We zijn in het theater; de gestenigde baby dus ook

EINDHOVEN - 'Gered' noemde Edward Bond in 1935 zijn stuk over een groep mensen die in allerlei opzichten door de samenleving worden genegeerd. Er schuilt geen ironie in deze titel. Als socialist gelooft Bond oprecht dat er nog redding is voor deze personages die maatschappelijk nauwelijks meetellen en hun onvrede daarover voornamelijk in agressie kunnen uiten.

Gezien Bonds opvatting is het op zijn minst opmerkelijk dat de voorstelling die Ivo van Hove geregisseerd heeft bij Het Zuidelijk Toneel, gekenmerkt wordt door ironie en afstandelijkheid. Die afstandelijkheid is al direct aan het toneelbeeld af te zien: een vrijwel lege speelvloer, links en rechts afgebakend door lange tafels met daarop produkten van de consumptiemaatschappij (tv, koelkast, wasmachine), zichtbare theatertechniek (een plafond van lichtspots, geluidstechnici op het toneel), en het geheel omzoomd door een houten omheining met uitsparingen waardoorheen we het kale achtertoneel ontwaren. Niks realisme dus in dit ontwerp van Van Hoves' vast decorontwerper Jan Versweyveld - we zijn in het theater!

Voor het geval dat we dat zouden vergeten en toch zouden meeleven met de personages, laat Van Hove zijn spelers de tekst vaak door elkaar emotieloos, bijna mechanisch in hoog tempo uitschreeuwen. Zo slaat hij twee vliegen in een klap, want daarmee wordt tevens duidelijk dat we hier te maken hebben met een milieu waarin mensen niet naar elkaar luisteren en elkaar niet laten uitpraten. Mochten we in deze vermoeiend eentonige herrie toch nog zoeken naar een identificatiepunt, dan zet de kwistig gedoceerde ironie ons wel weer op gepaste afstand. Zo zijn de seksueel getinte scenes voorzien van komische kantjes, terwijl ook de vele hoog oplaaiende ruzies in het belachelijke zijn getrokken. Op een gegeven moment staan de ruziemakers met zichtbaar nagespeeld verdriet luidkeels de zaal in te jammeren. U begrijpt, dat is lachen.

Naar twee cruciale scenes was ik echt nieuwsgierig: de beruchte stenigingsscene en de zwijgende slotscene, waarin Len (Erik de Visser) een stoel repareert. Om met die laatste te beginnen: Bond beschrijft Lens handelingen tot in detail; Lens zorgzaamheid voor dit levenloze object staat immers voor meer, voor de hoop dat er - ook voor deze mensen - nog iets te redden valt. Wat doet Van Hove? Hij jast die scene er doorheen. Sterker nog, hij leidt onze aandacht af van Len door tezelfdertijd snoeiharde house-muziek te draaien en uit de toneelvloer de wanden van een huis omhoog te laten klappen die de vader (Adrian Brine), de moeder (Frieda Pittoors) en Pam (Camilla Siegertsz) als het ware gevangen zetten binnen vier muren. De uitgespaarde openingen waardoor het publiek eventjes bij dit gezin naar binnen kijken voordat Pam de gordijnen sluit, benadrukken ten overvloede dat wat we gezien hebben een theatrale uitsnede uit het leven was: zo gaat het er dus een toe in sommige huiskamers.

Len is, na wat kortstondig gefrobel aan die stoel, intussen van het toneel verdwenen. Zo te zien koestert Van Hove, in tegenstelling tot Bond, geen enkele hoop dat het met die levens misschien nog wel goed komt. Dat is zijn goed recht. Erger is evenwel wat hier gebeurt met de scene waarin een stel lanterfantende jongens Pams baby mishandelen, met poep insmeren en tot slot stenigen. Gewoon, omdat ze zich vervelen, omdat binnen hun groep het recht van de sterkste geldt waardoor ze alles wat weerloos is minachten, en omdat ze zich veilig wanen - want baby's, en zeker dode baby's, kunnen niet praten. Het is een gruwelijke scene, met het effect van een langzaam aangetrokken wurgknoop. Het mag dan ook een prestatie heten dat Van Hove er in is geslaagd dat deze steniging zo zeer te stileren dat wat er van overblijft uitsluitend cleane, afstandelijke buitenkant is. Hij heeft de scene niet alleen gezuiverd van poep (ben je mal, veel te realistisch) maar ook van elk spoortje huiver of enige andere emotie. O zeker, het is knap zoals de acteurs, met de kinderwagen midden op het toneel gevangen in een lichtspot, op vele meters afstand hun gruwelzinnetjes ratelend op de baby afvuren. Dat mitrailleurtempo, dat toewerken naar die climax waarop de vader van de baby (Bart Slegers) echt een steen in de kinderwagen gooit, daar zal hard aan gewerkt zijn. Vervelend is alleen dat deze aanzwellende en tot slot exploderende geweldsscene zo zichtbaar, zo artistiek en estetisch oogt en klinkt. Een van de verontrustendste scenes uit het hedendaagse repertoire is aldus glad gstreken tot toneelkunst die ver buiten de gevarenzone ligt, waardoor we er onbewogen naar kunnen kijken.

Dat is kennelijk ook precies de bedoeling, want direct na die scene gunt Van Hove zijn spelers en technici een rustpauze op het toneel - he he, even een drankje en een sigaret om bij te komen, het is maar toneel dames en heren in de zaal, en zoals u ziet is dat hard werken.

Daarmee bereikt Van Hove precies wat volgens Edward Bond tot elke prijs voorkomen moest worden, getuige zijn uitspraak in deze krant: "De stenigingsscene is op zo'n manier geschreven dat je haar niet nuchter en zakelijk kunt ondergaan. Gebeurt dat toch, dan is er iets mis met de voorstelling."

Waarvan acte.

Deze maand in Antwerpen 20 en 21; Amsterdam, Schouwburg 22 en; Hasselt 27; Eindhoven 28; Rozendaal 29; Middelburg 30; Arnhem 31. Elders tot en met 17 december.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden