasselijke ondertitel: 'Orkest van de 20-ste eeuw'. Status genoeg om een cd uit te brengen, en wel met alle stukken voor orkest van Webern. Dat zijn er zeven, nog heel wat in een oeuvre dat de dertig nummers net overschrijdt.

Webern was geen veelschrijver, al schreef hij vele noten in zijn oudste, nog niet van een opusnummer voorziene Idylle voor groot orkest 'Im Sommerwind'. Een natuurschildering vol laatromantische hartstocht uit 1904. Het aardige van deze chronologisch geordende cd (laatste werk 1941) is dat je al luisterend meegroeit naar een stijl die steeds kaler, beknopter, intenser wordt: steeds minder noten in steeds kortere stukken. Een cd als een biografie over een man die zocht naar de essentie der dingen.

Bijna genant door de weelderige instrumentatie en de volle kleuring is dan de ontmoeting (als voorlaatste cd-nummer) met de geinstrumenteerde zesstemmige fuga nr 2 uit het 'Musikalisches Opfer' van Bach. Ontheemd geraakt, lijkt Webern hier zijn troost te vinden, bij Bach, een vaste burcht.

Het Balletorkest speelt dit Webern-portret onder leiding van zijn chefdirigent Roelof van Driesten met sterk gevoel voor de laat-romantische expressie, welke doorgloeit in die steeds beknopter wordende latere werken. Een cd voor liefhebbers en voor balletgangers die eindelijk eens rustig te luisteren.

Koch Schwann 31069.

Stavinsky boeket

Anders dan Webern schreef Stravinsky veel, en juist wel voor ballet. Uitstekend idee om drie schitterende strijkersstukken die aan de dans vleugels gaven, te laten spelen door Nieuw Sinfonietta Amsterdam, het jonge enthousiaste strijkorkest dat Lev Markiz in weinig jaren uit de grond stampte.

Het eerste is het verhaal van de geboorte van Apollo en zijn omgang met drie muzen, 'Apollon musagete'. Een sensueel werk voor strijkorkest uit 1927 in een (neo)klassieke stijl vol felle ritmen en vloeiende melodische lijnen. Wat betreft constructie razend knap gemaakte muziek. Geen wonder dat George Balanchine zo'n intens verbond met Stravinsky aanging na dit werk.

Ook onze Hans van Manen vond zijn inspiratie in het geordende en toch zo vrije werk van Stravinsky. Het Concerto in Es bijgenaamd Dumbarton Oaks (uit 1938) is er een sprekend voorbeeld van. Stravinsky maakte het naar voorbeeld van Bachs Brandenburgse concerten. Dit zou nummer 7 kunnen zijn, voor 15 instrumenten (strijkers en blazers). Het Concerto voor strijkers in D (uit 1946) besluit dit magnifieke Stravinsky boeket.

Lev Markiz ontwikkelt bij zijn musici een krachtige, volle strijkerstoon met een ronde expressie die deze zeer melodische werken goed past. Hij heeft echter ook veel zorg besteed aan een heldere tekening van de kruidige ritmiek. Daarin was Stravinsky een grootmeester. De hoes wordt gesierd door een fraaie, op Stravinsky toepasselijke foto van Marco Borggreve.

Globe GLO 5071.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden