We zijn notoire na-apers

De denker van Rodin wankelt op zijn sokkel, na een halve eeuw van psychologische experimenten. Daar komt hij uit als een na-aper. Fronst zijn gesprekspartner, hij fronst ook. Congruent gedrag schept een band, vroeger van levensbelang te midden van de roofdieren. En nu nog: onze imitatiedrang houdt de sociale karavaan intact.

Willy Vandersteen, schepper van Suske en Wiske, tekende eens een geitenherder die qua uiterlijk geheel naar zijn geiten was gaan staan. Mooiste detail: het identieke, half gekromde sikje bij geit én herder.

Misschien kende Vandersteen de studie van Robert Zajonc die mensen foto’s van vrouwen en mannen liet zien die langer of korter met elkaar leefden. Zoek man bij vrouw, luidde de opdracht. Wat bleek: gezichten van mensen die elkaar al jarenlang dagelijks aankijken, gaan een beetje in elkaar overlopen. Die stellen haal je eruit.

Vrijwel ongemerkt besmetten we elkaar met onze mimiek en allerhande beweginkjes. Ap Dijksterhuis somt een en ander op in ’Het slimme onbewuste’. We imiteren spraak, gebruiken dezelfde woorden en ritmiek en staan in de klas met dezelfde slungelige houding. We trekken elkaars bekken na, lachen en somberen synchroon. Ooit dacht men dat moeders bij het papje voor hun kind hun mond opendeden ter aanmoediging. Maar later bleek dat ze bij het zien van het opengesperde mondje zelf gingen ’nasperren’.

En bij het nabootsen van zulk simpel gedrag blijft het niet. We neigen er zelfs naar om doelgericht gedrag te kopiëren. Dijksterhuis merkte aan zichzelf dat hij ten tijde van de Tour de France vaak wat sneller van en naar de universiteit rijdt. Sociaal psychologen ontdekten dat zulke gedragsbesmetting zich zelfs niet eens stoort aan de soortgrens: op weg naar de supermarkt hebben we bij het zien van een aalscholver die haastig naar iets of iemand onderweg lijkt soms de neiging om zelf wat harder te gaan fietsen.

Neurologen hebben inmiddels aangetoond dat mens en dier cerebraal uitstekend zijn uitgerust om het gedrag van hun soortgenoot razendsnel te lezen en te imiteren. Mogelijk beschikken we zelfs over specifieke hersencellen voor deze klus, de zogenaamde spiegelneuronen. Maar vanwaar die na-aperij, volgens de overlevering ooit zelfs vertoond door een baby van nog geen drie kwartier oud?

De evolutiepsychologen steken hun vinger op: mens en dier moeten de gelederen gesloten houden. Als een haring de school verlaat, is -ie spoedig de klos. Voor mensen te midden van leeuwen en tijgers zal ooit hetzelfde hebben gegolden. Harmonieus, eenvormig en daardoor voorspelbaar gedrag kwam onze overlevingskansen ten goede. In de savannen trokken we eensgezind op, op zoek naar beschutting, voedsel en partner. Samen voor ons eigen misschien.

Dat evolutionaire riedeltje kennen we, maar valt het ook experimenteel te bewijzen? De Australische psycholoog Kipling Williams formuleerde zijn theorie van het ostracisme, naar het gericht in het oude Athene, waarbij de namen van de verstotenen op scherven werden geschreven. Tien jaar moesten ze uit aller ogen verdwijnen. Erger schijnt ons niet te kunnen overkomen dan er helemaal niet meer bij te horen.

Williams illustreerde dat met een simpel balspel in het lab, waarbij een proefpersoon aanvankelijk in het spel meedraait, maar later opzettelijk door zijn medespelers, in werkelijkheid handlangers van de experimentator, over het hoofd wordt gezien. Dat steekt een mens: hij gaat wat aan zijn kleren frunniken, kamt zijn haar en voelt zich intussen ronduit ellendig. Het lijkt er zelfs op dat die malaise dezelfde hersengebieden activeert als bij fysieke pijn.

Twee jaar geleden onderzochten de Amerikaanse psychologen Jessica Lakin en Tanya Chartrand hoe zulke verstotenen het verloren terrein trachten terug te winnen. Sommigen vervallen in lethargie, maar anderen zetten hun beste beentje voor en stellen zich na sociale uitsluiting juist overdreven coöperatief op. En daarbij: ze gaan imiteren, geheel buiten hun bewuste besef om.

Lakin en Chartrand bedienden zich van een computervariant van het balspel, Cyberball, en lieten de proefpersonen daarbij in de kou staan. Gefrustreerd moesten die daarna meedoen aan een tweede opdracht, waarbij ze foto’s moesten beschrijven aan een nieuwe gespreksgenoot. Dat was weer een handlanger van de onderzoekers, en die secondant wiebelde tijdens de fotobespreking wat met zijn voet of streek over zijn wang. En jawel: in een poging om weer sociale aansluiting te krijgen begonnen de proefpersonen zelf ook te wiebelen en te strijken. Niemand merkte zijn eigen imitatiegedrag op.

Was de proefpersoon een vrouw die door andere vrouwen was buitengesloten, dan aapte ze alleen de bewegingen van een vrouwelijke partner na, maar niet van een mannelijke. Bij mannen gold dat andersom: we bootsen blijkbaar vooral gedrag na van bondgenoten die ons hebben laten vallen en bij wie we wat in te halen hebben. En nogmaals, die neiging blijft volkomen buiten het zicht van ons eigen brein. Het is geen bedachte strategie, het dringt zich op. We voelen ons blijkbaar erg wanhopig, buiten in de sociale kou.

Hier betreft het het na-apen van klein gedrag, van fronsen tot wriemelen. Het schept een band en ongemerkt krijgen we warme gevoelens bij dat imiteren over en weer. Bovendien blijkt de onderlinge samenwerking gediend bij wat in het jargon al ’sociale lijm’ is gaan heten. De Nederlandse sociaal psycholoog Rick van Baaren heeft in dat verband een tip voor serveersters. Zijn onderzoek in restaurants liet zien dat zij de bestelling van hun klanten woordelijk moeten echoën: dan krijgen ze vaak meer fooi.

Onze imitatiedrift gaat verder, en wordt zelfs wonderlijk als bij ons ongemerkt associaties worden gewekt met stereotiepe gedragingen van mensen. Van bejaarden en verpleegsters tot de associaties die we bij domme blondjes hebben. In ’Social Psychology and the Unconscious’ (onder redactie van John Bargh) staan krasse voorbeelden.

Zo riepen John Bargh & co in 1999 op subtiele wijze, met verborgen woorden, bij proefpersonen de associatie op met de oudere mens: grijs en traag. Voor even werden de nog jonge proefpersonen ouder van geest en liepen zij daarna langzamer naar de lift dan anders. Studenten bij wie stiekem het beeld van de behulpzame verpleegster naar boven was gemasseerd, schoten na afloop van het experiment wat eerder een docente te hulp die ’per ongeluk’ papieren liet vallen.

Tanya Chartrand maakte in sommige mensen een kat wakker, in andere een hond. Zelfs hun stereotiepe gedragingen hadden invloed: de behonde mens toonde zich daarna wat aardiger en loyaler tegenover de medemens dan de bekatte. En Ap Dijksterhuis liet proefpersonen vijf minuten nadenken over professoren en hun vaardigheden.

Zelfs geleerdheid wordt geïmiteerd, de ’tijdelijke profs’ scoorden daarna beter bij Triviant. Omgekeerd kan het ook: na het inbeelden van de stereotiepe kenmerken van een dom blondje laten mensen hun eigen schranderheid ook maar even thuis.

In feite zijn we briljante kameleons, sociale toverballen die meekleuren met de omgeving. Maar het is geen bedachte handigheid: je krijgt eerder de indruk dat we in weerwil van onze ratio nooit het prehistorische karakter van de slaafse imitator hebben kunnen afleggen. We zwermen maar liever mee, wagen ons niet buiten de sociale karavaan.

Slechts een enkeling, zoals de zeezeiler en globetrotter Henk de Velde, vindt het in het niemandsland om uit te houden. Waarin schuilt het verschil tussen de na-aper en einzelgünger? Moeilijke vraag, maar sociaal psychologen vragen zich af of het samenhangt met de basale manier waarom ons brein allerlei prikkels verwerkt. Sommigen kijken gefragmenteerd naar de wereld om zich heen. Maar andere mensen zien het gehele panorama voor zich in één oogopslag en ontwikkelen daarbij een uiterst fijngevoelige antenne voor de sociale aanknopingspunten die zich in dat totaalbeeld aandienen.

Die manier van kijken kun je al distilleren uit de wijze waarop mensen een complex schilderij waarnemen, in flarden of als geheel. En dan blijkt dat mensen die behept zijn met zo’n helikopterview en sociale voelspriet niet alleen de grootste meelevers zijn, maar dat in hen ook de fanatiekste na-aper schuilt van de mimiek, houding en ander gedrag van hun medemens. Onbewust en dwangmatig imiteren ze dreigende haarscheurtjes in het peloton weer aaneen. Maar aan de eenzame einder van Henk de Velde valt voor hen natuurlijk niets te lijmen.

iEerdere afleveringen van dezeserie zijn terug te lezen opwww.trouw.nl/flaterbrein

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden