We zijn het tijdrijden verleerd

Wilco Kelderman (25ste) en Lieuwe Westra (38ste) kansloos op individuele tijdrit

Huiveren wij Nederlanders tegenwoordig voor een discipline als tijdrijden? Aan jezelf overgeleverd zijn, geen rug van je voorganger om uit de wind te blijven, de chronometer waarop de seconden genadeloos wegtikken. Niet één maar drie, vier keer door de pijngrens moeten trappen?

De tijden van de twee Nederlandse deelnemers gisteren op het individuele nummer op het WK deden stiekem verlangen naar de periode dat Erik Breukink en Jelle Nijdam de internationale maat waren.

Debutant Wilco Kelderman kwam nog het dichtst in de buurt van de Duitse winnaar Tony Martin. Van de 21-jarige Barnevelder, het zoveelste talent uit de Raboschool, mocht op voorhand eigenlijk niet heel veel worden verwacht. Hij moest in Valkenburg vooral ervaring opdoen, was de insteek van bondscoach Leo van Vliet. De jonge Kelderman eindigde als 25ste, op meer dan drie minuten van Martin, die zijn WK-titel behield.

Lieuwe Westra, Nederlands kampioen tijdrijden, had geen excuses. Dertig jaar is de renner van Vacansoleil-DCM onderhand. Hij positioneert zichzelf graag als specialist. Daar was gisteren op het soms natte parkoers in Limburg weinig van terug te zien. "Het was niet mijn dag", blikte hij terug op een ontgoochelende 38ste plek. De Fries gaf op het parkoers van 45,7 kilometer uiteindelijk ruim vier minuten toe op de winnaar.

Hoe kan het zijn dat wij op dit onderdeel na het afzwaaien van Breukink en Nijdam zo ver zijn teruggeworpen? Jan Janssen pijnigt zijn hersenen. De Tourwinnaar van 1968, eregast op het WK in eigen land, weet het eigenlijk niet. Fraai is het in elk geval niet wat hij van beide landgenoten zag. "Wat een tegenvaller." Janssen sjokt weg richting vip-tent. Hoofdschuddend.

Van Vliet had met Lars Boom (26) en Stef Clement (29) twee alternatieven die op papier niet onderdoen voor Westra en Kelderman. Lag het niet voor de hand te kiezen voor iets meer routine?

De bondscoach verweerde zich toen hij eergisteren zei dat Clement sinds zijn nationale titel van vorig jaar in geen enkele tijdrit overtuigde. Boom, de nummer twee van het afgelopen NK, werd gespaard met het oog op de wegwedstrijd van zondag.

Clement knijpt zijn wenkbrauwen samen. "Hoezo geen toppers meer?", roept de kampioen van 2011 geagiteerd. De Raborenner die zondag in de ploegentijdrit zijn teamgenoten op de Cauberg uit de wielen reed, somt snel een naam op. "Koos Moerenhout eindigde recentelijk twee keer in de top-10 op het WK." Daarna valt Clement stil. "Het is een discipline die heel veel inzet vergt", laat hij zich wat later ontvallen.

Meer dan eens verschoven Nederlandse talenten die in de jeugd excelleerden op de tijdrit hun aandacht naar de weg. De nationale wielerbond KNWU zag het met lede ogen aan, bekent Thorwald Veneberg. Als het om prestige gaat, scoort tijdrijden vrij laag in het Nederlandse wielerklimaat. Wie offert nu vruchtbare jaren op voor een Olympische droom of een WK? Een klassieker als Parijs-Roubaix is veel eervoller. Veneberg, sporttechnisch directeur: "Die devaluatie mogen wij ons als bond aanrekenen."

Drie jaar geleden ging het roer om bij de wielerbond KNWU. Met het aanstellen van oud-coureur Aart Vierhouten en trainer Frank Pennings en het optuigen van een landelijke tijdritcompetitie voor aanstormende jeugd hoopte de bond op termijn de achterstand op andere landen te dichten. "We moesten wel iets doen om het gat op te vullen. Tijdrijden is bij uitstek een discipline die je jong moet leren."

Tourwinnaar en Olympisch kampioen op de tijdrit Bradley Wiggins zou knikken als hij de woorden van Veneberg had kunnen horen. Danny Nelissen, voormalig coureur en tegenwoordig presentator voor Eurosport, beschouwt het onderdeel als de basis voor iedere wielrenner. "Kijk eens naar de Spanjaarden Valverde, Rodriguez en Contador. Die trappen bergop twee, drie tandjes zwaarder dan de Nederlanders. Ze kunnen veel meer kracht ontwikkelen. Dat hebben ze geleerd door veel op tijdritten te trainen."

Tony Martin: Eindelijk prijs na moeilijk seizoen met auto-ongeluk en zware val
Tony Martin reageerde gisteren bij de WK wielrennen zichtbaar opgelucht na zijn zege op de individuele tijdrit. De Duitse titelverdediger hield op de eindstreep uiteindelijk 5 seconden over op de jonge Amerikaan Taylor Phinney (22). "Hij heeft echt fantastisch gereden", complimenteerde Martin zijn tegenstander. "Ik ben superblij met deze zege."

De Duitser, bij afwezigheid van Bradley Wiggins, Fabian Cancellara en Chris Froome als favoriet vertrokken, haalde na 30 kilometer Alberto Contador in. Dat verbaasde hem enorm.

"Ik had gedacht dat hij hier een van de sterksten zou zijn. Het parkoers ging op en af, dat leek me ideaal voor hem. Het is altijd fijn als je een richtpunt voor je hebt, maar als je een renner als Contador passeert, weet je echt dat je op de goede weg bent."

Martin keek terug op een moeilijk seizoen met een auto-ongeluk en een val in de Tour, waarbij hij een breuk in zijn hand opliep. "Het was lastig op tijd klaar te zijn voor de Spelen. Met het zilver daar kon ik leven, het gaf me de motivatie naar deze dag toe te werken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden