'We zijn lijfelijker, minder preuts'

Hij ziet het als een overwinning van de mode: Alexander van Slobbe (44) ontvangt morgen de Prins Bernhard Cultuurprijs voor zijn modeontwerpen en het stimuleren van jong modetalent in Nederland. Van Slobbe, die de labels SO en Orson en Bodil voert, kan zijn geluk niet op.

In zijn Amsterdamse studio, met uitzicht op het IJ, is het deze maandagmorgen rustig. Behalve dat aan de lopende band de telefoon gaat: de modewereld feliciteert Alexander van Slobbe. Hij kan het niet helpen, hij glundert ervan: het gaat gewoon goed met de mode in Nederland. En Van Slobbe kan het weten. Als hoofd van de modeopleiding in Arnhem, ziet hij aardig wat talent voorbijkomen ('goh, ik zie dat je GSUS draagt, die jongen heeft nog bij mij in de klas gezeten').

,,Het mocht ook wel eens, want lange tijd was een rok in Nederland gewoon een rok, en een blouse een blouse. En nog altijd loopt Nederland achter bij landen als Frankrijk en Italië. Van Slobbe: ,,Te lang heerste hier het idee dat mode iets was wat je uit Parijs haalde. Om vervolgens alles te vermaken van maatje 36 tot maat 40, omdat wij nu eenmaal breder en groter zijn. Het gekke is dat zelfs ontwerpers er zo mee omgingen. Pas in de jaren zeventig kregen we hier Frans Molenaar en Frank Govers en merkten we: hé, we kunnen zelf ook wel wat.''

,,Inmiddels maken we fijne ontwerpen. Maar dat is natuurlijk niet genoeg. Ik zeg altijd: we missen het gevolg. We hebben geen cultuur van distributie, van verkoop. Dat is een belemmering voor ontwerpers. In Italië zit bij wijze van spreken op elke hoek een breierij. Iedereen die daar iets ontwerpt, kan het meteen uitvoeren. Hier is dat veel lastiger.''

Dat ervoer Van Slobbe zelf ook. In Japan is hij een grote naam, hier in Nederland wordt zijn merk maar mondjesmaat verkocht. ,,Nou ja, dat is ook een bewuste keuze. Hier deed zich zo snel niet de mogelijkheid voor door te breken. Daar wel. Dat is toch ook prima? Wil je in Nederland wat voorstellen dan moet je geld hebben, dus sponsors zoeken.''

,,Ik werk bijvoorbeeld samen met Puma, heb een aantal Pumasneakers onder mijn label uitgebracht. Maar dat soort verbintenissen zie je nog veel te weinig. Wie daar heel goed in zijn, zijn de Belgen. Vijftien jaar geleden was België helemaal niets. En ineens stonden er zes ontwerpers op die de industrie erbij betrokken. Dat was zo succesvol dat als nu een inkoper uit New York naar Europa komt, hij niet meer alleen naar Frankrijk en Italië gaat, maar ook naar België. Die vertaalslag hebben wij in Nederland -helaas- helemaal gemist.''

Toch sluit Van Slobbe niet uit dat Nederland ooit doorstoot. ,,De jongeren die ik lesgeef, willen stuk voor stuk rijk en beroemd worden. Ze zijn vreselijk ambitieus. Ik kom toch uit een tijd waarin goede intenties, 'de wereld verbeteren' nog belangrijke waarden waren. Het is leuk om te zien dat een nieuwe generatie daar heel anders mee omgaat.''

Wat volgens Van Slobbe niet wil zeggen dat iedereen het gaat maken. ,,Welnee. Slechts één op de honderd studenten wordt een ster. De scholing in Arnhem is vrij intensief. We proberen de studenten zoveel mogelijk kennis en geschiedenis van het vak bij te brengen.''

,,Als iemand naar de kunstacademie komt omdat hij is geïnspireerd door MTV of een tijdschrift, dan is dat mooi, maar er komt meer bij kijken. Studenten moeten zich telkens weer afvragen: waarom is dat kledingstuk gemaakt? Je merkt dat degenen die daarvoor open staan, onherroepelijk vele malen beter zijn dan hun klasgenoten.''

En hoe optimistisch is Van Slobbe eigenlijk over ons -de Nederlander en zijn kledingkeuze? ,,De nieuwe generatie is veel lijfelijker. Dat bevalt me wel. We zijn minder preuts, we dragen onze kleding graag 'close to the body'. Dat heeft ontzettend veel oorzaken. De komst van de sportschool in de jaren tachtig, die het lichaam zo belangrijk maakte, de straatcultuur, het individualisme. Of zo'n heupbroek met string dus een overwinning is? Nou, je kunt erover twisten of het mooi is, maar ik vind het wel goed dat het bedacht is.''

Was hij vroeger ontwerper van uitgesproken minimalistische kleding, nu houdt Van Slobbe zich steeds meer bezig met samenwerken, buiten de deur van zijn studio kijken, zoals met Puma of het lesgeven aan de school in Arnhem. ,,Het is erg leuk dat ik met mijn ontwerpen internationaal succes heb, maar dat betekende op een zeker moment ook: tijd voor iets nieuws. Dat sobere, dat helemaal mijn stijl was, heb ik maar even aan de kant gezet. En het blijkt heerlijk te zijn om te werken met mensen die anders zijn dan ik. Ik doe nu dingen die ik anders nooit had gedaan.''

Een goed voorbeeld vindt hij zelf zijn samenwerking met Claudy Jongstra. ,,Zij houdt haar eigen schapen en maakte van de wol een soort alternatieve bontjassen. Omdat dat een nogal hoog zuurdesembroodgehalte had, heeft zij contact gezocht met mij. Ik heb daar heel modieuze en elegante jassen in aparte kleuren van gemaakt. Je ziet die jassen inmiddels in winkels waar ook Gucci en Prada worden verkocht. Laatst zag ik iemand lopen in zo'n jas met daaronder een Chanelpakje. Een paar jaar geleden was dat ondenkbaar, zó'n alternatieve jas. Dat voelt heel vernieuwend.''

Vernieuwend of niet, het blijft sappelen in de modewereld. ,,Je moet wel heel erg groot zijn en continu heel veel verkopen, wil je rijk worden van dit vak. Ik ben al lang blij dat ik de vrije keuze heb om te doen wat ik wil en dat ik daarvan kan leven. De meeste mensen moeten keihard vechten of komen uiteindelijk toch op minder creatieve plekken terecht. Je moest ze eens de kost geven die er op mijn leeftijd al helemaal geen zin meer in hebben. Terwijl ik fluitend naar mijn studio ga.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden