'We zitten er als gemeente bovenop'

In de Haagse Delftselaan waren jeugdbendes de baas over de wijk. Volgens burgemeester Van Aartsen begint de aanpak van de gemeente vruchten af te werpen.

INTERVIEW | PERDIEP RAMESAR

De aanleiding voor de nieuwe aanpak van de 'Bende van de Delftselaan' was een bewonersavond op een school in de buurt ruim twee jaar geleden, vertelt de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen (VVD). "Het was een volle bak, de zaal was overvol, er konden haast geen mensen meer bij. Ik was eerder al naar aanleiding van signalen uit de buurt in de wijk geweest, maar tijdens die avond vertelden ze over de overlast, het vandalisme, de intimidaties en de doodsangsten die de bewoners uitstaan. Zat waren ze het, en terecht. Ik heb daar gezegd: we snappen uw probleem en we gaan er actief achteraan. Alle partijen die we erbij nodig hadden, hebben we erbij betrokken. Binnen de gemeente, politie, Openbaar Ministerie (OM), reclassering tot aan jeugdzorg en de woningcorporaties. Dit probleem moest van verschillende kanten worden aangepakt, anders zou het nooit een succes worden, want de situatie was toen echt vreselijk."

De buurt rond de Delftselaan in de Haagse Schilderswijk heeft al jaren last van jeugdbendes. De groepen terroriseren de wijk. Ze intimideren, bedreigen, mishandelen en bestelen mensen. Ze heersen over de wijk, wordt weleens gezegd, als roofdieren, als hyena's. Sinds het eerste kwartaal van dit jaar draait daar het project 'Mammoet', gericht op de duurzame verbetering van de wijk door de overlast en criminaliteit van twee jeugdgroepen terug te dringen, de 'Rozenburgstraatgroep' respectievelijk de 'Bende van de Delftselaan'. Trouw liep een maand lang mee met de politie Haaglanden die zich richt op de twee groepen. Daaruit ontstond de reportagereeks 'Bende van de Delftselaan' in deze krant. "Ik moet helaas zeggen dat de werkelijkheid die in de serie van Trouw werd beschreven inderdaad de harde realiteit is. Maar de mensen weten gelukkig ook dat we er wat aan doen. We laten ze niet in de steek."

De burgemeester zorgde er ook binnen het college voor dat de wielen gingen draaien. Wethouder Marnix Norder (PvdA) ging bijvoorbeeld aan het werk via zijn 'krachtwijkenaanpak' en er kwam een plan van aanpak. De 's Gravenzandelaan en de Delftselaan zelf werden 'gereconstrueerd'. Zo werden daar de plantsoenen aangepakt. "Door de verbeteringen in de openbare ruimte, stijgt het woongenot, waardoor de leefbaarheid vergroot", legt Van Aartsen uit. "Bovendien geef je zo criminelen het signaal af dat er op de buurt wordt gelet en dat het geen vergeten zootje is."

Dat laatste wordt vooral ook geïllustreerd door de aanpak van de achtertuinen door de woningcorporatie. "Het was daar echt een puinhoop, mensen gooiden vuilnis naar beneden. Verschrikkelijk. Die situatie is enorm verbeterd. Iemand die het slecht voor heeft met de buurt zal zich niet zo gauw vestigen in een schone buurt, want daar straalt de betrokkenheid van bewoners en gemeente af. Met de verbeteringen van die achtertuinen en de openbare ruimte wisten de bewoners dat er iets gebeurde. Ook al waren er toen nog helemaal geen aanhoudingen verricht."

Intussen is de harde kern van de criminele bende opgepakt en komt die binnenkort voor de rechter. Wat nu? "We zullen er bovenop blijven zitten. We moeten alle middelen die we in handen hebben gebruiken, zoals de Voetbalwet en het overleg in het Veiligheidshuis. Er zijn genoeg middelen. Alles natuurlijk wel binnen de grenzen van de rechtsstaat", zegt burgemeester Van Aartsen. "We kunnen niet zomaar mensen vastzetten."

In Den Haag gaat het verhaal rond dat het project 'Mammoet' in februari stopt, maar dat ontkent de burgemeester: "Het is niet waar. Het project gaat gewoon door. Daarover zijn we het binnen de driehoek - het overleg tussen politie, OM en de gemeente onder voorzitterschap van de burgemeester - helemaal eens."

De samenwerking tussen de vele verschillende organisaties is niet eenvoudig, zegt de burgemeester. "Het is belangrijk om de expertise van de verschillende partijen aan elkaar te kitten, maar sommige partijen hebben toch nog de neiging om in hokjes te blijven denken en te werken. Dat moet beter. Daarvoor moeten de bestuurders elkaar eerst vinden en het eens zijn over de gezamenlijke aanpak. Dan kun je de mensen op de werkvloer op de juiste manier motiveren en aansturen."

Van Aartsen weet dat sommige jongens die in die jeugdgroepen zitten eigenlijk 'permanente zorg' nodig hebben. Dat krijgen ze niet allemaal. "Voor deze jongens moeten we zoeken naar minder traditionele oplossingen. Een Haags voorbeeld daarvan is stichting Trix. Dat is een andere, wat aparte aanpak. Daar kunnen die jongeren terecht die op de een of andere manier nergens aan de slag komen. Ze restaureren in Scheveningen schepen en bouwen boten. Gewoon aan het werk onder een strak regime met een vast dagritme. Daar leren de jongens werken, discipline en een positief resultaat zien na een dag ploeteren."

Terug naar de schoolbanken met die 'zware jongens', daar gelooft de burgemeester niet in. "In schoolse situaties hebben deze jongens al lang gezeten. Dat heeft toen ook niet gewerkt, waarom zou dat het nu wel doen?"

Er zijn nog een paar maatregelen waar Van Aartsen aan denkt om de problematiek met de jeugd aan te pakken. "Een voorbeeld is de uithuisplaatsing van het gezin van wie de zoon een notoire overlastgever is, via de rechter, door de woningcorporatie. Maar ook het korten op de kinderbijslag van kinderen die hun school ongeoorloofd verzuimen. Dat raakt de mensen in hun portemonnee en in hun leven. Daarmee geef je een duidelijk signaal af."

Verder denkt de burgemeester aan de vroege signalering van problemen bij kinderen. "In Spoorwijk, waar ook problemen zijn waar we aan werken, vertelde een basisschooldirecteur mij dat ze op school al in groep drie en vier nattigheid voelen bij sommige kinderen. Daar hebben ze iemand in dienst die zich alleen focust op die potentiële probleemkinderen. Wat mij betreft komt er op elke school iemand die op die manier signaleert en meldt als het mis dreigt te gaan. Zo'n medewerker kan dan ook contact onderhouden met de wijkagent, jeugd- en gezinszorg en de schoolarts. Daarmee wordt bovendien de rest van het personeel ontlast en kunnen die zich gewoon richten op hun klas, op het onderwijs."

Wat Van Aartsen betreft worden kinderen zo vroeg mogelijk gevolgd. Dat kan volgens hem al via de Centra voor Jeugd en Gezin, waaronder bijvoorbeeld de consultatiebureaus vallen. "We kunnen niet vroeg genoeg beginnen met signaleren, herkennen en aanpakken van problemen. Voor mijn part al vanaf de geboorte als blijkt dat de ouders veel problemen hebben die van invloed kunnen zijn op het kind. Het klinkt als een cliché, maar voorkomen is nog altijd beter dan genezen en de preventie kan niet vroeg genoeg beginnen."

Inmiddels is de Delftselaan is niet meer één poel des verderfs, zegt de burgemeester. "We zijn in tweeënhalf jaar flink opgeschoten. Ik ben zelden tevreden, en kritisch op mezelf, maar geloof wel dat we slagen hebben gemaakt. De bewonersorganisaties zien verbetering. We opereren op een breed front daar in de buurt. Er is nog genoeg werk te doen. Maar er zit progressie in. Als we op tijd beginnen met de herkenning van problemen en we goed blijven samenwerken, kunnen we nog meer problemen voorkomen. Een colonne in beweging die consequent en al bulldozerend door zo'n buurt gaat als die van de Delftselaan, of waar dan ook, is niet te stoppen. Ook al lijkt die poel nog zo verderfelijk."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden