We zullen die lastige Jan Pronk straks missen

Jan Pronk heeft aangekondigd dat hij vertrekt als minister voor ontwikkelingssamenwerking. Hij wil niet verder als zijn begroting niet groeit. Reeds eerder vergeleek hij zijn klus met die van een burgemeester in oorlogstijd, daar heeft hij kennelijk genoeg van. Of heeft hij, politicus als hij is, zijn kansen gewogen en de eer aan zichzelf gehouden?

HENK ZOMER

Bij het komend vertrek van deze markante minister past een kritische lofrede. Poltici en ambtenaren zullen die niet gauw afsteken, dus doe ik het maar.

Iemand die niets doet maakt ook fouten. Gelukkig kan dat niet gezegd worden van Jan Pronk: hij werkte goed en hard, met hart voor het werk en niet bang voor risico's wanneer hij in moeilijke situaties nieuwe wegen zocht. Zijn fouten zijn daarom te vergeven.

Sinds 1978 ben ik werkzaam in particuliere ontwikkelingsorganisaties, en ik heb in die tijd met diverse ministers voor ontwikkelingssamenwerking kennisgemaakt: Jan de Koning, Eegje Schoo, Piet Bukman en Jan Pronk. Ik zal de verleiding om ze te vergelijken weerstaan. Slechts één opmerking: van hen allen was Jan Pronk degene die het meest van zich liet horen, degene die ontwikkelingssamenwerking het meest onder de aandacht van de media en dus van het kiezersvolk wist te brengen.

Lag dat alleen aan het grote aantal jaren dat hij op deze post zat? Nee, het was ook zijn stijl en zijn beleid. Hij was altijd zeer sterk bij zijn werk betrokken en interpreteerde zijn taak als zeer breed: alles heeft met ontwikkelingswerk te maken.

Door hem weten we dat de wereld groter is dan de Europese Unie en de Navo. Hij wist duidelijk te maken dat Nederland ook in machtige organisaties als Wereldbank en IMF een rol te spelen had. Onvermoeibaar was hij in zijn pleidooien voor mensenrechten, voor milieu en voor armoedebestrijding. Ook onvermoeibaar was hij in het zoeken naar oplossingen voor conflictsituaties, met name in Afrika. Onvoorstelbaar is zijn dossierkennis; overal is hij geweest, vaak als eerste als er weer ergens iets ernstig mis was.

Stellig zullen er ambtenaren zijn die blij zijn met zijn vertrek, want hij eist veel van zijn medewerkers en delegeren is niet zijn sterkste kant. Maar er zullen er ook zijn die aan het gijzelaarssyndroom lijden: de gegijzelde krijgt een merkwaardige verstandhouding met de gijzelnemer.

Doe-het-zelver

Een minister voor ontwikkelingssamenwerking kent drie hoofdkanalen voor zijn werk: multilateraal, bilateraal en particulier. Pronk deed het liefst alles zelf, onder eigen controle. Dat bepaalt zijn voorkeur voor het bilaterale werk. Ook zijn étatistische visie doet zich hier gelden.

Toch speelde hij ook een belangrijke rol in multilateraal werk, via de VN-organen en de EU. Was dat omdat hij zelf een tijdje in een van de VN-organen werkte en er in de toekomst wellicht weer wil werken?

Ook kan hij met lof spreken over het werk van particuliere organisaties, onder andere de medefinancieringsorganisaties. Nederland kent een medefinancieringssysteem met vergaande delegatie van bevoegdheden aan de betreffende particuliere organisaties (Bilance, Hivos, Icco en Novib). Hetzelfde geldt voor meer gespecialiseerde medefinancieringsprogramma's (vakbonden, PSO en het voedselzekerheids-programma van Mensen in Nood, Novib en SOH).

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die delegatie van bevoegdheden niet onder Pronk tot stand is gekomen. Via intensieve evaluaties volgt hij het werk van de particuliere organisaties kritisch. Bij aanvullende activiteiten, op projectbasis, is het de minister die de voorwaarden bepaalt, vanzelfsprekend, maar soms wel bedillerig. Zo ondersteunde de minister de nationale actie voor Soedan, door verdubbeling van de opbrengst per 5 mei aan te kondigen; bij de concretisering volgden echter aanvullende voorwaarden, zoals de opdracht 'zijn' geld te besteden in Bahr el Ghazal.

We zullen Pronk missen, ook al is hij een lastige minister, want hij weet alles en heeft altijd gelijk. Hij wil alle touwtjes zelf in handen houden en dat leidt vaak tot vertraging, ook voor noodhulpaanvragen die uiterst urgent zijn. Maar we zullen hem missen en wij niet alleen. President Moi van Kenia zal hem missen, als kiespijn, want Pronk stak zijn kritiek op Moi's beleid niet onder stoelen of banken. Zo zijn er meer ondemocratische heersers die hem met plezier zullen zien gaan. Geldt dat ook voor Kagame in Rwanda en Kabila in Congo, ex-Zaire?

Zijn collega's in de EU zullen hem missen, want hij was de oude rot in het vak en gaf inspiratie; onderling konden ze afreageren op hun collega's van financiën en economische zaken. De Nederlandse collega's in het kabinet zullen hem missen, hij wist altijd wel een verband te vinden tussen hun beleidsterrein en dat van hem, en gelijk had hij. Het parlement zal hem missen, al was het maar om de informatieve hoorcollege's die hij graag in de Kamer gaf.

Veel ontwikkelingsorganisaties en mensenrechtenactivisten, overal ter wereld, zullen hem missen in de strijd voor recht en vrede. Pronk bepaalde sterk het Nederlandse imago in veel ontwikkelingslanden, hij was bijna net zo bekend als Heineken, Gullit en Cruijff! En het Nederlandse 'ontwikkelingswereldje' zal zijn vernieuwingsdrang missen, zijn betrokkenheid en bevlogenheid, zijn onophoudelijk zoeken naar nieuwe wegen in de strijd tegen de armoede en de schending van mensenrechten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden