Essay

We zijn in een halve eeuw feminisme niet veel opgeschoten

"Wie de vier vrouwenbladen met de hoogste oplage doorbladert, ziet vooral onderwerpen voorbijkomen die er ook in 1963 zo in hadden kunnen staan. Margriet legt haar lezers uit hoe ze zelf lampekappen kunnen verven met de nieuwe dip dye-techniek."Beeld anp

Vijftig jaar na Betty Friedans 'De mystieke vrouw' maakt Asha ten Broeke de balans op. Heeft een halve eeuw feminisme vrouwen van hun onvrede verlost?

In 1963 publiceerde Betty Friedan haar boek 'De mystieke vrouw'. Ze schreef over de onvrede die vrouwen voelden wanneer ze enkel leefden voor hun man, hun huishouden en hun kinderen. Samen met 'De tweede sekse' van Simone de Beauvoir gaf dit boek de aanzet tot de Tweede Feministische Golf.

"Het probleem is dat ik altijd de moeder van de kinderen ben, of de echtgenote van mijn man, en nooit mezelf." Dat vertelt een van de vrouwen die Betty Friedan interviewde voor 'The feminine mystique'. Het is 1963, en de Eerste Feministische Golf - van 1870 tot 1920 - is niet meer dan een vage herinnering. Meisjes gaan niet naar de hogeschool of universiteit om hun geest te verrijken met kennis of om het fundament voor een carrière te leggen, ze gaan erheen om een man te vinden. Trouwen is het hoofddoel, het liefst zo jong mogelijk, want de angst om een oude vrijster te worden is enorm. De helft van de Amerikaanse vrouwen is gehuwd tegen de tijd dat ze twintig is. Een stationwagon vol kinderen is het ideaal, dus deze jonge bruiden baren de ene baby na de andere. Buitenshuis werken doen ze niet. Ze zijn van beroep huisvrouw.

Tijdschriften en tv schetsen het leven van de voorstedelijke huisvrouw als een idylle. De immer contente vrouw vindt de diepste vervulling in leven voor haar huishouden, haar echtgenoot en haar kinderen. Maar onder de oppervlakte schuurt er iets. "Een honger die voedsel niet kan stillen", noemt Friedan het. Veel vrouwen hebben een niet-erkende maar diepe behoefte aan een eigen identiteit, aan een leven waarin ze zichzelf kunnen ontplooien en los van hun gezin en huishouden iemand kunnen zijn. Een volwaardig individu, net als hun man. "Ik voel gewoon niet dat ik leef. Ik wil meer dan mijn man en mijn kinderen en mijn huis." Het was een behoefte waarover zelden hardop werd gesproken, want deze gevoelens behoorden vrouwen niet te hebben. Friedan: "Wat voor vrouw was ze als ze niet die mysterieuze voldoening voelde na het in de was zetten van de vloer?"

Verhullende cijfers
Ondertussen zijn we vijftig jaar verder. De wereld van nu is een andere dan die van Friedans vrouwen. Een Tweede Feministische Golf heeft plaatsgevonden, waarin vrouwen een herverdeling van huishoudelijk werk eisten, en gelijkwaardige toegang tot hoger onderwijs en arbeidsmarkt. Meiden gaan niet langer naar de universiteit om een eega te vinden. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat hedendaagse vrouwen rond hun dertigste trouwen en hun eerste kind krijgen als ze 29,4 jaar zijn. En dat is allerminst het begin van een stationwagen vol nageslacht: de gemiddelde vrouw baart 1,76 zoons en dochters. Ruim zestig procent van de vrouwen heeft een baan (tegen driekwart van de mannen). Slechts twintig procent van de moeders van kleine kinderen werkt niet of nauwelijks. Huisvrouwen zijn een stuk zeldzamer dan in 1963.

Deze cijfers verhullen wat er sinds 'De mystieke vrouw' hetzelfde is gebleven. Is Friedans droom dat vrouwen hun intellectuele vleugels uit zouden slaan en zichzelf en hun geestelijke vermogens ongehinderd zouden ontwikkelen wel uitgekomen? De helft van de vrouwen teert, in de woorden van minister Jet Bussemaker, op de zak van hun man. Slechts een kwart van de vrouwen werkt voltijds; bij mannen is dat 81 procent. Voor moeders van jonge kinderen ligt dat aandeel nog lager: maar tien procent werkt vijf dagen. Volgens het CBS (2010) besteedt 87 procent van de vaders zijn tijd hoofdzakelijk aan z'n baan; van de moeders steekt 70 procent veruit de meeste tijd in de zorg voor gezin en huishouden. De meeste moeders hebben dan ook zo'n kleine baan dat een serieuze carrièreopbouw er niet in zit. In 1980 werkten ze een kleine zes uur per week buitenshuis, in 2005 bijna zeventien uur.

Subtiele discriminatie
Het is een flinke toename, jazeker, maar ook weer geen reuzenstap. De oorzaak is wellicht dat er net onder de oppervlakte in de afgelopen vijftig jaar niet zoveel veranderd is. Zo schreef Friedan dat het lastig was voor jonge vrouwen om vooruit te komen op de arbeidsmarkt vanwege "subtiele discriminatie van vrouwen, om nog maar niet te spreken over de sekseverschillen in loon".

Daarmee stipte ze twee nog immer actuele punten aan. Dit jaar meldde het CBS dat vrouwen (gecorrigeerd voor ervaring, opleiding, leeftijd en functie), vijftien procent minder verdienen dan mannen. Gedragswetenschappelijk onderzoek toont aan dat subtiele discriminatie nog steeds bestaat.

In een Zweedse studie solliciteerden mannelijke en vrouwelijke wetenschappers op een plaats als postdoc aan een universiteit. Afgaande op hun vakbladpublicaties - een alom geaccepteerde objectieve maat voor competentie in de academische wereld - waren beide seksen even geschikt. Maar de commissie dacht daar anders over: zij beoordeelden de vrouwen consequent als minder goed. De beste vrouw, qua publicaties, werd even kundig geacht als de slechtste man.

 
Trouwen is het hoofddoel, het liefst zo jong mogelijk, want de angst om een oude vrijster te worden is enorm.

Geen gelijkwaardige toegang tot arbeidsmarkt
In het bedrijfsleven is het niet anders. Zo kregen topmanagers nepsollicatiebrieven toegestuurd. Was zo'n brief ondertekend met 'James', dan waren ze positief over de kandidaat. Had ene 'Jenna' exact dezelfde brief ondertekend, dan was het enthousiasme ver te zoeken. Het verschil zit hem volgens de gedragswetenschappers in onbewuste vooroordelen en stereotypen: een vrouw die hetzelfde kan en doet als een man wordt gezien als onvrouwelijk, als een bitch. En een vrouw die niet hetzelfde kan en doet als een man is simpelweg niet geschikt voor de werkvloer, laat staan voor een leidinggevende functie.

Het resultaat van deze discriminatie wordt het duidelijkst zichtbaar in de top van organisaties. Zo is slechts 14,8 procent van de hoogleraren vrouw. En bij de vijfhonderd grootste bedrijven in Nederland bestaan de Raden van Bestuur en de Raden van Commissarissen respectievelijk voor 4,3 en 9,0 procent uit vrouwen. Van de volstrekt gelijkwaardige toegang tot de arbeidsmarkt die de Tweede-Golffeministen zo vurig wenste is vooralsnog dan ook geen sprake.

Penisnijd
Het idee van vrouwelijkheid dat ten grondslag ligt aan de stereotypen, vooroordelen en subtiele discriminatie werd in de tijd van Friedan gevoed door het gedachtengoed van Sigmund Freud. De jaren vijftig waren hoogtijdagen voor de psychoanalyse, en Freuds ideeën hadden gezag binnen en buiten de spreekkamer van de psychiater. Hoe hij over vrouwen dacht blijkt duidelijk uit een brief die hij in 1883 schreef aan John Stuart Mill, naar aanleiding van de Eerste Feministische Golf: "De Natuur heeft beslist dat de lotsbestemming van de vrouw ligt in schoonheid, charme en lieftalligheid. Wet en gewoonte kunnen vrouwen veel geven dat aan haar onthouden is, maar de positie van de vrouw zal zeker blijven wat het is: in haar jeugd een aanbiddelijke lieverd, en in haar volwassen jaren een geliefde echtgenote."

Vrouwen die meer uit het leven wilden halen, leden volgens Freuds volgelingen aan penisnijd: de schok die volgt wanneer een jong meisje voor het eerst ontdekt dat zij een essentieel onderdeel mist. Deze klap is zo groot dat de vrouwelijke geestelijke vermogens nooit helemaal tot ontwikkeling komen. Pas als de vrouw een zoon baart, en zo eindelijk de beschikking krijgt over een penis, kan de wonde ietwat geheeld worden. Maar helemaal goed komt het nooit; volgens Freud blijft een vrouw haar hele leven een homme manqué, een man aan wie iets ontbreekt. Geschikt als huisvrouw en moeder, maar verder... nee.

Nieuwe mystiek
Dit idee van de vrouw als man-met-een-manco resoneert nog in de psychologie en in de samenleving, zij het zachtjes. Het grootste verschil met vroeger is dat de dominante theorie van nu stelt dat vrouwen niet zozeer een penis missen, maar een zekere hoeveelheid testosteron.

In de megabestseller 'Wij zijn ons brein' legt neurobioloog Dick Swaab uit hoe dat zit: "Tussen de zesde en twaalfde zwangerschapsweek ontwikkelen de geslachtsorganen van het kind zich in manlijke of vrouwelijke richting door de aan- of afwezigheid van testosteron. Vervolgens differentiëren de hersenen zich in manlijke of vrouwelijke richting in de tweede helft van de zwangerschap, doordat het jongetje dan een piek van testosteron produceert en het meisje niet." Dat heeft volgens Swaab een duidelijke functie: zo wordt het brein reeds voor de geboorte op de juiste manier geprogrammeerd "om ons op onze latere rol in de maatschappij voor te bereiden, zoals op het moederschap bij het meisje, en op vechten en meer technische taken bij het jongetje".

Swaabs boek is beslist niet de enige bron van deze nieuwe 'mystiek'. De immens populaire boeken 'Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus' of 'Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen' baseren zich op dezelfde grondslag: het ontbreekt vrouwen voor en na hun geboorte aan testosteron, en alzo is de natuur, net als bij Freud, nog steeds de lotsbestemming van de vrouw. Anatomie ist Schicksal.

'Vrouwelijkheid begint thuis'
Hoe weinig er is veranderd blijkt uit het ook al zeer goed verkopende boek 'De vrouwelijke hersenen' van psychiater Louann Brizendine: "Meisjes, typisch niet door testosteron gevoed maar door oestrogeen beheerst, zijn volop bezig met het in stand houden van harmonische relaties. Vanaf hun vroegste ogenblikken leven ze het meest op hun gemak en het gelukkigst in het rijk van vredige persoonlijke contacten." Brizendines boek komt uit 2006, maar het had net zo goed 1963 kunnen zijn.

Hoe komt het toch dat vrouwen zich toen - en nu nog steeds - zo'n beperkt beeld van de vrouw laten verkopen, waarin vrouwelijkheid vrijwel uitsluitend wordt gedefinieerd aan de hand van relaties en moederschap?

Vijftig jaar geleden zocht Friedan het antwoord in de media: het waren de vrouwenbladen die het geluk van de door luiers, strijk en was innerlijk diep vervulde huismoeder met enthousiasme etaleerden. Vrouwelijkheid werd alom vormgegeven en opgehemeld in artikelen als 'Vrouwelijkheid begint thuis', 'Artsen praten over borstvoeding' en 'Koken is voor mij poëzie'.

"Niemand leek zich te herinneren dat men ooit dacht dat vrouwen de capaciteiten en visie hadden van staatslieden, dichters en natuurkundigen", schrijft Friedan. En: "Afgaande op de vrouwenbladen van nu lijkt het erop dat de concrete details van het vrouwenleven interessanter zijn dan hun gedachten, hun ideeën, hun dromen."

Huismoeder als afzetmarkt
Evenmin repten de vrouwenbladen over de grote kwesties van die tijd: geen woord over Fidel Castro's revolutie op Cuba, de enorme sprongen in de bemande ruimtevaart of de emancipatie van zwarte Amerikanen. In plaats daarvan schreven damesbladen in de jaren vijftig en zestig over mode, cosmetica, schoonheid, afslanken, interieur, psychologie, gezondheid, bekende mensen, kinderen en relaties.

Friedan nomineerde de advertentiemarkt als grote aanjager van dit tijdschriftelijke vrouwbeeld. De huismoeder is een enorme potentiële afzetmarkt, maakte ze op uit marketingrapporten en gesprekken met reclamemannen. De toegewijde huisvrouw heeft een brede reeks producten nodig om zichzelf mooi te maken, om het huishouden te runnen, om de kinderen groot te brengen, om haar man te behagen. En, voegde Friedan er nuchter aan toe: "Iemand heeft uitgevogeld dat vrouwen meer spullen willen kopen als ze in de onderbenutte, naamloze-hunkering en energie-te-over toestand van het huisvrouw-zijn verkeren."

Geen spoor van vergrijzing
In 2013 is er in de damesbladen nagenoeg niets veranderd: aan de advertenties noch aan de inhoud. Wie de vier vrouwenbladen met de hoogste oplage doorbladert, ziet vooral onderwerpen voorbijkomen die er ook in 1963 zo in hadden kunnen staan. Margriet legt haar lezers uit hoe ze zelf lampekappen kunnen verven met de nieuwe dip dye-techniek: "Met de modekleur groen is het helemáál mooi een dipje doen!"

LINDA. meldt dat op modegebied felgekleurde broeken helemaal hip zijn: "We knallen de zomer tegemoet in een kleurige spijkerbroek." In Vrouw (een bijlage van de Telegraaf) krijgen vier vrouwen van de kapper een nieuwe zomerblonde coupe: "Ik ben dolblij dat ik weer een blondje ben." En in Libelle concludeert een columniste op zwangerschapsverlof tevreden: "Laat mij maar lekker een Heerlijk Huisvrouwtje zijn."

Het meest substantiële artikel is een stuk in Libelle over pesten op het werk; een serieus probleem, en het erkent tenminste dat de meeste vrouwen tegenwoordig een baan hebben. Maar van actuele zaken als de economische crisis, de oorlog in Syrië, klimaatverandering of vergrijzing ontbreekt ieder spoor.

Bladerend door de vrouwenbladen is het bijna alsof de Tweede Feministische Golf nooit heeft plaatsgehad. Een vrouw is nog steeds in de eerste plaats vrouw, en pas in de tweede plaats mens. Natuurlijk, de toegang tot de arbeidsmarkt en het onderwijs is grondig verbeterd. Veel meer vrouwen werken. Maar de notie van vrouwelijkheid is nog nagenoeg hetzelfde als toen Betty Friedan 'De mystieke vrouw' schreef: zacht, teder, mooi. Een moeder, een echtgenote, een huisvrouw.

Keukentafeloverleg
In 1963 tekende Friedan het verhaal op van een veelbelovende studente, die op het punt stond carrière te maken in het kankeronderzoek: "Ik hield van het werk, maar ik miste zoveel dingen. Ik realiseerde me dat ik niet zo serieus moest zijn. Ik zou naar huis gaan en in een warenhuis werken totdat ik ging trouwen."

Zo'n verhaal zul je nu niet snel meer horen. De kankeronderzoekster zou nu eerst trouwen en dan, zwanger van haar eerste kind, na wat keukentafeloverleg met haar man besluiten dat ze in deeltijd zou gaan werken. "Want anders mis ik zoveel dingen."

De grote vraag die het boek van Betty Friedan nu nog voor vrouwen heeft is deze: is dit genoeg? Genoeg om de onvrede te bedwingen? Biedt de nieuwe 'mystiek' van de leuke, knappe, modieuze, huiselijke, testosteronloze, financieel afhankelijke, parttime werkende moeder voldoende ruimte voor de vrouw om zichzelf geestelijk volledig te ontplooien, om ongehinderd door wat of wie dan ook haar vleugels in hun volle spanwijdte uit te slaan?

Is het antwoord ja, dan is de Tweede Feministische Golf geslaagd. Zaken als subtiele discriminatie, teren op je man, de ongelijkheid aan de top van de arbeidsmarkt en de onveranderlijk ouderwetse invulling die we nog steeds aan vrouwelijkheid geven, kunnen we dan afboeken als louter theoretische problemen.

Luidt het antwoord nee, dan moeten we als de sodemieter opnieuw gaan vechten voor de bevrijding van de vrouw.

Testosteronzin
Er is in wetenschappelijke kringen veel kritiek op de theorie dat vrouwelijkheid door een gebrek aan testosteron in de hersenen zit ingebakken.

Socioloog Rebecca Jordan-Young besteedde dertien jaar aan het ontleden van nagenoeg alle studies die kijken naar de invloed van testosteron op sekseverschillen. In haar boek 'Brain storm' concludeert zij dat de invloed varieert van volstrekt onbewezen tot nagenoeg nihil.

Neuropsycholoog Cordelia Fine toont in haar wetenschappelijke publicaties en in haar boek 'Waarom we allemaal van Mars komen' overtuigend aan er grote onzekerheid is over man-vrouwverschillen in het brein. Ze zijn niet altijd zo groot als wordt gesuggereerd, en zelfs als ze er zijn, is het maar de vraag of zo'n hersenverschil ook daadwerkelijk zorgt voor ander gedrag.

Psycholoog Janet Hyde heeft haar vak gemaakt van grote analyses van tientallen tot honderden studies naar sekseverschillen. Keer op keer laat zij zien dat er gemiddeld genomen weinig tot geen noemenswaardige gedragsverschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Zo praten ze bijvoorbeeld evenveel, hebben ze ruwweg evenveel zin in seks, zijn ze even ambitieus en even competitief.

 
Slechts 14,8 procent van de hoogleraren is vrouw.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden