We zijn geen natie van Bruegels blinden

Als in de oorlog als eerste de waarheid sneuvelt, treft dat lot in tijden van polarisatie de nuance. In zulke tijden is het moeilijker compromissen te sluiten, zoals is gebleken uit onze politieke geschiedenis.

Het kabinet-Den Uyl trad in de gepolariseerde jaren zeventig aan op basis van twee programma's: het ene van de progressieve partijen PvdA, D66 en PPR, het andere van de christelijke KVP en ARP. Het zou een vechtkabinet worden, dat weinig voor elkaar kreeg, met uitzondering van de Oosterscheldedam, die ironisch genoeg nu juist de uitkomst was van een uiterst ingenieus compromis tussen veiligheid en natuurbehoud.

Vergelijkbaar met het kabinet-Den Uyl is het eerste kabinet-Rutte. Ook dat trad, in 2010, aan in een gepolariseerd politiek klimaat en ook dat steunde niet op één gezamenlijk programma, maar op een regeerakkoord en een gedoogakkoord. Het bleek al na anderhalf jaar niet te werken.

Conclusie: polarisatie heeft een ongunstig effect op de regeerbaarheid van het land. Om toch nog wat voor elkaar te krijgen, presenteerde Den Uyl zich destijds met een knipoog als een 'zondig reformist'. De zondigheid school daarin dat hij, hoe afstandelijk ook, uiteindelijk toch met de christen-democraten in zee was gegaan. Er waren niet weinigen in zijn achterban die alleen dat al als een vorm van verraad zagen.

Polarisatie kan nuttig zijn om politieke tegenstellingen in een samenleving helder te maken, maar duurt zij te lang en wordt zij een doel in zichzelf, dan ontstaan er kloven die nauwelijks nog zijn te overbruggen. Na het kabinet-Den Uyl (1973-1977) duurde het twaalf jaar voordat de PvdA de compromisbereidheid weer voorop zette en invloed op het landsbestuur herwon.

Polarisatie die doorslaat in wederzijdse verkettering is niet alleen ongunstig voor de regeerbaarheid, maar ook voor de verhoudingen in de samenleving. Daarin schuilt een belangrijke reden om huiverig te zijn voor een tweepartijenstelsel en voor referenda, die de werkelijkheid reduceren tot voor of tegen. Een stem in een referendum is daarmee een grotere karikatuur van iemands opvattingen dan de stem op een politieke partij.

Cort van der Linden trad in 1913 als premier aan met het voornemen een eind te maken aan de Schoolstrijd, omdat deze 'een wig in de samenleving' dreef en 'van ons volk twee volken maakte'. Deze strijd sleepte zich zo lang voort mede door de politieke tweedeling links (liberalen en sociaal-democraten) versus rechts (christelijke partijen), die door het districtenstelsel in de hand werd gewerkt.

Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, dat in 1918, tegelijk met de invoering van het algemeen kiesrecht, voor het eerst werd toegepast, maakte het mogelijk op een fijnere wijze recht te doen aan de verlangens van een plurale samenleving. Bovendien gaf het een nationale stem aan kleine minderheden, die in een als vanzelf vergrovend tweepartijensysteem politiek verborgen zouden zijn gebleven.

Niet dat de representatieve democratie volmaakt is, verre van dat, maar zij doet meer recht aan levende opvattingen dan een systeem van directe democratie, dat slechts de wilsuiting van een meerderheid representeert en nuances daarbinnen weg walst. De vraag hoe je de volkswil bepaalt, is al een oude, maar in het stellen van de vraag ligt het simpele antwoord: de volkswil bestaat niet.

De historicus Huizinga besloot in 1935 zijn beroemde essay over onze volksaard met het uiten van de hoop dat de natie haar kracht zou blijven zoeken in de kunst met verschillen om te gaan. Men was geen Nederlander, schreef hij, als de volkseenheid niet zou worden begrepen als eenheid in verscheidenheid. Aan heerschappij van wie dan ook had hij de pest: 'We willen niet worden geleid als Bruegels blinden of als een beer aan een ketting'.

Een democratie kan niet zonder het organiseren van een politieke wil, maar in een plurale samenleving behoeft deze wil in het elfde uur een relativering. Wie het absolute gelijk aan zijn kant meent te hebben en daarbij beweert namens het volk te spreken, neemt het volk niet serieus maar spant dat voor zijn karretje.

Het lukte de PvdA in de jaren zeventig niet zich uit de modus van polarisatie en politiek activisme los te maken, waardoor zij een tweede kabinet-Den Uyl verspeelde en zichzelf meer dan een decennium buitenspel zette. Hetzelfde gold voor de PVV in Rutte I. Polarisatie loont niet en maakt blind voor klinkende resultaten als de Oosterscheldedam - door links nooit goed op waarde geschat.

Voor partijen die zichzelf hebben veroordeeld tot eeuwige oppositie, SP en GroenLinks, zou deze ervaring een drijfveer moeten opleveren zich uit die modus te bevrijden. Het zou de naderende verkiezingsstrijd interessanter maken en de mogelijkheden voor de machtsvorming na maart 2017 aanzienlijk vergroten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden